De kleine en grote strijd

Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.

Zo op het eerste gezicht is het een opmerkelijke gebedsregel die Jezus ons leert: Leid ons niet in verzoeking… Zou de God die we Onze vader noemen ons dan een hak zetten, waardoor wij struikelen? Heeft deze God dan twee gezichten? Is degene die ons als koning wil regeren naar zijn goede heilige wil tegelijk ook degene die ons verzoekt en verleidt? Zou de God die zorgt voor dagelijks brood en onze schuld vergeeft dan een strik spannen waarin wij gevangen raken?

Nou, nee dus. Jakobus is daar in zijn brief duidelijk over. Hij schrijft: Wie in verleiding komt, moet niet beweren: ‘Die verleiding komt van God.’ Want God stelt niemand aan verleiding bloot, zoals hij zelf ook niet door iets slechts in verleiding kan worden gebracht. Iedereen komt in verleiding door zijn eigen begeerte, die hem lokt en meesleept. Is de begeerte bevrucht, dan baart ze zonde; en is de zonde volgroeid, dan brengt ze de dood voort. (Jakobus 1:13-15).

Maar wat bidden we dan als we zeggen: Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Laten we de lijn volgen van het Onze Vader. Het is niet niks wat we hebben uitgesproken. We hebben God onze Vader genoemd en daarmee onszelf gerealiseerd dat we geen slaven zijn maar bestemd zijn tot een leven als kind van God. We hebben gebeden dat Gods naam, koninkrijk en wil gestalte zal krijgen op deze aarde en ook in mijn leven. We hebben erom gebeden dat er voedsel zal zijn voor alles wat leeft en Gods goede schepping niet wordt vertrapt en vertreden maar juist tot bloei komt. En dat in onze onderlinge omgang vergeving het mag winnen van wrok, boosheid en bitterheid.

Al biddend hebben we onszelf zo tot bondgenoten gemaakt. Tot strijders in Gods slag om een andere, nieuwe wereld. Al biddend hebben we onszelf aan de frontlinie geplaatst daar waar het koninkrijk van God gestalte krijgt botst met tegenkrachten, bolwerken, koninkrijkjes. En al biddend dringt de vraag zich op: zal ik stand houden? Zal ik, als het er op aan komt, in staat blijken om Gods principes van verzoening, gerechtigheid en vrede echt hoog te houden. Of voel ik aan dat ik het dan al snel laat afweten. Dat als het puntje bij het paaltje komt ik toch slappe knieën zal hebben, te weinig ruggengraat. Schuilt er diep in mij iets van een lafaard, een verrader die niet opgewassen is tegen de strijd en te gemakkelijk capituleert?

Dit gebed gaat niet over God die mij actief zou verleiden. Ik bid hiermee of ik niet aan mezelf zal zijn overgeleverd. Ik ben zelfs niet opgewassen tegen de duisternis in mezelf. Als we bidden: leid ons niet in verzoeking vragen we: geef ons niet de ruimte, sta ons niet toe dat wij onszelf in de grootste moeilijkheden brengen. Zo vinden we het ook terug in een oud Joods gebed dat zegt: “Leid me niet in de macht van de zonde, of de macht van de schuld, of de macht van de verzoeking, en ook niet in de macht van de verachting. Laat de goede neiging in mij overheersen en laat de kwade neiging niet heersen.”

Als we het hebben over verzoeking en het kwaad denken we al snel aan van alles buiten onszelf om ons heen. Het kwaad dat zijn in deze wereld dan de kapitalisten en graaiers. Het kwaad dat zijn de haatzaaiende populisten met hun nare, fascistische trekken. Het kwaad dat zijn narcistische wereldleiders met hun enorme ego’s. Het kwaad dat zijn extremisten, terroristen, fanatieke moslims. Het kwaad dat zijn de grove en hardnekkige milieuvervuilers. Het kwaad dat is Den Haag, Brussel of de antichristelijke grachtengordelelite. De hel, dat zijn de anderen, zei de filosoof Sartre al. Het is verleidelijk, het heeft iets geruststellends om het kwaad vooral buiten jezelf te zoeken.

Kerkvader Augustinus zag in zijn tijd, de 4e-5e eeuw om zich heen ook vele gestalten van het kwaad. Noord-Afrika, waar hij leefde en werkte als bisschop, werd geterroriseerd door rondzwervende bendes, religieuze zelfmoordterroristen, die dood en verderf zaaiden. Tijdens hun aanvallen tierden ze ‘God is groot’ en hoopten ze als martelaar te sterven. Moslims bestonden toen nog niet, het waren christelijke extremisten, donatisten, die er niet voor terugdeinsden de meest wrede, brute vormen van geweld toe te passen. Er is werkelijk niet veel nieuws onder de zon.

En Augustinus schrijft in deze setting zijn boek: de strijd van een christen. Hij zegt daarin dat de strijd tegen dit soort afschuwelijke vormen van zichtbaar kwaad belangrijk is. Maar, zegt hij, dit is slechts de kleine strijd. De grote strijd, aldus Augustinus, vindt plaats in ons eigen leven. De grote strijd richt zich op je eigen schaduwzijden. De duisternis in je bestaan. De slang in je eigen hart. Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. We belijden ermee ook zelf deel uit te maken van een gebroken wereld. En dat we het daarin zelf niet gaan redden.

Om te beginnen herken ik het kwaad lang niet altijd als kwaad. Omdat er vaak maar een dun lijntje loopt tussen goed en kwaad. Want wanneer wordt een gezonde ambitie geldingsdrang? Hoe snel verzandt een goede gewoonte tot dodelijke sleur? Wanneer wordt principe en standvastigheid onvruchtbare koppigheid? Waar houdt zuinigheid op en wordt het lelijke gierigheid? Wanneer wordt zorg voor de ander ongezonde bemoeizucht? En hoe snel verwordt verdriet niet zelfmedelijden? Wanneer slaat begrijpelijk menselijk verlangen om in begeerte en lust?

Wat ook tricky is in het herkennen van de verzoeking en het kwaad is dat verzoekingen waar we meestal mee te maken hebben ons vaak niet zozeer verleiden om in eens iets heel drastisch te doen. Veel vaker zijn verzoekingen dit soort sluipende, geleidelijke subtiele processen van langzame uitholling, erosie. Zoals in een zware storm het water met een machtig gewicht zonder onderbreking blijft drukken tegen de dijk. Zo op het oog lijkt er weinig te gebeuren. Maar onder de constante druk ontstaan er kleine barstjes en scheurtjes, er brokkelt hier of daar iets af tot er vroeg of laat er al snel geen houden meer aan is.

Leid ons niet in verzoeking. Het is een gebed om heldere leiding. De bijbeluitlegger Kenneth Bailey woonde 40 jaar in Arabische landen en hij weet Bijbelteksten heel goed te plaatsen in het Oosterse leven van toen en nu. Bij dit vers ‘leid ons niet in verzoeking’ vertelt hij over lange en zeer zware woestijnexpedities die hij ooit met enkele Egyptische christenen ondernam tot diep in de Egyptische Sahara. Als de expeditie zou slagen zouden ze de prachtigste afgelegen oorden bereiken en uitkomen bij een zeer bekende bron. Maar in die eindeloze zandvlakten loop je ook een grote kans te verdwalen en ben je in korte tijd ten dode opgeschreven. Het welslagen van de expeditie hing in hoge mate af van de deskundigheid en betrouwbaarheid van de gids. Bailey en zijn vrienden durfden het eigenlijk alleen aan met Uncle Zaki, een nederig en betrouwbaar man met een enorme persoonlijke waardigheid. En als ze dan vroeg in de morgen vertrokken op expeditie zeiden ze tegen hem: don’t get us lost, Zaki. Laat ons niet verdwalen. Want wij hebben geen enkel idee van de route of de richting. Dus als jij verdwaalt sterven we allemaal. Ons leven is in jouw handen. Ook dat klinkt mee in de woorden: leid ons niet in verzoeking,

Onze gids, onze overste leidsman in dit leven is onze Heer Jezus en onze weerbaarheid tegen de invloed van de boze hangt in belangrijke mate af van de mate waarin we werkelijk met hem verbonden zijn. Ergens wel een lijntje hebben is te dun, te vaag. Om niet te verdwalen, niet aan jezelf te zijn overgeleverd. Om stand te houden in verzoekingen, weerbaar te zijn tegen de boze is het keihard nodig dat Hij echt aan het stuur van je leven zit.

Want naast de verzoeking van binnen is er ook dreiging, gevaar van buitenaf. Wie bidt: verlos ons van de boze realiseert zich dat er ook een tegenstander is. Dat we leven midden in een strijdtoneel, een geestelijk krachtenveld waarin Gods nieuwe wereld botst op de boze, de satan en zijn duistere machten en krachten. De boze is er actief op uit om me af te brengen van mijn geloof, me volledig op mezelf terug te werpen en weet dat ik dan een speelbal ben, een gemakkelijke prooi. Dat is wat Jezus zegt tegen Simon Petrus: ‘Simon, Simon, zie, de satan heeft dringend verlangd u [allen] te mogen ziften als de tarwe; Ik heb echter voor jou gebeden dat je geloof niet zou ophouden’.

Ziften of zeven is de kostbare waardevolle graankorrels scheiden van het kaf, de schilletjes en andere waardeloze rommel. De boze wil ons ziften om aan het licht te brengen hoeveel ‘waardeloos materiaal’ er in ons leven is. Ons falen, ons tekortschieten, onze schaduwzijden. Hij wrijft ze ons in, duwt ze ons in het gezicht en ontmoedigt ons ermee. Johannes de Doper zegt ergens dat Christus ons ook wil ziften. Maar dan juist om ons leven te zuiveren, te louteren van het kwaad en het goede, het waarachtige over te houden. En ons zo te vormen tot een gelouterd, gezuiverd mens met een scherp oog voor wat goed is en kwaad, wat wijs is en dwaas.

We hoeven de boze niet teveel eer, teveel aandacht te geven. Hij komt aan bod in dit gebed maar pas op het einde. Onze focus mag liggen op onze machtige sterke Vader. Op zijn naam, zijn koningschap, zijn wil, zijn zorg, zijn vergeving. Diezelfde benadering vinden we terug bij Paulus in de Efeziërsbrief. Na uitvoerige lofprijzing en onderwijs over de rijkdom van Christus noemt hij op de valreep in Efeziërs 6 ook de boze. En dan geeft hij ons niet een heel gedetailleerd strijdplan mee. Hij reikt ons de wapenrusting aan. Een gordel, harnas, sandalen, schild en helm die eigenlijk allemaal verwijzen naar een sterke verworteling met Christus.

Verlos ons van de boze, zo bidden we. Ja zeker, er is een boze, een tegenkracht actief. Neil Anderson is een autoriteit op het gebied van geestelijke strijd en bevrijding van machten en krachten. Als hij het heeft over verlos ons van de boze is hij heerlijk nuchter: als je een vliegenplaag het in je keuken, moet je niet als een malle vliegen gaan meppen maar eerst de vuilnis buiten zetten. En dan mep je misschien nog enkele achtergebleven vliegen. Zo is het ook met de strijd tegen de boze. Richt je niet obsessief op boze machten. Ontmasker liever de leugens waardoor deze machten plaats hebben gekregen in je leven. Voed je met de waarheid van God. En werp, als het dan nog nodig is, zonder veel poeha nog een paar demonen uit, als die nog niet gevlucht zijn. Dat is ook in lijn met wat Jakobus schrijft: onderwerp je dus aan God en verzet je tegen de duivel dan zal die van je wegvluchten.

Daar wijst ook het teken van de doop heen. Het wijst ons altijd weer op Christus. Van wie Paulus zegt dat we door geloof één met hem zijn. Dat hij dankzij God onze wijsheid is geworden door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door hem worden wij verlost. (1 Korintiërs 1,30) En jullie doopouders mogen gaan bouwen aan een gezinsklimaat waarin Christus centraal staat. Waar zijn woorden klinken, vriendschap met hem wordt beleefd, je je met je kinderen met vallen en opstaan oefent in een leven in zijn voetspoor en door zijn Geest. krijgt de boze er geen plaats, is je huis een huis van vrede. Dat is wat Jezus ons zegt: Ik ben het licht voor de wereld, wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis maar heeft licht dat leven geeft.

Leessuggestie: Beatrice de Graaf, Heilige strijd, 2018

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie