Tellen of wegen (psalm 90 vers 12)

Psalm 90 – luisterlied ‘Niemand langer houdbaar’- Matthijn Buwalda

Je kunt rond een jaarwisseling van alles tellen. Je centen, je successen, je plannen voor het nieuwe jaar, je verliezen, je teleurstellingen, je blunders, de steken die je liet vallen. Psalm 90 stelt voor te leren je dagen te tellen.

Leer ons onze dagen te tellen. Dat is wat de psalmist bidt. Ik heb van de week mijn dagen geteld. Letterlijk. Je hebt daar handige hulpmiddelen voor online. Die als je je geboortedatum invoert precies voor je uitrekenen hoeveel dagen je tot nu toe heb geleefd. Voor mij staat de teller vandaag op precies 18253 dagen. Aardig om te weten, maar van dit optelsommetje wordt ik nou ook weer niet zoveel wijzer.

Je kunt in plaats van je dagen óptellen ook áftellen. Dat je vooral stil staat bij het beperkt aantal dagen dat je wellicht nog voor je hebt. In die modus kun je terechtkomen als je slecht nieuws krijgt van een arts die je vertelt dat je dagen eigenlijk een soort van geteld zijn. De tijd kan dan voor je gevoel je vijand zijn geworden. Je telt dan wel je dagen maar wordt er niet per se wijs van. Misschien eerder gestresst, onrustig, gejaagd, somber

Er is kennelijk nog een andere manier van tellen: want psalm 90 heeft het over zó je dagen leren tellen, dat je er wijzer van wordt. Wat bedoelt hij met ‘dagen tellen’? En wat is dan precies die wijsheid waar Mozes meer vervuld van zou willen zijn?

Psalm 90 is geschreven door Mozes. En de achtergrond van dit lied zijn dus de jaren die Israël doorbracht in de woestijn. Jaren waarin de Israëlieten gevormd worden. Op de proef gesteld, gelouterd om te zien wat er in hun hart leeft. En dat valt niet erg mee.

De hele tocht door de woestijn zijn ze dag na dag geleid, gezegend, gedragen. En dan komen ze aan de grenzen van het beloofde land. Ze sturen er verspieders op uit om Kanaan te verkennen. En tien van de twaalf verspieders melden dat het weliswaar een prachtig land is maar dat het tegelijk onneembaar is. De steden zijn te machtig, de inwoners te sterk. Verder gaan heeft en de grens oversteken heeft geen enkele zin, is een mission impossible.

Twee verspieders roepen het volk op om juist nu, nu het er op aankomt op God te blijven vertrouwen en op zijn beloften en in Zijn kracht moedig voorwaarts te gaan en het land dan hun is beloofd in bezit te gaan nemen. Maar de Israëlieten falen collectief voor deze geloofstest. Er is geen spoor van vertrouwen. Daar op de grens van oud en nieuw bij Kanaän schrikken ze terug voor wat nieuw is en onbekend. Kiezen ze massaal voor het oude en vertrouwde en ze gaan het liefst linea recta terug naar waar ze vandaan kwamen: Egypte. Liever een slavenbestaan dat vertrouwd is en bekend dan alles loslaten en de grens oversteken en met God een onbekende toekomst tegemoet

Met deze grondhouding kan God niets beginnen. Met deze mentaliteit wordt het straks aan de andere kant van de grens in Kanaän helemaal niets. De Heer doet de toekomst dicht en sluit de grens. Hij stuurt hen terug de woestijn in om daar veertig lange jaren rond te zwerven. Het zullen veertig bittere jaren worden waarin ze de zure vruchten zullen plukken van hun gebrek aan vertrouwen, hun collectief falen. Door de jaren heen laat deze karavaan een spoor van graven achter zich. Een hele generatie sterft zo uit

Aan deze jaren denkt Mozes terug in psalm 90 als hij schrijft: u doet de sterveling terugkeren tot stof, U vaagt ons weg, wij komen om door uw toorn. Door uw woede bezwijken wij. U hebt onze zonden voor u geleid, onze geheimen onthuld in het licht van uw gelaat. Al onze dagen gaan heen door uw woede. De levensdagen van deze generatie worden ook letterlijk ingekort. Mensen worden in die dagen gemakkelijk 120 jaar oud maar deze generatie sterft in de bloei van hun leven als ze zeventig zijn of tachtig is het ineens voorbij. Het maakt indruk op Mozes als hij schrijft: het gaat snel voorbij en wij vliegen heen.

Deze veertig woestijnjaren zijn vol moeite en verdriet. En psalm 90 is geen portret van het menselijk leven in het algemeen. Zo wordt de psalm wel gelezen, vaak op oudjaarsavond. Nee, Mozes heeft dit geschreven specifiek voor dit tijdvak van veertig bittere jaren als gevolg van ongehoorzaamheid. En wat Mozes zich afvraagt is: wie realiseert zich de onderliggende oorzaak van deze jaren. Wie kent de kracht van uw toorn, wie vreest oprecht uw woede? Wie kijkt er nog door de dingen heen. Wie leest deze tijd en peilt wat er gaande is? Mozes vraag of ze dat mogen gaan leren zien: Leer ons zó onze dagen tellen dat wijsheid ons hart vervult. Als de Israëlieten niet leren hun dagen te tellen dan zijn ook deze veertig jaren zonder zin. Glijdt dag na daag voorbij zonder dat iemand er iets van opsteekt. Maar als we iedere dag leren tellen, dan gaan we er van leren, worden we er wijzer van.

Tellen betekent hier bewust evalueren, wegen. Iedere dag bewust ontvangen en beleven. Dag na dag beleven in Gods licht. En daarover met God in gesprek zijn. Heer, leer me zo de dagen tellen, wegen en zo levenswijsheid leren. Je dagen tellen is de verbanden zien. Het verschil weten tussen chronos en kairos. De antennemomenten onderscheiden. Leren zien wanneer er echt significants in je leven gebeurt. Iets dat diepere betekenis heeft, een levensles, een nieuw inzicht. Wijsheid wordt in de Bijbel vaak verbonden aan hoe je omgaat met de tijd. Een dwaas is vaak te vroeg of te laat. De wijze leest de tijd en weet wanneer de tijd rijp is.

Wijsheid betekent het juiste gewicht geven aan de dingen. Zoals in een sorteerapparaat bij de bank munten worden gesorteerd op vorm en gewicht. Zo betekent je dagen tellen. Uit alles wat je tegenkomt en meemaakt onderscheiden wat betekenis heeft gekregen. Je telt, je weegt, je vraagt en overweegt en zo haal je uit de dagen en alles wat er in speelt de lessen, de waardevolle inzichten. Dat wat je mee zou moeten nemen omdat het je verder brengt. Dingen die je je letterlijk ter harte neemt. Je laat ze niet langs je heen gaan. Je bergt ze op je hart als kostbaarheden.

Ja in je hart. Je dagen tellen is niet iets van je hoofd. Het speelt zich ook niet af in je gevoel. Je dagen tellen kun je alleen leren als je durft af te dalen op de dieper laag van je hart. Je regelmatig tot jezelf inkeert en nadenkt over vragen als: wie ben ik? hoe leef ik? En wie zou ik mogen zijn en worden?

In deze psalm wordt duidelijk wat deze levenswijsheid oplevert. Het eerste is dat je dieper dan ooit inziet: Heer, u bent ons een toevlucht geweest van geslacht tot geslacht. We krijgen een korte tijd van leven toebedeeld maar temidden van alle stervelingen is daar God die al zo lang onderweg is. Vele generaties lang trekt Hij met mensen op en is Hij onveranderlijk, betrouwbaar. Dat maakt me klein, en stil en verwonderd. Wat een lange adem heeft deze God. Wat heeft hij al veel meegemaakt met de mensen en wat blijft Hij trouw aan zijn beloften en plannen. Wat verdient deze God het om het centrum te zijn waar alles in mijn leven en het menselijk bestaan op gericht zou mogen zijn.

Het tweede is dat je scherper je eigen vergankelijkheid ziet. Wij beëindigen onze jaren in een zucht. We zijn als gras dat ’s morgens opschiet, fris en groen maar tegen de avond al weer is verwelkt, verdord. Het helpt om de zaken in de juiste proporties te zien. Is dat waar ik me vaak zo druk over maak ook echt al die moeite waard? Verlies ik me niet teveel in wat voorbijgaat? Kom ik voldoende toe aan wat blijvende waarde heeft?

En je ziet ook dat de oorzaak van onze vergankelijkheid. Dat wat daar zo pijnlijk zichtbaar werd op de grens van oud en nieuw iets is dat ook mij niet vreemd is. Dat ik diep van binnen God niet vertrouwen kan. Dat ik onder een bepaalde druk en als het er echt op aan komt en om spant Ik God zomaar loslaat, zomaar laat schieten. Dat mijn geloof in hem vaak flinterdun is en ik me zomaar laat leiden door een nare mix van angst, argwaan, achterdocht.

Je kunt je aan deze zelfevaluatie gemakkelijk vertillen. Zeker als je geneigd bent toch al somber en kritisch naar je eigen leven te kijken. Kerken zijn er soms goed in geweest om op zo’n oudjaarsavond of een begrafenis je op te zadelen met het volle gewicht van deze sombere zware realiteit. Het kan je verlammen en helpt dan ook niet verder. En Mozes bidt om deze eerlijke kijk op onze vergankelijkheid en zondigheid op een dagelijkse basis te mogen doen.

Niet: leer ons zo onze jaren tellen, niet: leer ons ons hele bestaan te wegen, maar: Leer ons zo onze dágen tellen. Dietrich Bonhoeffer heeft eens gezegd: ‘De dag is de grens van ons zorgen en bezig zijn. Een dag is lang genoeg om God te vinden of te verliezen. Om het geloof te behouden of in zonde te vallen, in schande te geraken.’ Dat is een wijs woord. Zo krijgt elke dag gewicht. Mag je elke dag wegen en in Gods licht bezien. Hoe vind ik vandaag God? Hoe behoud ik deze dag mijn geloof? Is elke dag een nieuw geschenk om er te mogen zijn. Voor God, voor de ander en ook voor mezelf.

Zo je dagen leren tellen is iets wat we mogen leren. Deze levenswijsheid mogen we ontvangen van God zelf. Leer ons zó onze dagen tellen dat wijsheid ons hart vervult. En het begin van alles wijsheid, zegt Spreuken 1,7, is dat we de Heer onze God vrezen. Vrezen als in: eerbied hebben, en ontzag, die samen gaat met verwondering, vertrouwen en liefde. Ja ook liefde, dat is wat Mozes in het slot van deze psalm bidt: Vervul ons in de morgen met uw liefde.

Wijsheid en liefde liggen dichtbij elkaar. Wijsheid is geen kennis, geen informatie, maar liefdevol aanvoelen wat van je gevraagd wordt. En Mozes bidt specifiek of hij in de morgen Vervult mag worden met deze wijze liefde en liefdevolle wijsheid. Juist als je je realiseert hoe kwetsbaar, vergankelijk en gebroken je eigen bestaan is, heb je deze liefdevolle wijsheid en wijze liefde nodig. Iedere morgen opnieuw aan het begin van een nieuwe dag. Om de mensen die ik deze ene dag zal tegenkomen mild, gul, met een warm hart en zonder oordeel hart tegemoet te treden.

Deze wijsheid vermengd met liefde krijgt in het Nieuwe Testament een naam en een gezicht. In 1 Korintiërs 1 noemt Paulus Christus Gods wijsheid. En hij zegt erbij: met Hem zijn wij één geworden. Bidden dat wijsheid ons hart mag vervullen vraagt om geloof dat Jezus zelf ons steeds meer bewoont en vervult met zijn Geest van wijsheid en inzicht. En dat zijn wijsheid steeds meer onze wijsheid kan worden. We steeds meer met zijn ogen leren kijken. Naar het jaar dat we vanavond afsluiten. Naar iedere dag die God mij geeft. Naar ieder mens dat ik ontmoeten mag. Heer, leer ons zó onze dagen te tellen. Dat wijsheid en liefde onze harten vervullen.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie