God is altijd groter (Lukas 4:14-30)

(Lukas 4:14-30)

Mensen zijn sociale dieren zei de filosoof Spinoza. We horen graag ergens bij. Vinden een stuk veiligheid, geborgenheid bij familieleden, bij vrienden, bij klasgenoten, collega’s etc. En het deel uit maken van een groep heeft verschillende kanten. Een positieve groepsdynamiek kan in ieder het beste naar boven halen. Er ontstaat dan iets van een flow waarin je elkaar sterker maakt. En je door de groep boven jezelf wordt uitgetild en verder gaat en komt dan je van jezelf zou opbrengen. Een schoolklas, een afdeling in een bedrijf, een voetbalelftal kan zo boven zichzelf uitstijgen, tot excellente prestaties komen.

Aan deel uit maken van een groep kleven ook altijd risico’s. Want je kunt elkaar in een groep ook gevangen houden. Er kan een ongezonde groepsdruk ontstaan waar sprake is van groepsdruk en groepsterreur. Het ligt vaak behoorlijk subtiel en veel blijft onuitgesproken zolang je je tenminste conformeert aan de groep. Maar als je op enig punt teveel afwijkt treedt er een heel stelsel in werking van groepscodes, beheersstructuren en controlemechanismes die ervoor moeten zorgen dat alles blijft zoals het is.

Afgelopen week hebben we dat gezien bij het hele tumult dat ontstond naar aanleiding van de Nashville-verklaring. Groepsdruk bij ondertekenaars: want als vele collega’s van naam uit jouw kerkverband tekenen, wil je kun je eigenlijk niet achterblijven. Groepsdruk ook bij criticasters die om het hardst hun afschuw uitspreken. Maar hoe vrij ben en blijf je eigenlijk in dat progressieve kamp als je ergens ook vind dat een conservatief geluid toch ook ruimte verdient? En als je met elkaar in gesprek raakt over deze thematiek met mensen van verschillende kerken en ook niet-gelovigen hoeveel ruimte is er dan om tot een eigen afweging te komen?

En even los van dit onderwerp en wat het losmaakt. Niemand, geen enkel gezin, geen enkele gemeente. Geen enkele groep van welke aard dan ook is vrij van dit soort groepscodes en mechanismen. Je ontkomt er niet aan, het is hoe groepen werken. Wat helpt is dat je je er individueel en als groep van bewust bent zodat je bij tijd en wijle even uit het proces kan stappen. Ongezonde groepspatronen kunt benoemen en bespreken en je voor jezelf en elkaar ruimte schept

Groepsdruk speelt ook bij Jezus bezoek aan Nazareth. Het is de plaats waar Jezus opgroeide en iedereen hem kent. Iedereen kent zijn huis, zijn familie, zijn achtergrond. Een situatie van: ons kent ons en zo zijn onze manieren. Jezus heeft inmiddels naam gemaakt in de omgeving Zijn prediking, tekenen en wonderen maken indruk en ergens voel je dat de mensen in Nazareth in deze glorie willen delen. Hij is tenslotte één van ons. Zijn succes is toch ook hun succes. Het hele dorp loopt uit om Jezus te zien en te bewonderen. Je wilt straks kunnen zeggen dat je er bij was, toch? Dus, op de sjabbat zit de synagoge afgeladen vol.

Ja, de synagoge, dat is de plaats waar Jezus de mensen ontmoet. Jezus ging volgens zijn gewoonte op sabbat naar de synagoge. Lees er niet overheen, naar zijn gewoonte op sabbat naar de synagoge. Jezus ontwikkelt ritmes, disciplines, gezonde gewoonten. Van dagelijkse, wekelijkse en jaarlijkse dagen en tijdstippen, van gewijde en vertrouwde gebedsplaatsen en leerhuizen. Dat is hoe Hij zelf wandelt met God en leeft met zijn geloofsgenoten. Dat is ook hoe hij zichzelf hier in Nazareth laat ontmoeten. Op het gebruikelijke moment, op de vertrouwde plek. Even tussendoor: misschien wel goed om mee te nemen in de vacaturetijd. Het is echt niet nodig om als onrustige zwerfschapen overal en nergens je geestelijke kostje bij elkaar te scharrelen. De Heer laat zich vaak ontmoeten en vinden. Op het gebruikelijke moment en de vertrouwde plek. In het alledaagse, het gewone, het niet-spectaculaire van je eigen stille momenten en plekken, je eigen gemeente en kring.

Jezus leest in de synagoge uit Jesaja 61. Over de Geest van de Heer die armen opricht, gebroken harten geneest, gevangenen bevrijd, blinden de ogen opent en verslagenen opricht. Woorden die een jaar van genade uitroepen. Een jubeljaar waarin iedereen overnieuw mag beginnen. En als Jezus deze woorden heeft voorgelezen. Gaat hij weer zitten, en iedereen weet, nu komt zijn preek, die altijd zittend gegeven wordt. De ogen van allen in de synagoge zijn op Hem gevestigd. Een geladen stilte vult de ruimte, je kunt een speld horen vallen

En dan spreekt Jezus één zin: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld. Ik ben het goede nieuws, bevrijding, genezing in persoon. De Genezer, de Bevrijder, de Vernieuwer, dat ben ik. En ik sta hier, heden in jullie midden. Heden is deze Schrift in uw oren vervuld. Er klinkt instemming en verwondering. ‘En zij betuigden Hem allen hun instemming en verwonderden zich over de woorden van genade die uit zijn mond kwamen en zeiden: is dit niet de zoon van Jozef?’ Zij staan op zichzelf positief tegenover wat Jezus zegt. En tegelijk proef je dat ze het proberen te plaatsen in het beeld dat ze van Jezus hebben, de zoon van Jozef. Er heerst binnen deze groep een bepaald beeld van Jezus. Hij wordt gerelateerd aan zijn afkomst. Zoon van Jozef. Bij Markus horen we hen zeggen: is dit niet de timmerman? De zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en van Judas en Simon en zijn zijn zussen hier niet bij ons? Waar heeft Deze die dingen vandaan en wat is dit voor wijsheid die Hem gegeven is? (Markus 6) Hier zie je de groep aan het werk. Wat onbekend is en nieuw wordt meteen ingekapseld. Binnen het frame van het bekende en vertrouwde geplaatst en alles wat daar niet in past wordt van vraagtekens voorzien en verdacht gemaakt.

En dat patroon van framen legt Jezus bloot. Hij verwijst naar de dagen van Elia en Elisa. Elia passeerde het hele volk Israël en ging naar een weduwe ergens in het buitenland, in Libanon. En Elisa genas, met voorbijgaan van alle Joden een Syriër. God en zijn zoon passen niet in een frame, in een box. Ignatius van Loyola zei dat eens heel kernachtig: Deus semper maior: God is altijd groter. En wie de groepsdwang aan de kaak stelt haalt zich de woede op de hals van de meute. Dat is wat we hier bij Jezus zien gebeuren. Hij wordt uitgeworpen, zeg maar uitgekotst. Het is al meteen aan het begin van het evangelie een voorafschaduwing van de weg die hij moet gaan. Een eenzame route waarop weinigen hem begrijpen en willen of kunnen volgen.

Jezus spreekt daar die éne geladen zin: heden is deze Schrift in uw oren vervuld en het eigenaardige is: niemand reageert echt op wat Jezus zegt. Niemand die naar voren komt en voor Jezus knielt en zegt: Heer, ik ben arm, en blind en gevangen. Red mij! Was dat wel gebeurd, dan waren er ook hier ogen open gegaan, wonden genezen en gebogenen opgericht. Maar de mensen daar deze morgen in Nazareth hebben zichzelf thuis achtergelaten. Ze houden een veilige afstand, kiezen de modus van de mening, de beschouwing, het oordeel. Geen moment zijn ze bezig met hun eigen armoede, hun eigen blindheid, hun eigen gevangenschap.

Wonderlijk is dat toch bij hen en ook bij ons. Dat we kunnen horen zonder dat onze ziel wakker wordt. Dat ons ik niet in ons horen aanwezig is, dat we niet tot onszelf komen en we soms tijdenlang, week na week en preek na preek er wel van alles van vinden maar zelf buiten schot blijven. Er zit al genoeg taaie weerstand tegen verandering in onszelf. En dat wordt verder gevoed en versterkt in ongezonde groepsmechanismen, patronen, systemen. Waardoor een echt nieuw begin nauwelijks de ruimte krijgt.

Het is een bijzondere zin die Jezus hier uitspreekt. Heden is deze Schrift in uw oren vervuld. Heden is in het Lukasevangelie een beladen woord dat maar liefst 11x voorkomt in dit evangelie. Heden is voor jullie geboren de Zaligmaker, horen de herders. Heden moet ik in je huis verblijven Zacheus. Heden zul je met mij in het paradijs zijn, zegt Jezus tegen de moordenaar aan het kruis. Heden, daar zit iets in van: onmiddellijkheid. Het is het uur u, waarop woorden ter plekke daden worden

Zo’n heden noemen we in de Bijbel ook wel kairos. Dat ineens het licht aangaat voor je en je helder ziet. Het is een gegeven moment, het kwartje valt, er gaat iets open. Het dringt door, het gaat over mij en ineens sta je daar heel persoonlijk één op één voor de levende Heer. Ja, dát, óf het ketst af, op skepsis, op cynisme, weerstand. Op de subtiele manieren waarop mensen als sociale dieren elkaar in de weg zitten, elkaar gevangen houden en er feitelijk helemaal niets wezenlijks gebeurt. En de kort rond onze ziel weer wat dikker is geworden.

Dat is wat hier gebeurt in Nazareth. De mensen hebben zichzelf niet meegenomen naar de synagoge. Ze horen woorden vol genade maar die gaan over hen heen. Jezus proclameert hier het evangelie, de vrijlating, de genezing. Maar hier in Nazareth zitten mensen vast in hun oude denken. Ze zitten te wachten op iets wat niet gaat plaatsvinden. Ze zijn gekomen voor een wonder, een teken, iets opzienbarends. Maar dit is niet een theater of circus, het is een synagoge. Een plaats waar je je oefent in geloof hechten aan woorden van de Heer. Jezus is niet gekomen om hun behoeften te bevredigen. Hij vraagt om geloof, om vertrouwen, om gehoorzaamheid.

Ja, gehoorzaamheid, want je kunt in deze éne zin ook nog iets anders horen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld. Het betekent ook zoiets als: Nu Gods woord heeft geklonken is het aan de mensen om naar dit woord te gaan leven. Nu ik er ben, zegt Jezus, is er geen beletsel meer om niet opnieuw te gaan beginnen. Gods toekomst begint nu, geloof je dat? De rechtzetting van alle dingen? Het is heden, ga je gang. Bevrijding en een nieuw begin? Dit is de dag om er aan te beginnen. Heden is deze Schrift in uw oren vervuld. Jezus zegt er ook mee: als jullie deze woorden van God net zo horen en net zo uitleven als ik als jullie net als ik dragers willen zijn van de Geest dan begint Gods toekomst vandaag.

De apathie van deze groep mensen in Nazareth doet denken aan de groep gevangenen in een concentratiekamp tegen het einde van de 2e WO. De geruchten dringen door dat de bevrijders in aantocht zijn. De kampbeulen en bewakers slaan hals over de kop op de vlucht en iemand komt de gevangenen vertellen dat ze vrij zijn. Maar de gevangenen in de kampen weten zich geen raad met de situatie. Zij zijn dag in dag uit gedrild en vernederd, Dag in dag uit kregen ze opdrachten en voerden die uit. Ze zijn deel van een systeem, gevormd door extreme groepsdwang. En nu er iemand voor hen staat en zegt: jullie zijn vrij, de beulen en bewakers zijn weg draaien velen zich nog een keer om op hun brits en blijven waar ze zijn. De vrijheid werd hun aangezegd, geproclameerd maar ze wisten eenvoudig niet hoe ze vrij moesten zijn.

Jezus laat Nazareth achter zich. Een erg vruchtbaar bezoek was het niet. Het heeft indruk gemaakt bij Jezus leerlingen. Zowel Lukas, Markus en Matteüs vertellen er over. Als Markus erop terug kijkt zegt hij: Jezus kon in Nazareth geen enkel wonder doen behalve dat een paar zieken de handen oplegde en hen genas. En hij stond verbaasd over hun ongeloof. (Markus 6,5-6) Even later wandelt Jezus Kafarnaüm binnen. En daar zien we een heel andere groepsdynamiek. Mensen brengen er hun zieken. Jezus legt ze één voor één de handen op en geneest hen. Hij drijft er ook veel demonen uit. En in plaats van Jezus te verjagen proberen ze daar hem ervan te weerhouden verder te trekken.

Een vraag om vandaag eens over na te denken. Welke basishouding herken ik bij mezelf? Welke ruimte krijgt Jezus om zich te tonen? Kan Hij mij nog verrassen of heb ik Hem geframed? Herken ik de kairosmomenten? Het heden van genade? En antwoord ik daarop. Hoe zit dat in de verschillende groepen waar ik deel van ben? Waar leef ik, waar leven wij geestelijk gezien. In Nazareth of, God zij dank, in Kafarnaüm?

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie