Het fotomodel en de non (preek Lukas 3,22)

‘Jij bent mijn geliefde zoon, in jou vind ik vreugde.’ (Lukas 3,22b) (luisterlied: God of the moon and stars – Kees Kraaijenoord; spiegelverhaal: stip of ster?; gespireerd door de klassieke preek The life of the beloved – Henri Nouwen)

Kent u het TV-programma Bad habits, Holy orders? Het programma draait om vijf jonge mooie vrouwen. Het zijn fotomodellen, danseressen en vloggers. In hun dagelijkse leven zijn ze op een extreme manier bezig met de buitenkant van hun leven, met hun uiterlijk, hun looks. Om er mooi en aantrekkelijk uit te zien schuwen ze geen middel. Ze zijn dagelijks druk met extensions en fillers, plakwimpers en kunstnagels, botox, pruiken en dikke lagen make-up. Deze dames zijn ook heel actief op social media. Ze zitten vastgeplakt aan hun smartphone en hun humeur is één op één verbonden met het aantal likes en de reacties op hun laatste sexy foto.

Deze vijf glamourgirls komen tot hun verbijstering terecht in een klooster. Het is een orde van Karmelieten die bekend staan om hun eenvoud, soberheid en nadruk op stilte. Het is een complete clash van levensstijlen en levenshoudingen. De gebruinde modellen met hun bontjassen, skinny jeans en rolkoffers versus de nonnen met hun bleke gezichten, grote brillen en vormloze gewaden. Leven voor je figuur, je lijf, je huid, je haar, je vormen, je imago, je zelf versus leven met aandacht voor de binnenkant van je leven, je ziel, je geloof, je roeping ook om er te zijn voor de ander. De dames moeten hun smartphones inleveren en dwalen verbijsterd rond in het klooster dat aanvoelt als een compleet andere planeet waar het in plaats van selfies maken, filmpjes posten en likes scoren draait om de dagelijkse gebeden, het gezang, stilte en inkeer en tijd om de ander te dienen ook buiten het klooster.

Ik heb de hele reeks op één avond bekeken met mijn vrouw en dochter. In het begin zit je je te verbazen over hoe extreem deze meiden zijn. En als brave christelijke kijker komt al snel de moralist in je naar boven. Maar na een poosje besefte ik dat het programma ook over mij gaat, over ons. Over de vraag waar ik zelf voor leef. Voor de buitenkant of de binnenkant? Voor mezelf en wat mensen van me vinden, of voor God en voor de ander? Wat vooral indruk maakte op me is de houding van de nonnen. Het is ook voor hen een heftige botsing met een andere wereld. En de schoonheid van deze vrouwen zou hen gemakkelijk onzeker hebben kunnen maken. En van daaruit zou het begrijpelijk zijn als er in hun houding iets te proeven zou zijn van afkeuring en oordeel. Maar ze stralen in hun hele manier van zijn alleen louter liefde uit. Onvoorwaardelijke liefde, aanvaarding, omarming, bevestiging.

In hun terugblikken op hun ervaringen in het klooster toonden de modellen zich verwonderd over het feit dat er bij de nonnen geen oordeel was. Deze nonnen verkijken zich niet op de glitters en de glamour maar hebben er doorheen gekeken naar de mens erachter. Tegen het einde van hun verblijf in het klooster is er een uur van gebed in de kapel. En dan danken de zusters God voor ieder van deze vrouwen in heel persoonlijke omschrijvingen van wie zij van binnen zijn. Bij het exit-gesprek met moeder overste krijgt ieder van hen een profetisch advies mee, een woord van wijsheid dat deze vrouw ontving in de stilte met God en die ze nu mee geeft voor de toekomst. En deze momenten in de kapel en bij het afscheidsgesprek leken deze vrouwen diep te raken, het ontroerde mij zelf ook. Want is dat niet waar ieder mens naar hunkert. Dat je je gezien weet, gekend, aanvaard en bevestigd. En als je dat ontvangt, dan kun je ook anders de wereld in gaan. Minder bezeten bezig met wat je bezit en verzamelt en hoe anderen je zien. Wat meer ruimte om te zijn wie je bent en daar iets van te delen met de ander.

Wie ben ik? Dat was de vraag waar dit hele programma om draaide. Wie ben ik? Dat is een van de grootste vragen waar het in ons leven om gaat. Wij mensen proberen op deze vraag allerlei antwoorden te vinden. Bijvoorbeeld: ik ben wat ik doe. Wat ik heb bereikt en gepresteerd. En als ik successen meemaak en de wind in de zeilen heb dan levert dat een positief beeld op, voel ik me echt iemand. Maar als het tij keert, de wind omslaat en dingen tegenzitten kan ik mezelf zomaar wijs maken dat ik niets voorstel, een nul ben. Nu we het toch over tv-programma’s hebben, in Boer zoekt vrouw zat dit seizoen boer Marnix en ik herinner me dat zijn huis werkelijk bezaaid was met allerlei zilveren bekers en oorkondes. Trofeeën die hij gewonnen had. Zijn trofeeënkast is een afspiegeling van een neiging die in ieders leven voorkomt: ik ben wat ik doe.

Een ander antwoord op de vraag ‘wie ben ik’ is: ik ben wat ik heb. De dingen die ik bezit, waar ik de eigenaar van ben, ze kunnen zo belangrijk worden in mijn beleving, dat ik er mee samenval. Mijn uiterlijk, mijn talenten, mijn auto, mijn huis, mijn kinderen en hoe ze het doen. Het zijn stuk voor stuk zaken die we noemen als je aan een onbekende iets vertelt over wie je bent. Je hebt het misschien wel eens meegemaakt: dat je jezelf mocht voorstellen aan een groep aan de hand van je sleutelbos. En zo elkaar identificeert aan de hand van je auto, huis, motor, boot, kluis etc. Ja, als je weer eens naast of tegenover iemand zit en kennis maakt wat zijn dan de dingen die je als vraagt? Wat doe je? Wat heb je? Of heb je je daarvoor al laten leiden door wat andere mensen van die persoon vinden?

Een derde antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’ kan zijn: ik ben wat anderen zeggen. Mijn imago, hoe ik overkom, wat anderen van mij vinden, dat is bepalend voor wie ik ben. En het gekke daarbij is dat negatieve stemmen blijven hangen. Je kunt overstroomd worden met lof, waarderingen complimenten maar je kunt soms bezig zijn met die dat ene geluid van afwijzing dat door je ziel kan snijden en dat je je nog tijdenlang blijft herinneren. En hoe dichterbij mensen bij je staan, hoe meer ze je kunnen bezeren. Wat anderen van me zeggen, het doet er toe, het telt mee maar het kan niet bepalend zijn voor wie ik ben. Daarvoor is het te grillig, te kwetsbaar. Vandaag roept men ‘Hosanna’, en morgen ‘kruisigt hem’.

En hoe werkt dat tussen ouders, kinderen en kleinkinderen? Kinderen en kleinkinderen proeven van jongs af aan wat telt. Vertellen we elkaar in onze huizen vooral succesverhalen? Gaat onze energie zitten in het tonen van onze trofeeën? En blijft het ongemakkelijk stil als er iets zichtbaar wordt van verlies, van gebrokenheid, kwetsbaarheid, verlies? Bewonderen we mooie comfortabele huizen, glanzende auto’s En kan iemand die dat allemaal niet heeft ook nog iets voorstellen? Luister eens een poosje naar welke verhalen rond gaan in jouw huis of in jouw werkomgeving. Hoor je vooral buitenkant of ook binnenkant? Zijn het toch veel successtories of zijn er ook verhalen over zegen? Valt wat je hoort in de categorie hebben of zijn? Wat gebruiken mensen als invalshoek op de vraag: wie je bent? Je bent wat je doet? Je bent wat anderen zeggen? Je bent wat je hebt?

Vanmorgen lezen we uit het Lukasevangelie. Over Jezus die ook wel de Mensenzoon wordt genoemd. Lukas vertelt in de eerste hoofdstukken dat in Jezus. God zelf op een unieke, nieuwe manier onder de mensen is. Hij is zeg maar de nieuwe mens, de mens 2.0. Je zou kunnen zeggen: als een kernvraag in ons leven is : wie ben ik? Dan geeft Jezus op deze vraag het antwoord van God zelf. En dat roept hij niet vanuit de hoge hemel op afstand. Nee, dat leeft hij uit op aarde, in een mensenleven, als een van ons. Hij dompelt zich onder in het menselijk bestaan.

Letterlijk en fysiek doet hij dat door zich net als alle anderen te laten onderdompelen in de Jordaan. Lukas vertelt dat Jezus daarmee gewoon aanschuift in de rij van zonderen: En het geschiedde, toen al het volk gedoopt was, ook Jezus gedoopt was. En dan gaat boven hem de hemel open, daalt de Heilige Geest op hem neer. En is daar een stem uit de hemel die zegt: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ Het is een krachtige en intense bevestiging van zijn identiteit. Zoals een goede Vader dat doet als zijn zoon begint aan een lange en riskante tocht in vijandig gebied: dan omarmt hij hem nog een keer en fluistert hem in het oor: wat er onderweg ook gebeurt met je, vergeet nooit: je bent mijn jongen, ik houd van je en ben zo blij met je.

Meteen daarna leidt de Geest Jezus in de woestijn. Hij is daar veertig dagen zonder eten of drinken. Hij worstelt daar met een levensvraag als: wie ben ik? En de Satan probeert hem te doen geloven in dat wat hij al zoveel mensen heeft doen laten geloven. Wie je bent? Je bent wat je doet. Laat zien dat je iets kunt en maak van deze stenen brood! Wie je bent? Je bent wat je hebt. Als je iets wil voorstellen, maak dan één kniebuiging voor me en ik geef je macht over alle koninkrijken en alle roem die daarbij hoort. Wie je bent? Je bent wat mensen zeggen. Als je er toe wilt doen werp je van de tempel, laat je opvangen door de engelen en de mensen zullen je liken en op handen dragen. En Jezus kan in dit alles terugvallen op zijn doop. Op de stem die diep in zijn ziel Gods ja heeft geschreven. En de Geest van het kindschap op hem heeft doen neerdalen.

Juist in het evangelie volgens Lukas zijn het de zegenende handen van de Vader die over allerlei gebroken mensen zijn en blijven uitgestrekt. Ook als ze zelf besluiten om onder die handen weg te gaan trekt de Vader zijn zegen niet in maar blijft hij wachten. Lukas vertelt hoe een bont gezelschap van hoeren en tollenaars juist die zegenende handen vinden en zich erdoor laten vernieuwen. Lukas vertelt over de zoon die een hele poos leeft alsof hij geen vader heeft tot hij eindelijk weer thuis komt en onder de zegenende handen van de Vader vrede vindt. Lukas beëindigt er zelfs zijn evangelie mee. Met Jezus die naar de hemel gaat. En het laatste wat we volgens Lukas van hem zien zijn zijn handen die hij zegenend uitstrekt terwijl hij van hen heengaat.

Vanmorgen zijn negen kinderen gedoopt. Is over hun leven hun identiteit uitgesproken: je bent van God. En jullie mogen je kinderen van daaruit opvoeden. Hen eraan herinneren dat ze niet van zichzelf zijn maar van God. Ruimte scheppen om die stem steeds opnieuw te laten klinken. Er zijn ouders die iedere dag hun kind zegenen. Even hun hand op hun hoofd leggen voordat ze gaan slapen. En ze bevestigen in wie ze mogen zijn als kind van God. Nog mooier is het als deze kinderen het ook aan hun ouders merken. Dat ze zich ook zelf steeds weer onder die zegenende handen plaatsen ruimte vrij houden voor die ene stem die hen bevestigt: jij bent mijn geliefde zoon, dochter. In jou vind ik vreugde.

Deze stem klinkt niet toevallig bij een doop. Bij uitstek een ritueel van afleggen, ondergaan, opstaan en aantrekken. Je oude leven afleggen en laten sterven in het water. En een heel nieuw leven aandoen, je laten bekleden. In de apostolische brieven komt dit beeld terug. Wij, zondige mensen zijn door genade en door geloof met deze Christus verbonden, mogen met hem sterven en opstaan. En in hem een nieuwe identiteit ontvangen, de stem horen die ook tot ons zegt: Jij bent mijn geliefde, in jou vind ik vreugde. Het is de stem van een God die alle mensen aan zijn hart drukt. Heiligen en twijfelaars, de priester en de junk, het fotomodel en de non. Hij houdt van ons zoals we zijn. Maar houdt teveel van ons om ons zo te laten. Wat een God!

Luister nu: God of the moon and stars – Kees Kraaijenoord

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie