Het brood voor vandaag

(Mt 6:19-34 – luistertips: Kinga Ban – Vandaag; Trinity – May you have; Bart Peeters – Brood voor morgenvroeg)

‘Geef ons heden ons dagelijks brood, én één voor in de vriezer.’ Het is een regel van Rikkert Zuiderveld. En je proeft er het ongemak in, de zelfspot. Geef ons heden ons dagelijks brood, en eentje voor in de diepvries graag.

Bidden om dagelijks brood? Tja, ik heb vrijdag de weekendboodschappen weer gedaan en eigenlijk al voor de hele week brood in huis. Mijn voorraadkasten zijn sowieso goed gevuld. Ik ben ook prima verzekerd trouwens, heb uitzicht op een prima pensioen. Uw hypotheek is voor een heel stuk afgelost en hebt vast wat spaarcentjes achter de hand als buffer voor tegenvallers, als appeltje voor de dorst. En dan leert Jezus ons bidden: Geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben. Dat hebben we toch eigenlijk zelf al prima geregeld? We werken er zelf hard voor en hebben onze zaakjes voor elkaar. Alles onder controle? Alles onder controle..

Het is sowieso een aparte regel in het Onze Vader. Ik bedoel: moeten we het na dat verheven grootse begin over Gods naam, Gods koninkrijk, Gods wil echt hebben over de boterham op mijn bordje? Okay, dat het gaat over onze schulden en onze verzoekingen snap ik. Maar kom op: onze dagelijkse boterham? Is dat niet te triviaal, te aards, te klein, te gewoon?

Deze gedachte kon ook de eerste generatie christenen bekruipen. Ook toen waren er die vonden dat we ons als christenen niet zouden moeten bezig houden met aardse zaken die immers vergankelijk zijn en voorbijgaand. Belangrijker dan het lichaam is toch de ziel. Laten we ons onthechten, losmaken van het stoffelijke en aardse en gericht zijn op wat blijvende waarde heeft. Het eeuwige, het hemelse, het geestelijke

Er was in die eerste eeuwen iemand als Marcion die langs deze lijnen dacht en het daarom tijd vond voor een Bijbel 2.0. Het hele Oude Testament haalde hij er uit. Een God die mensen vooral zegent met veel kinderen en een lang leven in een land van melk en honing. Dat kan nooit de ware God zijn. Die is te aards, te plat. En in het Nieuwe Testament moest er ook wel wat worden bijgeschaafd vond deze Marcion. Als God in Lukas 10 Heer van hemel en aarde wordt genoemd verandert Marcion dat in Heer van de hemel. Verzen over God die zou zorgen voor musjes en bloemen schrapt hij. Daar kan God zich toch niet mee bezig houden. Kom op zeg. En het gebed: geef ons heden ons dagelijks brood wordt bij hem: Geef ons elke dag Uw brood. Een gebed dat dan vooral zou verwijzen naar Jezus als het brood van het leven.

Marcion wordt al snel als een ketter beschouwd maar zijn neiging tot vergeestelijken werkt wel door. Ook andere kerkvaders zoals Augustinus zagen deze regel uit het Onze Vader toch vooral als een gebed om het brood van God dat we ontvangen in de Eucharistie, het avondmaal. En sindsdien is er altijd opnieuw de neiging om geloof toch vooral te verbinden met geestelijke zaken en niet met zoiets gewoons als de boterham op mijn bord. Om de werkelijkheid te verdelen scheiden in twee domeinennatuur’ en ‘genade’. Waarbij het domein van de genade natuurlijk ver uitstijgt boven het natuurlijke.

Dit dualisme kom je vandaag nog altijd tegen in verschillende jasjes in een moderne liberale uitleg van deze regel uit het Onze Vader las ik van de week bijvoorbeeld: bidt maar: geef ons heden het broodnodige. Dat is zelfvertrouwen, dat is dat je gezien wordt, gewaardeerd, er bij hoort. Maar ook in een bevindelijk of een evangelisch jasje kun je van geloof een soort van eigen wereldje maken. Een bubbel die los dreigt te raken van ons concrete dagelijkse en aardse leven. Het is dan vooral iets van een beleving, een gevoel, een flow die weinig tot niets meer te maken heeft met de boterham op mijn bordje.

Toch past een eenvoudige, nuchtere, concrete en aardse uitleg van deze gebedsregel helemaal in de lijn van dit gebed. We hebben de afgelopen weken gezien dat het er in die eerste gebedsregels steeds over gaat dat het goede leven dat God bedoelt gestalte krijgt hier in nu in deze wereld, op deze aarde. Uw vader zijn, Uw koningschap, uw heilige, goede wil zoals in de hemel zo ook op deze aarde. En die lijn van denken en bidden wordt daarna concreter en specifieker ingevuld in de daarop volgende gebedsregels. Dat er in een bezeten wereld verlossing, bevrijding zal zijn. Dat er in ons schuldig bestaan vergeving zal zijn. En dus ook: dat er op deze geschonden planeet vandaag te eten zal zijn voor alles wat leeft. Vandaar dus ook deze gebedsregel: geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.

Deze manier van bidden past helemaal bij Jezus zoals we hem leren kennen in het evangelie. Hij ziet de héle mens, met zijn geest, ziel en lichaam. Jezus predikte het evangelie en bevrijdde gebondenen. Maar als eerste teken van zijn glorie verandert hij water in wijn. En als de leerlingen zeggen: nou, wij hebben voor hun ziel gezorgd laten ze nu zelf maar naar de bakker gaan, daar gaan wij ons niet mee bezig houden, is het Jezus die ook voor hun hongerige magen zorgt en brood en vis vermenigvuldigt. En als hij het dochterje van Jairus uit de dood opwekt is het Jezus zelf die tegen haar moeder zegt: geef haar maar snel iets te eten, ze zal wel honger hebben.

Ons menselijk bestaan wordt aangevreten door twee vormen van kwaad. Een moreel, geestelijk kwaad: onze zonde, onze schuld En het gebed ‘vergeef ons onze schulden’ legt zich als een zegen over de armoede en de gebondenheid van onze ziel. Daarover volgende keer meer. Er is ook een stoffelijk, natuurlijk kwaad dat uitloopt op gebrek aan brood. Waardoor de bloeiende schepping die God bedoelde wegkwijnt, sterft. En het gebed om het brood dat we nodig hebben legt zich als een deken over al het gebrek van het lichaam.

Geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben. Juist in onze hoogontwikkelde, moderne tijd beginnen we ons te realiseren hoe op deze aarde alles met elkaar samenhangt en op elkaar in werkt. En zien we hoe desastreus de gevolgen zijn voor de mensheid als we dit fijngestemde ecosysteem, deze orde en balans verstoren, ontregelen. Oplopende temperaturen, stijgend water, extreme droogte, steeds heviger natuurgeweld. Er sluipt in de grondhouding van ons mensen al snel iets van pakken en graaien, van nemen en bezitten, van eruit persen wat er in zit, van kramp en stress en angst. Jezus reikt ons in onze gebedstaal een ander woord aan: gééf.. Geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben

Door ons deze gebedsregel aan te reiken nodigt Jezus ons uit om onszelf en dit bestaan te leren bezien in het juiste perspectief. Ons te realiseren dat ons levensonderhoud altijd aan een zijden draad hangt. Zo autonoom is de mens helemaal niet. Ons past nederigheid en bescheidenheid. Ik kan mijn leven zelf niet in stand houden. Heb niet zoveel onder controle. Ben van zoveel en zovelen afhankelijk en uiteindelijk en ten diepste geheel afhankelijk van mijn hemelse Vader. Hoeveel we ook denken in onze greep te hebben, er blijft iets van een geheimenis, een wonder dat de aarde ons draagt en voedt. En dat geheim, dat mysterie van het leven, dat kent alleen God die de aarde heeft gemaakt en haar draagt en onderhoudt.

Geef ons… stralen wij uit dat we ons brood ontvangen? Of nemen we het toch vooral. Grijpen we het en pakken we het. Is er in onze grondhouding sprake van verwondering en eerbied. Zoals je die ziet bij jonge ouders in de manier waarop zij hun kostbare kindje vasthouden en verzorgen. Ik was pas een weekend in een Benedictijns klooster waar de maaltijden in stilte plaatsvinden. Het heeft iets ongemakkelijks en onwennigs. Eten zonder ook maar een woord te zeggen. Maar na enkele maaltijden realiseerde ik me dat ik veel meer aandacht begon te krijgen voor de eenvoudige boterham met een plak kaas die ik at. Die aandacht voor ieder afzonderlijk moment is iets wat juist de Benedictijnen bewaren en uitleven. Het was dat weekend te merken aan alle dingen. Zoveel zorg en aandacht als er was besteed aan de inrichting van de ruimtes, de tuinen om het klooster. Het geestelijke en het aardse kregen daar beiden alle aandacht. De gebedssamenkomsten waren tot in de puntjes voorbereid. Maar toen de gastenbroeder de biertjes zag die we in de koelkast hadden gelegd voor de late avond, gaf hij ons geen berisping: zo van, moet dat nu in dit klooster? Nee, hij gaf ons een paar prachtige bierglazen zodat we tenminste in stijl zouden kunnen genieten van een goed glas bier. En ’s avonds schoof diezelfde broeder even aan en dronk een glas mee.

Geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben. Het is niet zozeer een gebed om kant en klaar brood dat rechtstreeks uit de hemel zou regenen, zoals ooit het manna. Nee, we bidden om omstandigheden, condities waardoor we in staat zullen zijn om zelf aan dat brood te kunnen komen. Om de voortgang van de schepping. En om de gezondheid en de gelegenheid om ieder op een eigen manier ons brood te kunnen verdienen. En ook de gezondheid om dat brood tot me te kunnen nemen en er voeding, kracht en energie uit te ontvangen. Hoe vol mijn vriezer ook moge zijn en hoe goed ik mijn zaakjes op orde heb. Iedere boterham die ik eten mag is niet vanzelfsprekend, er zit iets in van een wonder waar ik niet over beschik.

Geef ons.. Ons, uw schepselen, alles wat ademt en leeft in uw goede schepping dat er leven en voeding zal zijn, geen tekort, geen stagnatie. Geef ons.. Ons, de mensen op deze aarde waarvan er zovelen leven onder het bestaansminimum en ’s morgens werkelijk niet weten of er die dag voldoende eten voor hen zal zijn. Mensen zonder een gevulde vriezer. Mensen ontheemd en op de vlucht. Mensen in oorlogsgebieden en hongersnoden. Hoor de mensen roepen Heer, geef ons het brood dat we nodig hebben

Let op dat ene woordje ‘vandaag’. Geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben. Wij, met onze volle vriezers en eindeloze buffers, Laten onze levensvreugde en vrede vaak vergallen door duizend zorgen van morgen. Maar Jezus leert ons om per dag te leven. Op de schaal van één dag te proberen te leven van wat God geeft. Vandaag heb ik u nodig Heer, in alle dingen met mijn volle vriezer en al mijn kennen en kunnen. Heer, als U uw vaderhand terugtrekt uit ons leven, we zouden helemaal nergens zijn. En morgen, morgen zal ik u weer vragen om wat ik dan weer nodig zal hebben.

Geef ons vandaag het bróód dat we nodig hebben. Er klinkt ook iets in door van eenvoud, simplicity. Niet: geef ons vandaag het gebak, de taart die we nodig hebben. Nee, eenvoudig, voedzaam brood. Er zit in Bijbelse levenskunst een mooie balans. Er zijn dagen en tijden om uitbundig te genieten van het overvloedige leven dat de goede Herder voor zijn schapen bereidt. En tegelijk zit er ook wijsheid in matigheid en zelfbeheersing die in Galaten 5 wordt genoemd bij de vruchten van de Geest.

Twee weken geleden citeerde ik Oswald Chambers. Hij zei: Veel eerder dan dat gebed dingen verandert, verandert gebed mij, en dan verander ik dingen. Als we deze uitspraak leggen naast de vierde regel uit het Onze Vader, betekent dit wellicht dat Jezus met deze zin van gulzige, zelfzuchtige, losgeslagen wezens weer mensen wil maken. Gewone, natuurlijke, liefhebbende. Ruimhartige, genereuze mensen. Er is geen tegenstelling tussen natuur en genade. Gods genade bedoelt maar één ding: de natuur herstellen. Wie deze regel bewust bidt: geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben, bidt dus eigenlijk ook: mogen wij zelf brood worden Heer, brood voor alles wat u geschapen hebt. Maak ons tot brood, tot een zegen voor deze aarde. Breek mij steeds als brood in uw handen. Breek mijn zelfzucht, mijn hebzucht, mijn egoïsme en leer mij elke dag van alles waar u mij mee zegent. Ruimhartig te delen en zo bij te dragen aan zorg en bloei voor alles wat U geschapen hebt.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie