Gods hogere wegen (Jesaja 55:8-9)

(Jesaja 55:8-13)

Mijn plannen zijn niet jullie plannen en jullie wegen zijn niet mijn wegen, spreekt de Heer, want zo hoog als de hemel is boven de aarde zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven, en mijn plannen jullie plannen. (Jesaja 55,8-9) Er zijn weinig Bijbelverzen die zo misbruikt zijn als deze woorden uit Jesaja 55. Als de dingen in je leven heel anders lopen dan je zelf had bedacht of gehoopt. Als je worstelt met levensvragen en je vindt er geen antwoord op. Dan worden deze woorden nog wel eens gebruikt: tja, Gods wegen zijn hoger dan onze wegen. God moves in mysterious ways. Dus leg je er maar bij neer, Leer er in berusten

Soms staan deze woorden boven rouwkaarten en in rouwadvertenties. Vooral als het om een dramatisch, onbegrijpelijk levenseinde gaat. Zo hoog als de hemel is boven de aarde. Zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven en mijn plannen jullie plannen. Er klinkt dan iets sombers en neerslachtigs in door. Je kunt je schouders erbij ophalen en je er maar beter bij neerleggen. Van God krijg je eigenlijk nooit goed hoogte. Want Hij is te hoog, te onbegrijpelijk voor ons.

En daarmee beroven we deze woorden uit Jesaja 55 van hun enorme kracht. Deze woorden zijn bij Jesaja zijn niet bedoeld om te deprimeren, te verlammen, bij de pakken doen neerzitten. Integendeel, Jesaja bedoelt ze juist als een bemoediging. De mensen tot wie Jesaja zich richt zijn veel kwijtgeraakt. Ze zijn van de generatie na de verwoesting van de tempel. De zuilen en zekerheden van vroeger zijn afgebrokkeld. Er is veel vervlakking, veel oppervlakkigheid, veel gelijkvormigheid aan de wereld. Ieder pikt zo zijn graantje mee en doet zijn dingetjes. Joodse gelovigen verkeren fysiek en geestelijk in ballingschap, raken hun eigenheid kwijt en zijn vergeten dat ze zijn bedoeld als licht voor de volken.

En Jesaja krijgt de opdracht om deze mensen te gaan troosten. Troost, troost mijn volk, spreek Jeruzalem moed in. (Jesaja 40,1) En zoals we vanmorgen zagen is troost: bemoediging, verzachting in lijden of pijn, de ervaring dat je niet alleen bent, niet verlaten. En de troost die Jesaja brengt is vooral dit: dat wat we ook zijn kwijtgeraakt en hoe ver we ook van huis zijn geraakt, dat de dingen God niet uit de hand lopen. Dat Hij, die onbereikbaar ver weg lijkt, op een verborgen manier toch aanwezig is en werkzaam.

Jullie mogen je plannen dan hebben bijgesteld maar ik niet. Jullie wegen mogen dan zijn uitgelopen op totale vervreemding, maar mijn wegen leiden je naar huis. Mijn plannen zijn niet jullie plannen en jullie wegen zijn niet mijn wegen, spreekt de Heer, want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven en mijn plannen jullie plannen.

Jesaja legt daarna uit op welke wijze God aanwezig is. Dat is door Zijn woorden. Die een eigen wonderlijke kracht hebben. Zo was Jesaja begonnen aan zijn troostboek: de mens is als gras, het gras verdort, de bloem verwelkt maar het woord van onze God houdt altijd stand (Jesaja 40). En zo sluit Jesaja nu ook zijn troostboek af: het woord dat voortkomt uit mijn mond, zegt de Heer, het keert niet vruchteloos naar mij terug, niet zonder eerst te doen wat ik wil en te volbrengen wat ik gebied.

En dat klinkt misschien nog wat algemeen, wat abstract. Maar als je heel Jesaja 55 leest, weet je, voel je, ervaar je dat Gods woord vooral uitnodiging is. Kom, hierheen, eet en drink om niet. Je zou kunnen zeggen: Gods eerste en laatste woord is vooral een krachtig en onvoorwaardelijk ja! Ja, ik zie je, in wie je bent en waar je bent op al je wegen. Ja, ik heb ook voor jouw een plek in mijn hart en aan mijn tafel

De tragiek van ons mensen is dat we in onszelf vooral nee! horen. En het nee heeft zich zo diep genesteld in onze ziel dat het het ja! van God vaak overstemt en ontkracht. Het nee! is het gevolg van de zonde die altijd scheiding maakt. Wij denken vaak bij zonden aan steken die we laten vallen. Dingen die we denken, zeggen of doen of juist nalaten. Dan kun je denken dat als je maar een beetje binnen de lijntjes kleurt, het verder wel wat mee valt met je. En dat je naar anderen, die fors over de schreef gaan, kunt wijzen en kunt spreken over zondaars. Maar wie bij zonde blijft steken in de laag van gedachten, woorden en daden, steekt niet diep genoeg af.

Zonde grijpt veel dieper in dan we ons soms realiseren. Zonde werkt vervreemdend, brengt een scheiding aan. In de eerste plaats scheidt zonde me van mijn diepste ik. Er klinkt in ieder mens van nature ergens een nee tegen zichzelf. Iets wat mezelf maar moeilijk kan aanvaarden in wie ik ben Soms is dat nee tegen onszelf de echo van de negatief kritische, afstandelijke kleinerende stem van anderen die soms al van jongs af heeft geklonken. Menigeen draagt een negatief zelfbeeld met zich mee. Van waaruit we onszelf vaak kleiner maken dan nodig of ons juist nogal eens overvragen, overroepen. Het kan ook de stem van de boze zijn die zich zo in ons denken heeft vastgezet. Dat er altijd stemmen in je klinken van negativiteit. Als dat zo is heb je echt bevrijding nodig. En moet die macht van de boze echt verbroken worden.

Dat scheiding makende in mezelf wordt ook zichtbaar in de spanning tussen mijn onbewuste en wat ik bewust wil. Er spookt soms van alles in mijn onbewuste dat meer impact heeft op mijn dagelijkse keuzes dan ik wil weten, dan ik me vaak bewust ben. Wat ik heb verdrongen, wegstop en niet verwerkt heb maar op allerlei momenten venijnig de kop op steekt. Zoiets proef je bij Paulus in Romeinen 7: ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.

Dat scheiding makende nee, werkt ook door tov mijn medemens. De muren rond mijn hart, het eelt op mijn ziel waardoor het me moeite kost om de ander echt te zien en me aan die ander te geven waardoor als ik werkelijk eerlijk ben ik moet erkennen dat de ander echt belangeloos liefhebben en dienen me vaak niet lukt en ik toch meestal mijn eigen belangen voor ogen heb. Ik ook al te snel een oordeel heb over anderen als zij niet voldoen aan mijn verwachtingen

Het scheiding makende, het nee, uit zich zeker ook tegenover God. Als we ik er een leven lang voor nodig heb om ons realiseren dat God op Golgotha voor eens en voor altijd het oordeel heeft geveld en er nu een onberouwelijk ja klinkt over mijn leven. De vrede is getekend, de witte vlag is gehesen en zwaait me toe vanaf iedere bladzijde van de Bijbel maar ik vertrouw het zaakje niet en blijft op mijn hoede, trek me terug in mijn loopgraven

Het resultaat van deze nee’s in mijn leven is vervreemding is dat we ons zo losmaken van onszelf, de ander en God dat we in een soort van geestelijke ballingschap terecht komen waarin we bij vlagen of structureel kunnen overweldigde worden door golven van onverschilligheid, traagheid, cynisme, zinloosheid en een diepe eenzaamheid. We zijn er dan geestelijk niet veel anders of beter aan toe dan de ontheemde ballingen tot wie Jesaja zich richtte.

En tot hen en tot ons klinkt ditzelfde woord: mijn plannen zijn niet jullie plannen en jullie wegen zijn niet mijn wegen, spreekt de Heer, want zo hoog als de hemel is boven de aarde zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven, en mijn plannen jullie plannen. Wij leven in de tijd na Christus en hebben krachtiger dan ooit Gods onvoorwaardelijke ja! gehoord in Christus Jezus onze Heer. Immers, zovele beloften van God als er zijn, die zijn in Jezus Christus ja en in Hem amen, tot verheerlijking van God door ons. (2 Korinthe 1:20) Op Golgotha heeft in Christus het oordeel plaats gevonden en sindsdien klinkt er een onberouwelijk en en voorwaardelijk ja voor ieder die met al zijn nee’s een plaats vindt aan de voet van het kruis. Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. (Romeinen 8,1) Ja, dat laatste hoort er helemaal bij. Naar de Geest wandelen. Waar de Geest in ons leven meer en meer de ruimte krijgt schrijft hij in ons Gods ja steeds krachtiger uit en bevestigt hij ons zo in onze identiteit als kind van God: ‘Want u hebt niet de geest van slavernij (ballingschap) ontvangen die (steeds) opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen door wie wij roepen: Abba Vader! De Geest zelf getuigt met onze Geest dat wij kinderen van God zijn.

Jesaja wil juist op dit punt ons bemoedigen door te onderstrepen dat Gods woorden een heel eigen kracht hebben meestal niet overdonderend maar meer procesmatig zoals de regen en de sneeuw die neervallen en al snel uit het oog verdwijnen maar in de aarde een proces voeden van groei. Zo werken mijn woorden in op je leven. Brengt de nee’s in en ons heen steeds meer tot stilte en versterkt Gods ja iedere keer opnieuw. Welke uitwerking Gods woorden hebben hangt in grote mate af van welke aandacht wij ze geven. Vandaar juist in Jesaja 55 het appel om te luisteren, je oor te neigen, erop gespitst te zijn.

Genade is dat God’s ja in ons leven de boventoon mag gaan voeren. Dat ja is een heilzaam en krachtig tegengif tegen de vervreemding. Het verbindt me opnieuw met mezelf, waardoor ik leer te omarmen wie ik ben en mag zijn en loslaat wat ik dus allemaal niet hoef te zijn. En van daaruit mag ik er ook zijn voor de ander op de manier waarop ik ben gemaakt en bedoeld. Je wordt ook zelf steeds meer een ja-mens. Iemand van de uitnodiging, de bevestiging, het compliment, de verbinding, de uitgestoken hand, de zegening

Dat proces van vernieuwing typeert Jesaja in zijn slotverzen. Doornstruiken maken plaats voor cipressen, distels voor mirtestruiken. Zo zal de Heer zich roem verwerven. Het is een eeuwig en onvergankelijk teken. Doornen en distels staan in de Bijbel voor tekenen van een verlaten land, een land onder het oordeel van God. Het is de vloek van hardnekkige stekeligheid van ons oude bestaan die bezerend werkt. En in plaats daarvan verrijst een cipres, een boom waar anderen zich in kunnen nestelen. Een boom geschikt voor tempelbouw. En een altijd groene heerlijk geurende mirtestruik. En dit nieuwe leven waarin het ja van God het zichtbaar wint van de vele nee’s in en om ons heen, dat is een eeuwig en onvergankelijk teken waardoor de Heer zich roem verwerft. Waardoor nu al iets kan oplichten van zijn heerschappij, zijn koninkrijk op aarde.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie