De herinneraar (preek Jozua 4)

(Lezen Jozua 4 – luisterlied ‘Nog één rivier’ – Matthijn Buwalda)

Naftali was eeuwen geleden rabbijn in het Poolse stadje Ropshitz (Ropczyce). Het was in die tijd gebruikelijk dat huizen en bezittingen van de rijken ’s nachts werden bewaakt door nachtwakers. De oude rabbi Naftali maakte eens een avondwandeling door het bos. Toen de avond al was gevallen en het donker was geworden keerde hij door de rijke buurt terug naar de stad. Een nachtwaker zag vanuit het bos een gestalte dichterbij komen en hield hem staande. Toen hij dichterbij kam en bij het licht van zijn gaslamp zag dat het de rabbijn was verontschuldigde hij zich.

De rabbijn glimlachte en vroeg: voor wie werk je vanavond? De bewaker noemde de naam van de familie wiens huis hij bewaakte en stelde toen diezelfde vraag terug: en U rabbi, voor wie werkt U vanavond? Deze vraag trof de rabbi en bracht hem uit zijn evenwicht. Hij deed een paar stappen naar achteren en stamelde toen beschaamd: als ik eerlijk ben, werk ik op het moment voor niemand.

De rabbi liep langzaam en in zichzelf gekeerd verder maar even later keerde hij terug naar de nachtwaker en vroeg hem: zeg, zou je voor mij willen werken? De nachtwaker keek de rabbijn verbaasd aan: Ik? Voor U werken? Ik ben een eenvoudige nachtwaker? Wat weet ik nu van rabbi’s, van geloof en dat soort zaken? Wat ik doe is beschermen wat mijn werkgever belangrijk vindt. Wat denkt u dan dat ik voor u zou kunnen betekenen?

Precies wat je nu zegt beste vriend, zei de rabbi. Beschermen wat voor mij belangrijk is en kostbaar. Mijn kostbaarste bezit is mijn ziel. En om haar niet te verliezen moet ik God dienen. Maar, zei de nachtwaker, wat zou dan precies mijn taak zijn? Wel, zei de rabbi, jouw taak wordt ‘herinneraar’. Elke dag is het jouw taak om mij te herinneren aan wie ik dien. Vanaf die dag trad de eenvoudige nachtwaker in dienst van de rabbi. En vervulde hij de wonderlijke taak van herinneraar.

Wij mensen zijn kennelijk nogal kort van geheugen en hebben ‘herinneraars’ echt. Herinneraars die beschermen wat te kostbaar is en te belangrijk om kwijt te raken. En als je goed om je heen kijkt kom je op veel plaatsen zulke herinneraars tegen. Voorwerpen in en om je eigen huis. Een foto, een sieraad, een symbool met een verhaal, met een bijzondere betekenis. En ook in het publieke domein zijn ze er volop. Monumenten, standbeelden, gedenkstenen die de voorbijganger herinneren aan iets kostbaars, iets wezenlijks.

Het meest indrukwekkende voorbeeld dat ik ken van zo’n herinneraar is Yad Vashem in Jeruzalem. Het is een een park met allerlei monumenten en een museum bedoeld om de herinnering aan de holocaust en de 6 miljoen slachtoffers ervan levend te houden. Yad Vashem betekent gedenkteken. Het komt uit Jesaja 56,5 waar staat: Ik zal hun in mijn huis en binnen mijn muren een gedenkteken en een naam geven beter dan die van zonen en van dochters. Een eeuwige naam zal ik ieder van hen geven. Een naam die niet uitgewist zal worden.

Een wandeling door Yad Vashem is zo intens dat het je de rest van je leven zal bij blijven. Foto’s, beelden, stemmen, verhalen, namen, feiten, voorwerpen die pijnlijk herinneren aan de meest duistere kanten van ons mensen. Maar te midden van zoveel herinneringen aan duisternis en dood is daar ook de laan der rechtvaardigen waar de namen worden vermeld van mensen die het hart hadden om tegen de stroom in te bewegen en zich niet te laten leiden door angst maar door liefde, trouw, goedheid, genade, moed en hoop. En hun eigen leven waagden om zo Joodse medemensen te redden.

Bij de ingang van Yad Vashem staat een spreuk van Rabbi Israël Baal Sjem Tov de 18e stichter van het chassidische jodendom. Ballingschap wordt veroorzaakt door vergeten, in gedenken ligt het geheim van de verlossing. Er zit in deze uitspraak den diepe levenswijsheid verborgen die ook van toepassing is op ons leven als christen. De gedachte achter deze woorden is dat de belangrijkste bedreiging voor ons leven met God niet zozeer ligt in actieve ontrouw maar eerst en vooral in vergeetachtigheid. Het oude testament laat zien dat de mens nogal kort van geheugen is als het gaat over God. God laat op talloze manieren van zich horen. Hij spreekt en leidt, bevrijdt en verlost. Maar het trieste refrein dat door het hele OT klinkt is: maar zij vergaten de Heer hun God. Met alle gevolgen van dien voor individuele personen. Voor gezinnen, families en hele generaties. Het blijkt keer op keer waar te zijn: ballingschap wordt veroorzaakt door vergeten.

Maar ook het tweede deel van deze spreuk is waar: in gedenken ligt het geheim van de verlossing. In gedenken ligt het geheim van de verlossing. Ja dat is ook helemaal waar, ook in onze wandel met God. Het woord ‘gedenken’ of ‘herinneren’ is echt een sleutelwoord in de Bijbel. Alleen al in het Oude Testament komen we het al minimaal 125 keer tegen. Gedenken, herinneren is een essentieel wapen om de vervlakking en uitholling tegen te gaan.

Dat zien we ook als Jozua met de Israëlieten de Jordaan oversteekt en Kanaan binnentrekt. Het is de eerste keer dat de Israëlieten voet zetten in het land wat God beloofd had. En het allereerste wat ze daar moeten gaan doen is het plaatsen van een blijvend gedenkteken. De Israëlieten staat voor een heel nieuw hoofdstuk. Zij mogen in bezit gaan nemen wat God hen heeft beloofd. Ze zullen onderweg heel wat bolwerken moeten slechten en op hun weg de nodige reuzen moeten vellen. De tegenstander is in het boek Jozua nooit ver weg. En precies daarom is het nu zaak om eerst nog eens goed achterom te kijken. Te bedenken en te gedenken welke weg zij achter zich hebben. En op welke manier zij zijn uitgeleid en bevrijd uit Egypte en onderweg leiding zorg bescherming en bevrijding hebben ontvangen.

Daar op de oever van de Jordaan worden twaalf stenen opgericht. Gilgal noemen ze deze legerplaats: steenkring betekent het. Bij deze steenkring slaan de Israëlieten hun eerste kamp op in het beloofde land. En ’s avond, als rond de steenkring de vuren worden aangestoken gonst het van de verhalen, de getuigenissen waarin steeds opnieuw de naam klinkt van de God met de wonderlijke naam: Ik zal er zijn. Ieder verhaal, ieder getuigenis laat zien dat Hij deze naam altijd weer heeft waar gemaakt.

Als de Israëlieten verder trekken blijven de stenen bij Gilgal staan. Als herinneraars voor volgende generaties. Zodat kinderen keer op keer hun ouders zullen vragen: Papa, mama, wat betekenen deze stenen? En er dan steengoede verhalen worden verteld. Oude en nieuwe verhalen over een machtig God. Zodat iedere generatie opnieuw weet en hoort hoe machtig de Heer onze God is en we altijd vol ontzag voor hem zijn. Gezegend het volk, de gemeente, het gezin, de vriendenkring waar vrijmoedig over Gods daden kan worden gepraat. Want daar moet de boze wijken, daar maakt de duisternis plaats voor het licht. Ballingschap wordt veroorzaakt door vergeten, in gedenken ligt het geheim van de verlossing.

 

 

Vorige bericht Volgende bericht

Geen reacties

Plaats een reactie