Het evangelie van de doorns (Joh. 19:1-3)

(Lezen Johannes 19:1-3 – luisterlied: Chris Tomlin – Is He worthy?)

Koningspel is een populair spelletje in die dagen. Het spelbord is nog terug te vinden gekrast in oude vloerstenen in Jeruzalem. Een cirkel met allerlei hokjes en vakjes. Er worden dobbelstenen geworpen en wie in het vakje van de Spotkoning komt is ‘de sjaak’. Hij wordt uitgedost als koning en totaal voor paal gezet.

Zo doden Romeinse soldaten de tijd. Als één van hen op het vakje van de spotkoning komt maken ze Jezus tot Spotkoning. Noemt hij zich niet de “koning van de Joden”? Ze spelen na hoe de keizer paradeert als hij terugkeert na een militaire overwinning. Een slaaf houdt dan constant een overwinningskrans boven het hoofd van de keizer. Gouden laurierbladeren gedraaid tot een kroon. De keizer dan draagt een purperen mantel. Hij houdt een ivoren scepter vast. Zijn gezicht is rood geverfd.

Vandaag ben jij onze keizer Jezus? Jij bent de held van de dag. Ze hangen Jezus een mantel om van purper Duwen hem een riet in de hand. Vlechten voor hem een kroon van doorns en zetten die op zijn hoofd. Ze rukken de staf van riet uit zijn handen slaan ermee op zijn hoofd zodat de doorns diep in zijn hoofd worden gedreven en zijn gezicht rood kleurt van bloed. Ze vallen voor hem op hun knieën, buigen voor hem, roepen: Leve de koning van de Joden! Slaan hem in het gezicht en bespugen hem.

Maar met al hun wreedheid en gekkigheid en zonder er ook maar iets van te beseffen verrichten deze Romeinse soldaten intussen wel een profetische handeling. Door Jezus te kronen met doorns. Doorns staan in de Bijbel voor de vloek die over ons bestaan ligt. Al op de eerste bladzijden kiest de mens voor zichzelf. Wordt de aardbodem vervloekt. En sindsdien brengt ze doorns en distels voort.

De vloek die over ons bestaan ligt heeft allerlei ontwrichtende effecten. Er ontstaat een strijd met boze machten: geestelijke strijd. Er komt gebrokenheid in man-vrouwverhoudingen. Het bewerken van de aarde wordt met al die doornen en distels moeizaam en weerbarstig. En de vertrouwdheid en vriendschap met God raakt verstoord. De doorns staan symbool voor wat kapot is gegaan tussen mensen en God, tussen ons mensen onderling. En tussen ons mensen en de schepping.

De doorns staan voor de vruchteloosheid die sindsdien aan ons kan kleven. Dat het er in ons leven vaak niet van komt. God spreekt, maar wie luistert? God vraagt, maar wie doet het? Hij wil Geestkracht geven maar we ploeteren vaak in eigen kracht. Steeds kies ik voor mezelf. Speelt mijn karakter weer op. En komt het er vaak niet van. Is er al te vaak dat halfslachtige, dat lauwe, dat ten dele, dat ja, maar nu even niet. Vergeefsheid. Vruchteloosheid. Waardoor ik niet ten volle tot mijn bestemming kom.

Doorns staan ook voor gevolgen van zonde die in mijn leven schade hebben aangericht. Schade aan mijn zelfbeeld. Negatieve stemmen in mijn hoofd. Leugens waar ik een leven lang geloof aan hecht. Gevoel van minderwaardigheid. Van niet goed genoeg zijn. Nooit. Dat kan een doorn in je vlees zijn Wat lelijk en pijnlijk kan steken

Jezus neemt heel bewust de kroon van doorns op zich. Laat zich erdoor steken en haalt zo de angel er uit. Berooft de vloek van haar kracht. Zoals een ontsteking in je lichaam. Die moet uitwoeden, tot de troep, het vuil eruit is. Zo laat Jezus het kwaad uitwoedden als een verzengend vuur dat iedere waardigheid in Jezus verslindt tot er geen brandstof meer te vinden is en het van zijn kracht is beroofd

Een vloek is dat wat steekt. Wat mijn hart doet bloeden. Wat me niet loslaat en blijft achtervolgen. Berooft het van zijn kracht. Haalt de angel er uit. Zodat ik geen slachtoffer hoe te blijven. Geen slachtoffer van wat mij is aangedaan. Geen slachtoffer van mijn eigen foute keuzes. Dingen die mijn leven te veel beheersen en bepalen. Jezus draagt de doornenkroon, de mantel, de staf. Laat zich vastspijkeren aan een houten kruis en verbreekt zo de vloek die over ons bestaan ligt: Paulus zegt in Galaten 3,13: Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt. Dat is het goede nieuws van vanavond. Op Golgotha is de vloek verbroken! Mijn leven hoeft niet langer te worden bepaald door de leugens waar wij soms een leven lang in geloven. De man met de doornenkroon legt de basis voor een leven geworteld in aanvaard zijn, geliefd zijn, kostbaar zijn. Waarin de doorns niet langer verstikkend werken. Maar er ruimte is voor groei, vrucht, zegen. Jezus doorbreekt de vruchteloosheid daar waar ik hem als heer van mijn leven aanvaardt.

En wat betreft de Romeinse soldaten met hun gebral en gekkigheid. Zij zijn niet degenen die het laatst lachen. De hele klucht met de doornenkroon is heel precies en inclusief alle pijnlijke details opgenomen in het evangelie van Jezus. En dat wonderlijke verhaal van de man met de doornenkroon verspreidt zich als een lopend vuurtje door het hele Romeinse rijk tot in Rome toe. En het ongelofelijke gebeurt in het jaar 324 als Keizer Constantijn christen wordt. En daarmee buigt het hele Romeinse rijk voor de spotkoning met zijn kroon van doorns.

Daar, in Rome, is een oude afbeelding gevonden. Uit de tijd dat er nog maar een handjevol christenen is. Volgelingen van Jezus worden in die dagen bespot en verguisd net als Jezus met zijn doornenkroon. De afbeelding in Rome toont een figuur die gekruisigd is, hij heeft de kop van een ezel. En links ervan staat een kleine figuur met zijn handen omhoog. En daarbij staan de woorden gekrast: Alexamenos aanbidt zijn God.

Het is een spotprent, een cartoon. Want wie aanbidt er nu een gekruisigde? En welke ‘ezel’ laat zich nu kruisigen? Wat voor een God is dat dan? En dat is eigenlijk heel goed gezien. Het evangelie van Jezus is een heel wonderlijk en zelfs absurd en ongelofelijk verhaal.

De Heer van alle heren die de voeten wast van zijn leerlingen. De Allerhoogste die de hele kosmos draagt, die de stad binnenrijdt op een ezeltje. De Koning der koningen die gekroond wordt met doorns. De Redder van de wereld die wordt verheven tot majesteit aan een ruwhouten kruis.

Kerkvader Tertullianus heeft eens gezegd: Ik geloof omdat het absurd is. Let op: hij zegt niet: ik geloof ondanks dat het absurd is. Maar: ik geloof omdat het absurd is. De bekende C.S. Lewis is dat met hem eens. Hij schrijft ergens: één van de redenen waarom ik christen ben is dat het een godsdienst is die je niet had kunnen raden. En dat was ook het geval met die Alexamenos en zijn gekruisigde God. Vlakbij deze spotprent is nog een inscriptie gevonden met daarin diezelfde naam: Alexamenos. Het is een kort statement die zoiets betekent als: Alexamenos vertrouwt erop. Het klinkt als een antwoord. Alsof deze Alexamenos de spotprent heeft gezien van de gekruisigde met de ezelskop en terugschrijft: het mag absurd zijn en dwaas, maar ik doe het er mee, ik vertrouw er op.

Laten wij dat vanavond ook doen. Ons hart geven aan deze wonderlijke koning. Zijn banden brengen ons vrijheid. Zijn striemen brengen ons genezing. Zijn doorns brengen ons zegen. Zijn bloed brengt ons vrede. Zijn dood brengt ons leven. Hij stierf voor mij, ik leef voor Hem. Laten we een moment nemen van stilte voor verootmoediging, toewijding en vernieuwing van onze band met Jezus.

 

 

 

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie