Ga dus op weg (Matteüs 28:16-20)

(Matteüs 28:16-20)

Het slotakkoord van een muziekstuk, de eind-scene van een film, de laatste regels van een boek zijn belangrijk. Met een goedgekozen, doordacht einde wordt je als luisteraar, kijker of lezer heel bewust achter gelaten met een bepaalde indruk, gevoel, gedachte, intentie, een verlangen misschien. In die laatste tonen, beelden, woorden licht soms nog een keer helder de boodschap op waar het in het hele werk eigenlijk om was begonnen. De componist, de filmmaker, de schrijver kan er soms de draden van zijn kunstwerk bij elkaar brengen en aan elkaar verbinden.

Zo is het ook bij de slotregels van het Matteüsevangelie. De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen had onderrricht. Door dit moment van afscheid op een bergtop te situeren legt Matteus en ook Jezus zelf heel bewust de verbinding met eerdere bergtopmomenten waarop zichtbaar wordt wie Jezus is. De bergtop van waar hij zijn fundamentele bergrede gaf waarin zo sterk de nadruk ligt op het doen van de wil van de Vader. De bergtop van de verzoeking waar Jezus alle macht voor het grijpen heeft door een knieval te maken voor de boze. Hij doet dat niet en kan daarom op de laatste bergtop zeggen dat alle macht hem nu is gegeven. Er is ook de bergtop van de verheerlijking waar hemel en aarde elkaar even raken en Jezus glorie heerlijk oplicht. Deze bergtoppen springen er bij Matteus echt uit. Ze verwijzen naar elkaar en maken samen iets duidelijk over wie deze Jezus is? Hij is de koning der koningen. Aan wie alle macht is gegeven in de hemel en op de aarde.

De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg die Jezus waar Jezus hen had onderricht en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer. Ja ook die volgende zin wijst terug op vele momenten in het Matteüsevangelie dat mensen zich neerwerpen aan de voeten van Jezus om hem eer te bewijzen. Of het nu wijzen uit het oosten zijn of iemand met huidvraat, de leider de synagoge of een kanaänitische vrouw, de leerlingen in de boot, de moeder van Jakobus en Johannes, de vrouwen op de terugweg van het open graf en nu dus de elf daar op de berg van het afscheid. Toen ze hem zagen bewezen ze hem eer. Wanneer was de laatste keer dat u in aanbidding was aan Jezus voeten? Letterlijk ondersteboven was van Zijn glorie en goedheid?

De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg die Jezus waar Jezus hen had onderricht en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer al twijfelden enkelen nog.. Ja, ook dat laat Matteus eerlijk meeklinken. De twijfel, de onzekerheid bij de leerlingen. Het klinkt ook al subtiel door hoe Matteüs zijn slotpassage begint: ‘de elf leerlingen gingen naar Galilea’ De elf, een subtiele verwijzing naar de ontbrekende twaalfde man die Jezus zo pijnlijk had verraden. En ook over deze elf heeft Matteüs moeten melden in Getsemane: toen lieten alle leerlingen hem in de steek en vluchtten weg..

Kijk, het was begrijpelijk geweest als Jezus hier op deze laatste bergtop ervoor zou hebben gekozen om een ander elftal op te stellen. Ie ieder geval niet verder zou gaan met dit team dat zo jammerlijk onderuit was gegaan En over wie we ook nu weer lezen dat sommigen twijfelen. Het zou niemand hebben verbaasd als Jezus op deze bergtop op zijn minst had gezegd: nou, als de twijfelaars nu eens opzij gaan dan zal ik de aanbidders uitzenden. Maar dat is niet wat Jezus hier doet. Hij brengt en houdt de aanbidders en twijfelaars, die soms verenigd zijn in één mensenleven, bij elkaar. Hij neemt geen afstand maar doet juist het tegendeel.

Dat is het volgende wat we lezen: en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer  al twijfelden enkelen nog. Jezus kwam op hen toe. Het doet denken aan wat er gebeurde op de bergtop van de verheerlijking: als daar de leerlingen zich neerwerpen en uit angst hun gezicht verbergen lezen we: Jezus kwam dichterbij, raakte hen aan en zei: sta op, jullie hoeven niet bang te zijn. En daarna dalen ze de berg af om even later in het dal oog in oog te staan met gebroken mensen. En hier komt Jezus naar zijn twijfelende leerlingen toe, trekt ze overeind, en roept Zijn heerschappij uit over alles en iedereen,

En Jezus kwam op hen toe en zei: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Alles begint met het zien van Jezus, Hem aanbidden en te erkennen dat hem alle macht is gegeven in de hemel en op de aarde. Abraham Kuyper sprak ooit bij de opening van de VU de gevleugelde woorden: Geen duimbreed is er op heel het erf van ons menselijk leven, waarvan de Christus niet roept: van Mij! Aan u behoort o Heer der heren, de aarde met haar wel en wee. Er hoeft welbeschouwd niets of niemand veroverd te worden. Alles en iedereen is al van hem. Dat mag worden verteld, verkondigd, geproclameerd.

Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. En dan volgt er de opdracht: ga dus op weg, ga dan heen. Het had er niet per se hoeven staan. Ergens had Jezus ook kunnen zeggen: Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Heb dus een beetje vertrouwen in een goede afloop. Het was allemaal niet voor niets. Daar ga Ik voor zorgen tot aan de voltooiing van deze wereld. Maar in plaats daarvan wordt de macht en heerschappij van Jezus in één adem verbonden met onze beschikbaarheid, onze bereidwilligheid. Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg. Sta op, kom in beweging, aan de slag.

En dan volgen de woorden die we vaak aanduiden als de grote opdracht: Maak alle volken tot mijn leerlingen door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. Het ene en centrale waar jullie je op mogen richten is dit: maak alle volken tot mijn leerlingen. In deze uitzendwoorden staat één werkwoord in de imperatief: de bevelende wijs: leerlingen maken. Dat is waar deze kring van Jezus leerlingen zich vooral op zou mogen richten. Iets zichtbaar maken van wie Jezus zodat anderen Hem gaan zien, liefhebben en volgen. Het werpt de vraag op: ben ik in wie ik ben en hoe ik leef daarop gericht? Om iets van Jezus te laten zien, te delen anderen daarin mee te nemen? Ben ik zo’n levende uitnodiging, een brief van Christus?

Op de berg van de verheerlijking is het laatste wat we lezen dit: toen zij hun ogen opsloegen zagen zij niemand dan Jezus alleen. En op de berg van de uitzending is het laatste een bemoediging van Jezus zelf die zegt: En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld. Zo had Matteüs Jezus al genoemd in het begin van zijn evangelie: Immanuël, God met ons. En zo wil hij dat we hem in ons hart zullen bewaren. Als de God die zegt: ik ben met jullie, iedere dag opnieuw. Geen dag van je leven zul je zonder mij hoeven zijn. Vandaar dat Matteüs met geen woord rept over Jezus hemelvaart. Belangrijker dan zijn fysieke afscheid is het geloof, het vertrouwen dat Jezus bij ons was, bij ons is en in de Geest bij ons blijven zal elke dag en tot het einde toe.

En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, Het is niet alleen een bemoediging, maar ook een bekrachtiging. Want Hij is bij hen als de Machtige. Zó zal hij bij ons zijn als zijn leerlingen, als de Machtige koning van hemel en aarde. Ja zo zal hij bij ons zijn alle dagen, dagelijks, full-time.

Markus en Lukas benadrukken in hun laatste regels nog wat meer dat Jezus zijn leerlingen zal zegenen met de macht die besloten ligt in Jezus naam. Bij Markus zegt Jezus: Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen.’ En bij Lukas zegt Jezus: Ik zal ervoor zorgen dat de belofte van mijn Vader aan jullie wordt ingelost. Blijf in de stad tot jullie met kracht uit de hemel zijn bekleed.’

Matteus vat dat allemaal samen door eerst dat machtswoord te laten klinken en daarna in die ene geladen zin: En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooing van deze wereld. En tussen het machtswoord en de bemoediging in de opdracht te plaatsen. Ga dus op weg, en maak leerlingen. Doop en leer hen zich te houden aan alles wat ik jullie heb opgedragen.

Ja, ook dat is typisch Matteus. In zijn evangelie draait het om het doen van de wil van de Vader. Dat was de boodschap geweest op de berg van het begin: de boodschap van de wijze bouwer die niet alleen een hoorder is van Jezus woorden maar ook een dader.

Op een bepaalde manier staan wij net als die leerlingen, daar op de berg met Jezus. En worden wij op Hemelvaartsdag herinnert aan onze plaats en taak op deze aarde. Jezus roept zijn leerlingen aan het einde van het verhaal terug naar de berg van het begin. De berg van de zaligsprekingen waar hij het koninkrijk toezegde aan wie nederig is, zachtmoedig, barmhartig, en zuiver van hart. Zo zijn we zout van de aarde, licht in de wereld. Zo wordt de heerschappij van Christus zichtbaar in en door ons heen tot aan de voltooiing van deze wereld

Rene van Loenen schreef bij deze laatste woorden van Matteüs het volgende gedicht: het heet: epiloog.

Christus zien we links op zijn verhoging staan,

Zijn vaste plek. Van rechts komen de elf op,

Druk in gesprek, tot plotseling hun adem

Stokt, hun spraak ontspoort. Ze stamelen

Zijn naam en vallen op hun knieën, één voor één.

 

Maar hij beweegt ze op te staan:

Ze hebben om zijn koninkrijk te stichten

Geen tijd meer te verliezen. Ze gaan,

Gedreven door zijn Geest, in alle richtingen uiteen.

Coulissen worden vergezichten.

 

Er klinkt koraalmuziek wanneer de Mensenzoon

Het podium verlaat, opgaat in het publiek.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie