Delen is vermenigvuldigen (Joh. 6:1-15)

(Johannes 6:1-15 – luisterlied ‘vijf broden en twee vissen’)

Delen is vermenigvuldigen. In old-school ondernemerschap waren bedrijven vaak gericht op het afschermen en bewaken van hun bedrijfsgeheim, expertise, know-how. etc. Nu staat een nieuwe generatie jonge ondernemers op die er bewust voor kiest om kennis en ideeën te delen. Juist zo ontstaat er ruimte voor een nieuwe inspiratie is er sprake van een positief sneeuwbaleffect waar elk van de deelgenoten sterker door wordt.

Delen is vermenigvuldigen. Wat begon met kringloopwinkels en marktplaats krijgt vandaag door een nieuwe generatie vleugels. Via handige online-platforms kun je op een slimme manier klus- of tuingereedschap of kampeerspullen delen met mensen in je buurt. Via weggeefhoeken op facebook geven mensen overbodige spullen weg. In grote steden delen mensen soms online een auto. Er zijn gastvrijheidsnetwerken die het mogelijk maken om over de hele wereld bij een ander een nachtje op de bank te slapen. En als je mazzel hebt vind je iemand om de hoek die zijn kookkunsten graag deelt met de ander en bij wie je een maaltijd kunt afhalen. Het mes snijdt bij dit soort dingen aan meerdere kanten. Het lost niet alleen praktische problemen op, het is ook nog eens duurzaam en verbindt mensen op nieuwe manieren aan elkaar. Delen is vermenigvuldigen.

Als volgelingen van Jezus zouden we in deze deel- en ruileconomie voorop mogen gaan. Want het principe ‘delen is vermenigvuldigen’ is een van de grondwetten in het koninkrijk van God. Dat leert Jezus zijn discpelen aan de oever van het meer van Galilea. Zij zijn daar te midden van duizenden anderen mensen. Jezus gaat actief in op wat mensen nodig hebben. Hij geneest de zieken onder hen, drijft demonen uit en en onderwijst al deze mensen over een nieuwe, manier van leven die hij het koninkrijk van God noemt.

En dan stelt Jezus een vraag aan Filippus: waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven? En Johannes merkt er fijntjes bij op: Jezus deed dit om Filippus op de proef te stellen. Het hoort bij de stijl die Jezus hanteert. Hij plaatst ons als zijn volgelingen graag voor dillemma’s. Het zijn soms mensen die ons pad kruisen, situaties waarin we ineens in terecht komen. Zaken waar we tegenaan lopen die we niet even snel op eigen kracht oplossen. Waar we worden uitgedaagd om uit een ander vaatje te tappen. Met iets anders te komen dan het al te menselijke.

Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven? We zien bij Jezus’ leerlingen twee reacties: die van Filippus en die van Andreas. Filippus denkt vooral in onmogelijkheden. In wat hij zegt zijn het vooral twee woorden die leidend zijn: niet voldoende… Zelfs tweehonderd denarie zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven. Het is niet dat Filippus een slecht mens is of zo. Hij ziet ook al die mensen wel en ontkent hun nood niet. Hij zou er best iets aan willen doen. Maar hij hanteert vooral de rekenmachine, is van de cijfers. En het sommetje is dan al gauw gemaakt. Wat hier nodig is aan geld hebben we niet in huis. Geen beginnen aan. Dweilen met de kraan open. Een druppel op een gloeiende plaat. Heeft geen zin. Maar wie het leven vooral uitdrukt in cijfers, statistieken en grafieken loopt alle kans ruimte te verliezenvoor de verrassing, voor het wonder.

En dan is er ook die andere leerling, Andreas. Ook hij is overweldigd door de grootte van de nood. En hij heeft ook niet meteen de hele oplossing voorhanden. Maar, anders dan Filippus, denkt hij niet in onmogelijkheden maar is hij op zoek naar stukjes van de oplossing. Andreas kan denken in kleine stapjes, en brengt dat kleine beetje dat er wel is ook in: Er is hier wel een jongen vet vijf gerstebroden en twee vissen. Tja, het is misschien wel te klein, te onbeduidend, vandaar dat hij eraan toevoegt: maar wat hebben wij daaraan voor zoveel mensen?

Andreas gaat wat verder dan Filippus. Maar beiden zijn toch vooral overweldigd door de grootte van de nood. Zozeer dat ze vergeten wie het is die deze vraag stelt. Het is diezelfde Jezus van wie ze eerder hebben gezien dat voor hem niets onmogelijk is. Ze bevinden zich niet zo ver van Kana en heeft Jezus daar niet gezorgd voor een overvloed aan wijn? En het meer van Galilea waar ze zich nu bevinden, is dat niet precies de plek waar Jezus zorgde voor een overvloedige vangst aan vis? Ze lijken dat helemaal vergeten en hebben geen oog voor het feit dat Jezus hier met hen is.

De derde reactie is die van die jongen zelf. Van wie Andreas zegt: er is hier wel een jongen.. Je zou er haast over heen lezen: er is hier wel een jongen. Hij had gemakkelijk kunnen wegduiken Zich verstoppen achter de cijfers zoals Filippus doet. Anoniem blijven onder de duizenden, zoals iedereen. Afschermen en bewaren wat hij bezat. Niemand zou hem erop hebben afgerekend. Toch is dat niet wat hij doet. Er is hier wel een jongen met vijf gerstebronden en twee vissen..

Dat deze jongen delen wil is al heel bijzonder. En hij had ervoor kunnen kiezen om dat te doen met de mensen om hem heen. Maar iets in hem maakt dat hij zijn vijf broden en twee vissen in Jezus handen legt. Mooi om te zien hoe Jezus op dit kleine gebaar reageert. Een onbeduidend jongetje, waar je zo overheen zou kijken met bij zich vijf armzalige gerstebroden. Dat was de goedkoopste broodsoort. Het brood van de armen. Vijf gerstebroden en twee gedroogde visjes. Jezus had kunnen zeggen: tja, dat is inderdaad niet veel soeps jochie. Daar gaan we de oorlog niet mee winnen. Ga maar even opzij, laat mij maar even fiksen. Hij had het ventje terzijde kunnen schuiven zoals volwassenen die het Oude Oosten doorgaan deden. Ga jij maar weer naar je moeder, dit is meer iets voor de grote mensen. En Hij had met een machtig koninklijk gebaar terplekke brood uit de hemel kunnen laten regenen. Zoals ooit eerder gebeurde bij het manna in de woestijn.

Maar dat is niet wat er gebeurt hier. We lezen dit: Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Markus, Matteüs en Lukas beschrijven dit moment nog wat preciezer: Hij nam de vijf broden en de twee vissen keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte uit te delen. ook de twee vissen verdeelde hij onder allen die er waren.

Jezus maakt gebruik van wat er voor handen is. Hij neemt dat, zegent het, breekt het en geeft het terug. Hij deelt het niet zelf uit maar schakelt nadrukkelijk zijn leerlingen in. Zodat zij Jezus handen en voeten zijn. Uitdelers van de menigerlei genade van God zoals Petrus dat later noemt in zijn brief. De mensen daar aan de oever van het meer van Galilea hebben die avond Jezus vooral ontmoet, gezien, geproefd in de gestalte van de leerlingen die door de menigte heen trokken en royaal uitdeelden. Honger stilden met brood en vis, in Jezus naam.

Het begon allemaal met de ene jongetje dat zijn schamele bezit legde in de hand van de Heer. Door specifiek het aantal te vermelden van vijf broden en twee vissen herinnert de evangelist zijn lezers aan de vijf boeken van Mozes en de twee tafels van de wet. Dat het juist gerstebrood is wat het ventje bij zich heeft herinnert aan de profeet Elisa in 2 Koningen 4 die juist ook met wat simpele gerstebroden honderd profeten te eten gaf in overvloed. Iemand schreef over dit jongetje, hij doet denken aan de bar mitswa, de kleine jongen die in de synagoge de boekrollen mag aanreiken: Mozes, de profeten en de geschriften. Menigeen zal zeggen: daar kun je toch niet van leven. Er toch zijn het wel juist deze oude beproefde woorden van God die in iedere generatie opnieuw mensen willen meenemen naar een leven zoals God het bedoelde. Een levensstijl die niet leeft van optelsommetjes maar het geheim kent van delen is vermenigvuldigen. Een manier van leven waar ruimte blijft voor het wonder Een leven waarin Jezus zelf centraal staat.

Als Jezus de vijf broden neemt en de twee visjes lezen we bij de andere evangelisten: Hij nam, keek omhoog, sprak het zegengebed uit, brak en gaf. Het zijn precies deze handelingen die later zullen terugkeren bij het laatste avondmaal. Deze wonderlijke vermenigvuldiging van brood en vis wordt door Johannes nadrukkelijk een teken genoemd. Een teken dat heen wijst naar deze man zelf, die zichzelf zal laten nemen, breken en geven als het brood van het leven.

Dit hele machtige gebeuren egint bij een jongetje met een broodtrommeltje dat bereid is om dat kleine beetje dat hij heeft door Jezus te laten nemen, zegenen en breken. En door die beslissing om het aan Jezus te geven maakt hij het verschil in het leven van velen. Elly en Rikkert zingen over dit jongetje: Er was nog wel een jongen – die iets te eten had. Hij gaf het aan de Here – het was zijn hele schat. Ja, Jezus deed een wonder – want Hij heeft alle macht. Maar denk eens aan die jongen – die het bij Jezus bracht. Vijf broden en twee vissen – het was niet eens zo veel. Maar toen de Heer ze zegende – kreeg iedereen zijn deel. Vijf broden en twee vissen – het was zijn hele schat. Zou jij ze kunnen missen – als jij niets anders had?

Jezus brengt ons in situaties en ontmoetingen waarin er iets van u, van jou, van mij wordt gevraagd. En als ik in de stress schiet, allerlei uitvluchten zoekt. En bedenk wat ik allemaal niet heb en niet kan zegt Jezus tegen jou en mij: Ik vraag je niet wat je allemaal niet kan en niet hebt. Hij stelt ons die ene vraag die Markus bij dit verhaal noteert: hoeveel hebben jullie wel, ga eens kijken. Wat heb je wel? Geef dat nu maar aan mij. Dan kan ik er iets heel moois mee doen. Wat jij delen wilt, dat zal ik vermenigvuldigen.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie