Tijd om thuis te komen (Jesaja 55:1-7)

(Jesaja 55:1-7; luisterlied: Ik ben – Sela)

Ik wil even kort met u stilstaan bij het begrip troost. Met troost bedoelen we meestal: bemoediging, verzachting in lijden of pijn. In de kern is troost vooral: de ervaring dat je niet alleen bent, niet verlaten. In het christelijk geloof is troost een belangrijk woord. Een van de drie personen in God wordt zelfs de trooster genoemd, troosten dat is wat God doet. Troost kun je ontvangen in goedgekozen woorden maar troost kent ook in vormen waar geen woorden aan te pas komen.

Ik las over Ignatius van Loyola. een Spaans-baskische katholieke priester en theoloog die leefde in de 16e eeuw en de orde van Jezuieten stichtte. De laatste jaren van zijn leven woonde Ignatius in Rome en was hij verwikkeld in allerlei onverkwikkelijke kerkpolitieke toestanden en intriges. Uit zijn aantekeningen weten we dat hij juist ook toen troost vond in een zich verbonden weten met God. Die hij als een aanwezigheid ervoer  in hem en om hem heen. Een huisgenoot vertelt dat Ignatius in die laatste jaren als het soms allemaal teveel werd, in het holst van de nacht naar het dak naar het gebouw klom. En daar onder de sterrenhemel verzonk hij in woordeloos gebed terwijl de tranen hem over de wangen stroomde. Troost, de ervaring dat je niet alleen bent, niet verlaten.

Bij troost denk ik aan het begin van de Heidelberger Catechismus. Dat leerboekje uit de reformatie waarin door middel van vraag en antwoord wordt uitgelegd wat geloof is en wat je daaraan in je leven kunt hebben. Er worden 129 vragen opgeworpen en beantwoord. En de allereerste vraag die wordt gesteld gaat over troost. Wat is je enige troost tijdens je leven en als je sterft? En het antwoord, in een versie voor jongeren, luidt dan: Dat ik – tijdens mijn leven en als ik sterf – niet van mijzelf ben: mijn lichaam en mijn ziel zijn van Jezus Christus, mijn trouwe Zaligmaker. Hij heeft met Zijn kostbaar bloed volledig voor al mijn zonden betaald en Hij heeft mij uit de macht van de duivel verlost. Hij zorgt zó voor mij, dat geen haar van mijn hoofd kan vallen als mijn hemelse Vader dat niet wil. Hij zorgt zelfs zo voor mij, dat alle dingen meewerken tot mijn zaligheid. Door de Heilige Geest laat Hij mij zeker weten dat ik het eeuwige leven heb, en geeft Hij mij de wil en het hartelijk verlangen om voortaan voor Hem te leven.

Als je deze geloofstaal op je in laat werken en probeert te visualiseren zie je bij deze woorden een warm huis voor je, Met een grote tafel, door Jezus zelf gedekt, een warm haardvuur dat altijd brandt op de energie van de Geest van God zelf. En waar je ook heen bent geweest, je kunt er altijd weer terugkomen, je benen strekken onder Jezus tafel en je koesteren in de warmte van Gods liefde. En aan de buitenkant van het huis van God staat met grote letters geschreven: Troost. Troost, de ervaring dat je niet alleen bent, niet verlaten.

Troost is ook een kernthema bij de profeet Jesaja. Zeker in het middengedeelte, de hoofdstukken 40-55. Dat deel begint met de oproep in Jesaja 40,1. Troost, troost mijn volk, zegt jullie God, spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan. Jesaja spreekt deze woorden midden in de ballingschap. Mensen zijn ver van huis geraakt, sociaal-maatschappelijk maar ook mentaal en geestelijk.  En eerlijkgezegd vinden velen dat inmiddels wel best. Ze hebben zich aangepast aan Babel. En doen net als de Bayloniërs mee aan de rat-race van het bestaan. Waar niets voor niets is,  waar ieder moet knokken voor zichzelf en je steeds maar weer moet bewijzen dat je je plekje waard bent, dat je er toe doet. Er zit in de patronen van Babel veel jacht, veel druk, veel stress, Het kan je helemaal in beslag nemen, het slurpt energie. En vroeg of laat berooft het je van je vrede en vreugde. Want het is nooit klaar en nooit genoeg. En voor deelname aan de ratrace in Babel betaal je altijd een prijs, een hoge prijs. Vaak komt het erop neer dat je een deel van jezelf kwijt raakt. Er niet aan toe komt je mens te zijn die je bent bedoeld te zijn.

En tot mensen die leven midden in Babel spreekt Jesaja een woord van troost. En die troost ligt er vooral in dat midden in deze woelige en bezeten wereld Gods huis van troost staat en blijft staan. En dat God zelf de deuropening op de uitkijk en roept hij: hierheen! Hier is water voor ieder die dorst heeft. Kom, ook al heb je geen geld, koop hier je voedsel en eet. Kom, koop voedsel zonder geld, koop wijn en melk zonder betaling. Waarom sloof je zo uit voor wat niet blijvend bevredigt? Waarom mat je je af voor wat je diepste honger niet stilt? Kom bij mij en je zult leven, ik sluit met jullie een eeuwigdurend verbond.. Er staat in het warme huis van Gods eeuwige liefde, altijd een enorme pan op het vuur met ontferming, medelijden, genade en ruimhartige vergeving. En wie er zijn benen onder de tafel steekt en aanschuift krijgt er een overvloedig maal, smaakt en proeft de goedheid van God. Ervaart de diepste troost die er in deze wereld te vinden is. Dat niets, maar dan ook niets in deze wereld ons zal kunnen scheiden van de liefde van God die er is in Christus Jezus onze Heer.

Het is wat onwennig, daar op de drempel van Gods warme huis van troost. Waar deze en gene na lange omzwervingen weer over de drempel stapt. Er worden excuses gemompeld, sorry gezegd, spijt betuigd. Er is schaamte over wat we onderweg zijn kwijtgeraakt, wat we verspeelt hebben in Babel. Wat geknakt is, gebroken, uitgedoofd. Niemand komt uit Babel met schone handen. Niemand is zonder compromissen, niemand heeft zijn geweten rein gehouden, niemand heeft een onbevlekt blazoen. Ieder draagt met zich mee waar hij of zij liever niet aan wordt herinnerd. Iedere balling in Babel is belast, bezwaard, besmet. We zijn allen kinderen van onze tijd. Ademen dagelijks de tijdgeest van Babel in en uit. Babel dringt zich aan ons op, kruipt onder onze huid, kleeft aan ons en klikt met een deel van ons hart waarin alles zo gemakkelijk weer draait om onszelf.

Daar, op de drempel van Gods huis, zie ik een jongere binnenstappen met een gebroken hart vanwege een verbroken relatie. Een moeder met pijn in haar buik om haar ernstig zieke kind. Een vluchteling al jaren aan de kant, wachtend op papieren. Een ondernemer met een zwaar gemoed vanwege financiële zorgen. Een politicus met vuile handen na het zoveelste ongemakkelijke compromis. De manager met eelt op zijn ziel na alweer een harde maatregel. Een oudere zichzelf te vaak betrappend op alweer een cynische gedachte. Een kind dat op het schoolplein altijd weer de kop van jut is. Het echtpaar bij wie het vuur van hun liefde aan het uitdoven is. De koppige broers die elkaar al jarenlang links laten liggen

In midden in Babel staat Gods huis van troost als een plek waar je reiniging ontvangt van wat teveel aan je is gaan kleven uit Babel. Waar wat in Babel is gebroken en geknakt kan worden hersteld en geheeld. Een plek waar we terug gebracht worden bij wat de basis is, het fundament, de kern van ons bestaan. Bij Christus, die onze vrede is, onze vreugde, onze hoop. We smaken en proeven de goedheid van de Heer. En realiseren ons dat we wel in Babel leven maar niet van Babel zijn. Straks zullen we onze plaatsen in Babel weer innemen Maar met nieuwe moed, met een andere blik en een vernieuwde hartsgesteldheid. Waarin alles weer de juiste proporties heeft en Christus weer centraal staat.

Beste vrienden, waar u de afgelopen tijd ook bent geweest en hoeveel Babel u ook in uw leven herkent en meezeult. Vandaag wordt midden in uw en mijn leven deze wonderlijke tafel gezet. Die een gestalte is van Gods huis van troost. Er wordt hier op u gerekend, naar u uitgekeken, op u gewacht. Kom, schuif straks maar aan en laat je bedienen. Brood om van te leven, een volle beker ruimhartige vergeving. Het is tijd om thuis te komen.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie