Onze Vader in de hemel (Mt.6,9)

(Matteüs 9, 5-13 luisterlied: Build your Kingdom here, Rend Collective Experiment)

Een van mijn ‘geestelijke vrienden’ is Oswald Chambers. Van alle stemmen die klinken in het koor van theologen, schrijvers en denkers ken ik geen ander die zo radikaal en scherp in beeld weet te brengen hoe Christus in mij gestalte kan krijgen. Niemand die zo fijnzinnig en met zoveel inzicht geeft in wat van Gods Geest is en waarin mijn taaie oude bestaan zichtbaar wordt. Ik leerde Chambers vooral kennen door het dagboek ‘My Utmost for His Highest’, in het Nederlands: Geheel voor Hem. Ik kwam deze week twee uitspraken tegen bij Chambers die ik vanmorgen in de preek wil leggen naast de eerste regel van het Onze Vader.

Oswald Chambers was predikant in het Engelse leger in de 1e Wereldoorlog. Zou in deze oorlog ook zijn leven geven, nog maar 43 jaar oud. En deze Chambers gaf ergens in een Egyptische woestijn in een oude barak Bijbelstudies aan Engelse soldaten. En één van de onderwerpen die daar aan bod kwam was: Wat is bidden? En Chambers kwam toen onder meer tot de volgende uitspraak Bidden is niet een manier om iets van God te krijgen. Gebed is eerst en vooral bedoeld om God te leren kennen.

Niet eens zo heel ver van die Egyptische woestijn was eeuwen eerder ergens in Galilea ook een groepje mannen in gesprek over precies diezelfde vraag: Wat is bidden? Het waren Jezus en zijn leerlingen. De leerlingen hadden aan Jezus gemerkt en geproefd hoe bidden zijn leven stempelde. Hij stond daar s morgens vroeger voor op, nam daar alle tijd voor, genoot van die uren. En het had grote impact op zijn leven. En op een dag komen de leerlingen bij Jezus en zeggen ze: Heer, dat willen wij ook. Heer, leer ons bidden.

Heer, leer ons bidden. De Vlaamse priester/dichter Guido Gezelle schreef over deze vraag de volgende bekende dichtregels: Gij badt op enen berg alleen – en Jesu, ik en vind er geen – waar ‘k hoog genoeg kan klimmen – om U alleen te vinden: – de wereld wilt mij achterna, alwaar ik ga of sta – of ooit mijn ogen sla; – en arm als ik en is er geen; geen een – die nood hebbe en niet klagen kan – die honger, en niet vragen kan – die pijne, en niet gewagen kanhoe zeer het doet! – o Leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!

Heer, leer ons bidden. En Jezus zegt dan: wanneer jullie bidden, zeg dan: Onze Vader in de hemel. Jezus had ook anders kunnen reageren. Hij had ze kunnen afwimpelen. Zo van, nou jongens, als ik zie hoeveel jullie nog te leren hebben dan zal jullie gebedsleven op geen stukken na ook maar in de buurt komen van het mijn. Maar Jezus wimpelt niet af. Hij sluit niet uit dat Zijn leerlingen deel zullen krijgen aan diezelfde intieme en krachtige omgang met God en nodigt zijn leerlingen zonder reserves uit in zijn gebedsruimte: kom en zie: wanneer jullie bidden, zeg dan: Onze Vader in de hemel. Jezus kende veel namen voor God en had kunnen zeggen: begin maar met: Ontzagwekkende, of Allerhoogste, of Majesteit. Zeg maar: Machtige Koning of Verheven Heer van de hemelse legermachten. Maar het eerste woord dat Jezus ons op de lippen legt is: Vader.

Als Chambers gelijk heeft, en bidden eerst en vooral bedoeld is om God te leren kennen. Dan gebeurt er al heel veel met dat ene woordje Vader. Luther heeft eens gezegd dat hij bij het bidden van het Onze Vader nog al eens bleef hangen bij één bepaald woordje. En rond dat specifieke woordje begon het dan te stromen en opende zich een zee van gedachten. En: zei Luther, dan gaf ik me daaraan over, en kwam ik vaak helemaal niet meer toe aan de rest van dit gebed. Op zulke momenten nam de Geest het over en sprak hij tot mij. Ik kan me zo voorstellen dat dat eerste woordje ‘Vader’ al een woord is waar je bij stil valt.

Wie vader zegt, zegt kind, ik ben zijn kind. Wie vader zegt, roept een klimaat wakker van liefde, aandacht, zorg. Wie vader zegt, mag vrijmoedig en zonder terughoudendheid dichterbij komen omdat je weet, mijn vader is er voor me als ik hem nodig heb. Hij houdt van me, Hij zorgt voor me en Hij kent me. Vader. Als ik hem zo noem, zal hij zeggen: Mijn zoon, mijn dochter, wat is er. Zo is God, zegt Jezus, je mag zonder schroom en zonder schaamte je hoofd om de hoek steken bij God en noem hem dan maar Vader. Wanneer jullie bidden, zeg dan: Vader, Papa.

Onze gebeden beginnen wellicht vaak met ik en mijn. Ze draaien vaak om wat ik nodig denk te hebben. Jezus leert zijn leerlingen om zich eerst te richten op wie God is. Noem hem Vader, laat dat op je inwerken en nader tot hem als zijn kind en niet als een klant, die vooral van alles wil hebben maar niet bezig is met wie God zelf is. De te vroeg gestorven predikant L.M. Vreugdenhil vertelt ergens dat zijn zoontje soms aanklopte aan zijn werkkamer en dan vroeg: papa, mag ik binnenkomen? En als zijn vader uitlegde: waarom jongen, ik ben gewoon aan het werk, dan zei het ventje: ik vind het gewoon fijn om bij u te zijn. En dan zat hij daar heel stilletjes te spelen met zijn autootjes en treintjes en af en toe keek hij naar zijn vader die daar zat te werken en genoot hij ervan bij papa te zijn.

Wanneer jullie bidden, zeg dan: Vader, Vader in de hemel. Ja, vul dat Vader zijn van God niet te snel in. Hij is op een andere manier Vader dan wat jij bij jezelf en anderen hebt gezien aan vaderschap. Hij is je hemelse Vader, trek hem niet naar beneden. Maak hem niet te klein, niet te smal. Pas hem niet aan aan jou denken. Maar neem de tijd om jou denken aan te passen aan zijn hemelse, andere manier van zijn. Je hebt deze Vader niet in je broekzak. Hij is niet een soort van superversie van jouzelf. Hij is de Gans Andere, in zijn liefde, goedheid en trouw. Ook in zijn zuiverheid, heiligheid, rechtvaardigheid. Hij is in de hemel, trek Hem niet omlaag. Maak hem niet te plat, niet te smal, niet te klein.

Realiseer ie dat je eigen denken vertroebeld is en onzuiver. En dat je als beschadigd mens een vertekend beeld hebt. Misschien ook wel nare associaties bij dat woord Vader. Juist omdat we zo door onze eigen bril naar God kijken, bidt dan heel bewust deze woorden: Onze Vader, in de hemel. Laat uw naam geheiligd worden. Laat uw naam geheiligd worden. Bid dat je Gods Vaderschap echt mag gaan zien en ontdekken. Het venster van je gebedskamer is beslagen, je zicht is vertroebeld, je beeld vertekend. Bid dat God zelf het venster schoon veegt. Vader in de hemel, laat Uw naam woorden geheiligd.

En voor die Vader-naam plaatst Jezus heel bewust dat ene woordje: onze. Onze Vader in de hemel. Het is goed om je voor gebed af te zonderen in je binnenkamer. Maar dat betekent niet dat je anderen uitsluit in je gesprek met God. Door nadrukkelijk ‘Onze Vader’ te bidden herinner ik mezelf dat ik niet op mezelf sta. Geen los individu ben. Maar deel van een geheel, lid van een lichaam. Deze Vader in de hemel is de Vader van alle mensen. Alle mensen heeft hij geschapen, voor alle mensen gaf hij zijn Zoon. Dit woordje onze stelt mijzelf als bidder een vraag: kan ik dit in alle oprechtheid en zonder reserves bidden: Ónze Vader. Of heb ik als ik heel eerlijk ben de neiging om bepaalde mensen van die gemeenschap uit te sluiten? Heb ik mijn hart afgesloten voor iemand? Iemand die mij heeft teleurgesteld, geraakt, benadeeld. Als er ook maar één mens ik die ik haat, van wie ik afkeer heb, die ik uit de liefde van mijn hart verban, voor wie geen plaats is in mijn gebedsleven dan kom ik mezelf al meteen tegen bij deze eerste woordjes; Ónze Vader..

Dat brengt ons vanzelf bij een tweede uitspraak van Oswald Chambers. Hij zei dit: Veel eerder dan dat gebed dingen verandert, verandert gebed mij, en dan verander ik dingen. Dit inzicht klinkt ook door in deze eerste gebedsregel. Als Jezus God Vader noemt, doet hij dat als Joodse jongen. Van wie verwacht wordt dat hij het werk gaat doen van zijn vader.

Jezus zelf heeft vast vol aandacht gekeken naar zijn aardse vader Jozef. Uren doorgebracht in de timmermanswerkplaats. Met hen op pad gaan en zo leren wat hij moest doen en hoe. En zo beleefde hij dat zeker met zijn vader in de hemel. Met wie Hij intensief optrok in gebed en van wie hij zo leerde wat zijn missie in de wereld zou zijn. In het Johannes-evangelie zegt Jezus dat zo: de Zoon kan niets uit zichzelf doen, Hij kan alleen doen wat hij de Vader ziet doen. En wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier. De vader heeft immers de zoon lief en laat hem alles zien wat hij doet. (Joh. 5:19-20)

Jezus was niet de eerste die God als Vader zag. De allereerste keer dat we dit tegenkomen in de Bijbel is als Mozes voor de Farao staat en dan zegt: dit zegt de Heer, Israël is mijn zoon, mijn eerstgeborene. Daarom zeg ik U: laat mijn zoon gaan opdat hij mij zal dienen. (Ex. 2:22-23) Later belandt Israël opnieuw in een soort van slavenbestaan in de Babylonische ballingschap en juist dan leeft ook die hoop weer op dat zij niet bedoeld zijn om als slaven te leven maar dat hun bestemming ligt in een leven als kinderen van God. In Jesaja 63:16 klinkt die schreeuw: U bent toch onze Vader. Jesaja bemoedigt deze ballingen door hen ter herinneren aan de Messias, de Zoon van David, van wie al generaties eerder was gezegd: Ik zal voor hem een vader zijn en hij voor mij een zoon.

Jezus was heel goed thuis in het Oude Testament en als hij zijn leerlingen leert om God aan te gaan roepen als onze Vader, laat hij ze zich daarmee voorbereiden op een nieuwe Exodus. Die éne openingszin van het gebed: Onze Vader in de hemel, laat Uw naam geheiligd worden is dus ook een woord van hoop, een revolutionaire zin. De Vader zal opstaan tegen de onderdrukkers van zijn kinderen. Hij zendt zijn Zoon met de volmacht om Gods kinderen te bevrijden. En die Zoon verzamelt op zijn beurt weer leerlingen om zich heen tegen wie Hij zegt: Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik ook U.

Weet wat u doet als u deze woorden bewust op de lippen neemt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden. Wie deze zin bewust en met het hart bidt, zegt: als U onze hemelse Vader bent, laat dat dan ook steeds meer zichtbaar mogen zijn in mijn leven. Laat mij de Geest van het kindschap steeds meer eigen maken. Leer me meer en meer leven vanuit de ontspanning en het vertrouwen dat ik als uw kind geliefd ben en bemind, vrijgekocht en verlost. En gebruik mij dan Vader om de geest van slavernij te verdrijven. In mezelf en om me heen en zo ruimte te scheppen voor uw heerschappij, uw koningschap. In mijn huis, mijn leven en in de wereld om me heen. In de machtige naam van Jezus.

Leessuggestie: My Utmost to His Highest, Oswald Chambers (in het Nederlands: Geheel voor Hem)

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie