It takes a village to raise a child (Handelingen 16, 2 Tim.1)

(Handelingen 16:25-34; 2 Timoteüs 1:1-5 – luisterlied: Houd vol, Kees Kraaijenoord)

Olifanten behoren tot de meest intelligente dieren op aarde. Ze worden gemiddeld wel 50 tot 70 jaar oud en onderhouden met elkaar sterke levenslange banden. Met name de olifantenvrouwtjes leven met hun jongen in de meest hechte gemeenschappen van het dierenrijk. Zo’n familiegroep kan uit 15 olifanten bestaan en het bijzondere is dat de volwassen olifanten elkaars kleintjes verzorgen en beschermen. Ze brengen samen tijd door, passen samen op, helpen elkaar en zorgen er met elkaar voor dat de jonge olifanten leren deel te worden van de kudde en daarin steeds meer hun eigen plek kunnen innemen. Olifanten begrijpen het principe: Er is een dorp, een kudde voor nodig om een kind op te voeden.

Het is een oud Afrikaans spreekwoord. It takes a village to raise a child. Zo werkt dat in Afrika vroeger en nog steeds. Kinderen opvoeden doe je als gemeenschap. Een Afrikaanse antropologe uit Uganda vertelt ergens: Als klein meisje moest ik ’s morgens met andere meisjes drinkwater halen voor een aantal families. Op een morgen gingen we met de hele groep zwemmen op dezelfde plek waar we drinkwater moesten halen. Een vrouw uit het dorp zag ons daar halfnaakt in het water spartelen. Ze riep ons naar de kant en gaf ons er flink van langs. Nam onze kleren in beslag en bracht die naar onze ouders zodat we thuis nog een keer de volle laag kregen. Deze vrouw voelde zich even verantwoordelijk als de ouders voor het drinkwater en ook voor de opvoeding van de kinderen. En het was in die gemeenschap volstrekt normaal dat ze meteen ingreep. Er is een dorp voor nodig om een kind op te voeden.

Ina en ik hebben dat jarenlang van nabij meegemaakt. In Antwerpen trokken we intensief op met een gemeenschap van Assyrische vluchtelingen. Zij zijn  weggevlucht uit Oost-Turkije en letterlijk met hun hele dorp neergestreken in Antwerpen-Noord. Tientallen families, honderden mensen inclusief de structuur van dorpshoofden en stamoudsten. Wijsheid en levenservaring is altijd voorhanden omdat opa’s en oma’s vaak in hetzelfde huis woonden of om de hoek. En in deze Assyrische gemeenschap wordt veel energie gestoken in het in stand houden van hun oorspronkelijke identiteit. Ieder kind leert van jongsaf de Assyrische taal en gewoonten. Wordt ingewijd in de geschiedenis van hun geboortedorp en de geschiedenis van het Assyrische volk door de tijd heen. Grote feesten werden nadrukkelijk op traditionele wijze gevierd. Veel, zo niet alles staat in deze gemeenschap in het teken van het in stand houden en doorgeven van hun identiteit die zij zo wezenlijk en kostbaar vinden dat zij die ten koste van alles willen bewaren en doorgeven. Er is een heel dorp voor nodig om een kind op te voeden

Vooraanstaande pedagogen als Wim ter Horst en Micha de Winter pleiten er al langere tijd voor om meer aandacht te geven aan de rol van de gemeenschap bij de opvoeding. De rol van de gemeenschap is minstens zo groot als die van ouders. Je kunt daarbij denken aan wat kinderen meekrijgen in de wijdere familiekring, op oppasadressen, in de buurt en op straat. Op school, de sportclub, via tv, sociale media en noem het maar op. En in dat geheel van invloeden neemt de kerk een eigen plaats is.

It takes a village to raise a child. Dat geldt zeker ook voor geloofsopvoeding. We zongen uit psalm 78 over het doorgeven van wie God is van generatie op generatie. In psalm 78 vers 3 en 4 onberijmd staat het zo:We hebben het gehoord, we weten het, onze ouders hebben het ons verteld. We willen het onze kinderen niet onthouden, we zullen aan het komend geslacht vertellen van de roemrijke, krachtige daden van de Heer, van de wonderen die hij heeft gedaan. En in die eeuwenlange keten van verhalen staan ook wij als ouders en als gemeente met onze kinderen als we ons kind of kleinkind op schoot hebben en het een verhaal uit de Bijbel voorlezen en het kind leren om te praten met God.

Maar minstens zo belangrijk als het voorlézen is het voorléven van het geloof. Woorden wekken maar voorbeelden trekken. Kinderen weten het, proeven het of we dat geloof waar we hen over vertellen zelf ook echt leven. En om echt ingewijd te worden in geloof hebben kinderen gidsen nodig van wie ze kunnen leren hoe je dat doet in de wereld van vandaag. Op God vertrouwen in alle gewone dingen Jezus volgen ook als dat ongemakkelijke keuzes vraagt. Ieder kind heeft geestelijke ouders nodig.

En hoe meer verschillende voorbeelden onze kinderen om zich heen zien van mensen die ieder op een eigen manier iets van Gods goedheid liefde en wijsheid belichamen, hoe steviger het kind ook zelf kan gaan wortelen in een leven van geloven, hopen en liefhebben. Hoe waarschijnlijker het is dat ons kind Ook zelf met overtuiging en volharding de weg van het geloof zal gaan en blijven bewandelen.

Er is een dorp voor nodig om een kind op te voeden. Ik denk dat Lukas de evangelist het met deze uitspraak eens zou zijn. Voor hem is geloven echt iets dat je samen doet. Keer op keer valt bij Lukas het woord huis of huisgenoten. Als Jezus in Lukas 8 een bezetene geneest en de man bij Jezus wil blijven zegt Jezus uitdrukkelijk: ga terug naar je huis, en vertel alles wat God voor u gedaan heeft. Als Zacheus Jezus heeft ontmoet in hoofdstuk 19 noteert Lukas uit de mond van Jezus de volgende uitspraak: vandaag is dit huis redding ten deel gevallen. Zacheus is gered, en daarmee begint er voor zijn hele huis een nieuw leven.

En ook in het tweede boek dat Lukas schreef: Handelingen, komen we dat principe steeds opnieuw tegen. Of het nu is bij de hoofdman Cornelius, bij Lydia de purperverkoopster of zoals we net lazen bij de gevangenbewaarder in Filippi. Het geloof van de enkeling brengt een zegen met zich mee voor het hele huis. En vaak worden daarom ook alle huisgenoten op zo’n moment gedoopt. En wordt het geloof iets dat het hele huis gaat bepalen en kleuren. Bij de uitdrukking ‘huis’, in het Grieks ‘oikos’ moeten we denken aan een vader, moeder en kinderen, maar ook aan andere inwonende familieleden zoals grootouders, ooms, tantes en ook anderen die dagelijks in en om het huis verbleven zoals bedienden en soms ook Romeinse soldaten die waren ingekwartierd.

Op andere plaatsen in het Nieuwe Testament wordt het principe van je huis, je oikos wat verbreedt. Je kunt ook gevormd worden door mensen met wie je niet letterlijk in één huis woont. Maar in wie je wel iets hebt geproefd van wat geloven is. Mensen die een indruk op je ziel hebben achtergelaten. Mensen van vroeger, mensen van nu. Ze maken dan deel uit, zegt de Hebreeënbrief, van je persoonlijke wolk van getuigen. Van de week hebben we met de doopouders wolken van getuigen ingevuld. Daar echt concrete voor- en achternamen geschreven van mensen van wie we iets geleerd hebben van geloven, hopen liefhebben. Indrukwekkend om al die namen te zien staan.

Er is een dorp voor nodig om een kind op te voeden. Iets van deze gedachte vinden we ook terug in het begin van de tweede Timoteüsbrief. Paulus schrijft er dat hij zelf net als zijn voorouders God met een zuiver geweten dient. En als hij aan Timoteüs denkt, ziet hij Timoteüs ook in zo’n familielijn staan. Het oprechte geloof van grootmoeder Loïs dat ook is gaan leven bij moeder Eunike en dat Timotëus nu ook heeft. En Paulus noemt deze Timotëus in vers 2: zijn geliefd kind, hij denkt aan zijn tranen, hij verlangt er sterk naar hem terug te zien. En de brief is een krachtig appél op Timotëus om met overtuiging en bezieling voor God te leven.

Je bent een gezegend mens als je in je leven zulke mensen om je heen hebt of hebt gehad, geestelijke vaders en moeders die in jou investeren. Je bent een gezegend mens als jezelf op jouw beurt heel bewust en gericht investeert in de diepte van die ene mens, klein of groot, die je hebt ontvangen als een geestelijke zoon of dochter, broer of zus. Dat wat je zelf hebt mogen ontvangen en leren vruchtbaar maakt in het leven van anderen. Een mooie vraag om vandaag mee te nemen. Misschien ook om er met God over in gesprek te gaan: Heer, voor wie mag ik de komende tijd zo’n geestelijke vader of moeder zijn? Laat het me maar zien, breng hem/haar maar op mijn pad.

Deze kinderen zullen ze in hun leven keihard nodig hebben. Een oikos, een huis, een wolk van getuigen, geestelijke vaders en moeders, levende voorbeelden. Want de Bijbel zegt spreekt dan wel over omringd worden door een wolk van getuigen, wij en ook onze kinderen worden dagelijks ook omringd door heel andere wolken die ons wegvoeren van God. Wolken van mensen die eigenlijk leven zonder God. Wolken van prikkels en boodschappen om je te verliezen In een plat en vlak leven waar alles draait om wat leuk is en fijn. Een leven zonder verdieping, zonder idee waarom je op aarde bent. En de vraag is: welke wolk, welke invloedssfeer brengt u met u mee? Wat gaat er van u, jou en mij uit. Wat gaan deze kinderen proeven en lezen als ze u en mij gaan leren kennen en meemaken?  Een wolk van stress, versnippering, vermoeidheid, geprikkeldheid? Een wolk van altijd maar meer: meer werk, meer succes, meer geld? Of is er de wolk van vruchten van de Geest: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.

Er is een dorp voor nodig om een kind op te voeden. Zo maken we bewuster en nadrukkelijk gebruik van de wijze kennis en geloofservaring van oudere generaties. En putten we uit een soort van collectief geheugen. We hebben het wel eens over het geheugen van een olifant. In Tanzania was in 1993 sprake van een enorme droogte. Veel dieren, ook olifantenkuddes, overleefden dit niet. Opmerkelijk genoeg waren er ook familiegroepen, kuddes die wel wisten te overleven. Hun geheim was dat met name de oudere leiders zich waterplaatsen herinnerden uit een eerdere droogteperiode ruim dertig jaar eerder.

We leven in en tijd van snelle veranderingen En voeden onze kinderen op met heel andere vragen en uitdagingen dan die waar onze ouders en grootouders voor stonden. Toch is het een teken van dwaasheid als je denkt dat je daarmee de wijsheid en geloofservaring van geestelijke leiders, vaders, moeders niet nodig zou hebben. Zij weten de weg naar oudere, beproefde bronnen die we hard nodig zullen hebben en houden in tijden van geestelijke droogte.

Beste doopouders, ik las van de week online over opvoedstress. Veel jonge ouders houden hun opvoedperikelen liefst achter hun eigen voordeur. Vaak uit verlegenheid, onzekerheid, schaamte. En je kind bovendien opvoeden en inwijden in geloof kan je dan gemakkelijk als een extra last er bovenop gaan ervaren. Ik wil jullie vanmorgen bemoedigen. Jullie hoeven het allemaal niet alleen te doen. Vele vorige generaties gingen jullie al voor. En vandaag is er een hele geloofsgemeenschap om jullie heen die vanmorgen heeft uitgesproken om deze weg samen met jullie aan te gaan. Maak er gebruik van, bijvoorbeeld komende dinsdag op de avond over geloofsopvoeding. Schrijf je zelf na de zomer in voor belijdeniscatechese of gaan meedoen aan een cursus of kring. Zorg dat je verbonden bent en blijft en investeer in vriendschappen met diepgang. Want: er is een heel dorp voor nodig om ook jou kind op te voeden voor God. Amen.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie