Vergeef ons (Joh.8)

(Joh. 8:1-11; luisterlied: Was mij – Marco Borsato)

Soms is het verhaal achter een schilderij krachtiger dan het kunstwerk zelf. Dit werk is van Maarten Meuldijk. Hij schildert het terwijl hij gevangen zit in 1946 in kamp Rhijnauwen, bij Utrecht. Samen met ongeveer duizend andere mannen die in de 2e Wereldoorlog fout zijn geweest. Meuldijk, kunstschilder en leraar tekenen, wordt in 1933 actief binnen de NSB en maakt vele spotprenten in de NSB-krant Volk en Vaderland. Na de oorlog wordt hij gearresteerd wegens landverraad en veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. Dit schilderij maakt hij als hij na de oorlog met zichzelf in het reine wil te komen. Het krijgt als titel: wie zonder zonde is. Alsof hij zichzelf herkent in deze beschuldigde vrouw en de vraagt opwerpt: wie heeft er nu echt schone handen?

Meuldijk kent zelf diepe armoede en meent oprecht dat de NSB daar voor velen een einde aan zou maken. Een arts die hem na de oorlog onderzoekt schrijft: Meuldijk moet min of meer slachtoffer zijn geworden van zijn gevoelige, idealistische aard. In 1949 oordeelt de Raad van Cassatie dat Meuldijk behoort tot de collaborateurs die oprecht en volledig tot inkeer zijn gekomen. Een jaar later verleent koningin Juliana hem gratie.

Dit gehoord hebbend, hoe kijk ik dan naar Maarten Meuldijk? Is het met de felle dodelijke veroordelende blik waarmee in dit schilderij mannen kijken naar deze overspelige vrouw? Of krijgt mijn blik ook iets van mildheid, zoals Jezus kijkt? Daar, in dat kamp vol foute Nederlanders is Maarten Meuldijk uitgekomen bij wat mij betreft één van de mooiste passages uit het evangelie. Je ziet het als het ware voor je ogen gebeuren. Verhitte gezichten, opgewonden gebaren, overslaande stemmen hete hoofden, koude harten. In het midden de vrouw over overspel betrapt. Ze wordt er met de haren bijgesleept. Niemand is geïnteresseerd in haar zelf. Ze dient slechts als lastige casus om Jezus klem te zetten.

En te midden van dat tumult zit daar Jezus schijnbaar afwezig schrijft hij met zijn vinger in het zand. Alsof hij even heel ergens anders met zijn gedachten. Dat zou trouwens ook heel goed kunnen in zijn geval. Hij noemt dat zelf: bezig zijn met de dingen van mijn Vader. Ik hoorde pas een hoogleraar theologie zeggen: er zijn in deze wereld mensen die naar een andere trom luisteren. Ze lijken tegen de stroom in te bewegen op een ander ritme. Jezus bukte zich en schreef met zijn vinger op de grond. Hij laat zich niet meeslepen in de gekte van het moment. Huilt niet mee met de wolven in het bos. Bewaart enige afstand voor rust, reflectie en inkeer. Om te luisteren naar die andere trom, de hartenklop van het vaderhart van God. Om verder te kijken, tot achter de woorden. Te zien wat deze mannen beweegt, drijft, bezielt.

Wat Jezus waarneemt is een ongezonde manier van omgaan met eigen schaduwzijden. Wij mensen hebben zo onze manieren om te dealen met de duisternis in onszelf. Vaak kijken we ervoor weg, verdringen we de duisternis, het kwaad, de zonde in ons bestaan. We stoppen het weg in ons onderbewuste waar ze hoe dan ook invloed blijven houden en op ongelegen momenten ineens de kop op steken. Of als we daar niet meer mee weg komen zijn we doorgaans nogal bedreven in het vinden van verzachtende verklaringen, keien in zelf-rechtvaardiging. We fatsoeneren het en poetsen het wat op en maken onszelf en elkaar wijs dat het nog wel wat meevalt. Een andere manier om om te gaan met onze zonden is dat we het zelf weer in orde willen maken. We doen ijverig ons best om de vlekken weg te krijgen, het kwaad meester te worden en leggen onszelf lasten op en doen geloften. Worden godsdienstig actiever en ijveriger maar we kunnen er niet ongedaan mee maken wat eenmaal is gezegd, gedaan, geschreven, gezegd. Wat ook kan is dat we ter compensatie van ons eigen falen extra hard uit halen naar anderen die een misstap begaan.

Historici noemen dat als één van de verklaringen waarom er juist in ons land in vergelijking met omringende landen zoveel extreem geweld plaats vond bij de bijltjesdagen na de 2e WO. En dat ging ook christelijke kringen niet voorbij. De Nederlandse kerken worden in 1945 opgeroepen om ten aanzien van collaborateurs de barmhartigheid van Christus te betrachten. Het kan niet verhinderen dat kinderen van foute Nederlanders ook op Hervormde basisscholen  nog lange tijd dag in dag uit apart worden gezet en jaar na jaar worden overgeslagen bij het uitdelen van kerstgeschenken.

Grimmige reflexen zijn in onze dagen ook nooit ver weg. Bij ieder drama gaan we op een bezeten manier op zoek naar zondebokken want barbertje moet hangen. Bij publieke misstappen zijn de tafels in talkshows te klein om de persoon in kwestie vakkundig te fileren. Er zit iets genadeloos, iets meedogenloos in. Het haalt in ons mensen het slechtste naar boven. Er dat wraakzuchtige, die afrekencultuur neemt in onze samenleving ook verbaal steeds ruwere vormen aan. Uitspraken die iets van deze tijdgeest weergeven hoor je steeds vaker: ga toch weg, of: hou toch op. Of: ik ben er helemaal  klaar mee.

Jezus peilt het hart van de mens en wat hij ziet legt hij meesterlijk bloot in één zin: Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen. Hij gaat weer zitten en schrijft weer verder in het zand. Het hele circus valt in één keer stil. Dan hoor je een zachte plof, een van de ouderen laat de steen zachtjes uit zijn hand glijden en loopt in stilte weg. De ene na de andere steen valt in het zand en de ene na de andere loopt weg. Eerst de ouderen, daarna de jongeren.

Je kunt je bij deze lezing afvragen wat het toch is dat Jezus daar in het zand schrijft. Ik vind de volgende verklaring aannemelijk. Dit alles gebeurt tijdens het loofhuttenfeest. Het laatste herfstfeest vlak voordat de winter komt. Duizenden pelgrims zijn in en rond Jeruzalem om God te bidden om winterregens zodat er in het voorjaar te eten zou zijn. In het godsdienstige onderwijs rond dit feest wordt op dit feest veel gesproken over water ook als metafoor voor geestelijk verlangen.

Op de laatste dag giet de hogepriester een kruik water en een kruik wijn over het altaar en het hele volk roept: Hosanna, hosanna! God redt ons! Als in: redt ons van droogte en hongersnood en zend ons winterregens. En Jezus staat daar dan en precies op de laatste dag roept hij boven alles en iedereen uit: Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! Hij herinnert deze mensen aan hun diepere geestelijke dorst..

Tja en dan is er het incident met deze vrouw. Duizenden pelgrims die tijdelijk vertoeven in loofhutjes tegen de heuvels rond de stad. Het is een enorm festival, religieus kamperen. Er wordt de nodige wijn gedronken en twee mensen belanden samen in het verkeerde tentje. Wellicht hebben ze de volgende morgen spijt van hun lichtzinnige keuzes van de avond ervoor. De vrouw wordt uit dat tentje geplukt dat de man met rust wordt gelaten is veelzeggend. Ze wordt naar het tempelplein gesleurd en voor Jezus neer gekwakt om hem er zo in te luizen.

En Jezus schrijft daar in het zand wellicht één van de Schriftgedeelten die juist met het loofhuttenfeest gelezen en onderwezen wordt. Het komt uit de profeet Jeremia en gaat over stof dat je krijgt als je geen water hebt en daarin staan ook deze regels: (Jeremia 17,23) ‘Heer. Bron van Israëls hoop, wie u verlaten zullen te schande staan, Wie van u weggaan zullen in het stof worden geschreven, want zij hebben de Heer, de bron van levend water, verlaten.’ Woorden die al deze mannen kennen. Het zijn allemaal Schriftgeleerden en Farizeeën. Deze woorden houden hen een spiegel voor. De enorme stofwolk van grimmigheid, meedogenloosheid en verontwaardiging laat zien dat ze geestelijk kurkdroog staan. En ze staan geestelijk droog omdat ze met het levende water, dat hier in persoon onder hen staan geen raad weten. Wat Jezus in het zand schrijft? Dat zijn hun namen. ‘Wie van u weggaan, wie afwijken, zullen in het stof worden geschreven. Want zij hebben de Heer, de bron van levend water, verlaten.’

Toen gingen ze weg, een voor een, de oudsten het eerst. Ja de oudsten hebben de meeste jaren geleefd en hebben dus ook de meeste herinneringen aan hoe hun schaduwzijde er specifiek uit ziet. Zij gaan als eersten in stilte naar huis, de jongeren volgen hun voorbeeld. De oudsten en jongeren, ze gaan weg. Hoe die mannen daar weg zijn gelopen wordt open gelaten. Wellicht heeft die ene zin van Jezus hen uiteindelijk ook bevrijd van obsessie met schaduwzijden van anderen en zijn ze begonnen aan een proces van ‘soul searching’. Ze gaan weg… ze hadden er ook voor kunnen kiezen om niet weg te gaan om het op te brengen. Om niet een stapje terug te doen maar juist een stap naar voren te zetten en in die cirkel daar te gaan staan naast deze vrouw en te zeggen: ik ben in wezen niet anders dan jij. Ben uit dezelfde klei gebakken, van dezelfde lap gescheurd.

Iedereen gaat weg, op een na. Er is er maar een die het volhoudt om niet weg te lopen voor de duisternis in haar leven. Dat is de beschuldigde vrouw.en ze lieten hem alleen, met de vrouw die in het midden stond. Jezus stopt met schrijven in het zand. Hij richt zijn volle aandacht nu op deze ene vrouw in het midden. In welk midden? Ja, hoewel er niemand meer over is staat ze in het midden van de aanklachten en beschuldigingen die terecht op haar zijn geuit. Ze loopt er niet voor weg. Ze doet geen enkele poging tot fatsoeneren. Maar staat daar in het midden van haar eigen schaamte en schuld. Toch kan ze daar zijn want er staat daar iemand naast haar. Jezus richtte zich op en vroeg haar: waar zijn ze: heeft niemand u veroordeeld? Niemand, heer, antwoordde ze.

Nou niemand, wacht even, zover is het nog niet. Één persoon daar op dat plein voldoet aan het profiel: wie zonder zonde is. Het is Jezus zelf die de eerste steen zou mogen werpen. Hij zou er alsnog vrienden mee maken bij de geestelijke elite. Een krachtig statement dat er met hem niet valt te spotten. Dan hij serieus genomen kan worden als wetsgetrouwe rabbi. Maar hier voltrekt zich geen gericht, hier geschiedt een wonder, een wonder van vergeving. Want, zo zal Jezus later zeggen in datzelfde Johannesevangelie: Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen maar om de wereld te redden. Wat Jezus zegt is: dan veroordeel ik u ook niet. Later gebruikt Paulus soortgelijke worden in Romeinen 8. Zo is er dan nu geen veroordeling. Wie zal beschuldigingen inbrengen?

Het wonder van vergeving is nog iets anders dan alles maar tolereren en relativeren. Het evangelie schept niet alleen ruimte, het wil ook echt richting geven. Ga naar huis, zegt Jezus. Niet naar je one-night-stand maar naar degenen aan wie je je in liefde en trouw hebt verbonden. Ga naar huis, daar waar je hoort en zondig vanaf nu niet meer. Het was echt zonde wat je deed. Je vergooit er je leven mee. Stop daar mee, maak een nieuw begin

Gerrit Achterberg schreef bij dit gebeuren over Jezus en de vrouw een gedicht onder de titel: En Jezus schreef in ’t zand. Het luidt als volgt:

En Jezus schreef met Zijn vinger in het zand.                                                                                                                                   

Hij bukte Zich en schreef in ’t zand, wij weten                                                                                                                                 

niet wat Hij schreef, Hij was het zelf vergeten,                                                                                                                         

verzonken in de woorden van Zijn hand.

 

De Schriftgeleerden, die Hem aan de tand                                                                                                                                     

hadden gevoeld over een vrouw, van hete                                                                                                                             

hartstochten naar een andere man bezeten,                                                                                                                                 

de Schriftgeleerden stonden aan de kant.

 

Zondig niet meer, zei Hij, ik oordeel niet.                                                                                                                                     

Ga heen en luister, luister naar het lied.                                                                                                                                       

En Hij stond recht. De woorden lieten los                                                                                                                                   

van hun figuur en brandden in de blos                                                                                                                                 

waarmee zij heenging, als een kind zo licht.                                                                                                                                 

Zo geestelijk schreef Jezus Zijn gedicht.

Mooi gezegd, de vrouw ging heen, als een kind zo licht. Jezus’ tred daarentegen wordt er bepaald niet lichter op. Hij verlaat het tempelplein als lastdrager. De last van lichtzinnigheid, scheve schaatsen en gebroken harten. De last ook van kille, onbarmhartige meedogeloosheid. De talloze uitvluchten waarin wij onszelf gevangen houden. We konden het niet – omdat het ons aan moed ontbrak. We wisten het niet – omdat wij uit angst niet scherp toezagen. We kwamen te laat – omdat we niet meteen in actie kwamen. De angst die ons verhindert om de dingen te zien zoals ze zijn en die ons belet te doen waartoe we ons geroepen weten. Dat wij in plaats van eerlijk te zijn tegenover onszelf zo vaak vluchten in achter maskers en in rollen, in plaats van in alle naaktheid en kwetsbaarheid te durven staan in de kring van licht, van genade. Die hele last draagt Jezus weg. Zo maakt Jezus de naam waar die hij juist in dit vierde evangelie krijgt: het lam van God, dat de zonde van de wereld wegdraagt.

Laten ons huwelijken en gezinnen oefenplaatsen zijn in vergeving. Pas op met mensen met een scherpe tong die er altijd als de kippen bij zijn om te veroordelen. Ze kennen de weg niet in hun eigen hart. Laat er in onze huizen geen geest van veroordeling wonen maar een andere geest de ruimte krijgen: een geest van mededogen, barmhartigheid, genade. Die Geest krijgt de ruimte in mensen die de moed hebben om ook hun schaduwzijde in de ogen te kijken. En er iedere keer voor kiezen om alle duisternis te brengen in het licht van Christus. En om zo’n cultuur van vergeving te stimuleren mogen we dagelijks ook deze zin te bidden: Vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven iedereen die ons iets schuldig is.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie