Berichten in de categorie:

Leven in het koninkrijk

Ambassadeurs van het Koninkrijk (Mt 9,35-10,1)

(Mt. 9,35-10,1 – Lk 10:1-10)

In de jaren dat we in Beiroet woorden kwamen we nog wel eens op de Nederlandse ambassade. Het was een stukje Nederland in het buitenland Midden in den vreemde kon je er soms iets van thuis beleven. Weer even fijn je eigen moedertaal spreken. Iets van je eigen cultuur proeven. Sinterklaas vieren met een echte goedheiligman, zwarte pieten en pepernoten of Koninginnedag compleet met Wilhelmus, haring en bitterballen.

Lees meer…

Wees barmhartig (Lukas 6,36)

(Exodus 22:20-30; 23:10-12; Lukas 6,27-38 – luisterliederen: Heer, raak mijn hart aan – Ik wens je, Trinity)

Ik zal er zijn. Dat is de naam waarmee God zich bekend maakt aan Mozes. Toen hij hem riep bij de brandende braamstruik. En God heeft deze naam keer op keer waargemaakt. Bij de uittocht uit Egypte en de doortocht door de Schelfzee. In dag in dag uit in honger en dorst, in gevechten met belagers. Maar er zit in deze naam een dubbele bodem. ‘Ik zal er zijn’ heeft niet alleen betrekking op wie God is. ‘Ik zal er zijn’ heeft ook iets in zich van een uitnodiging, een opdracht voor de Israëlieten om er op hun beurt te zijn. Voor God, elkaar, de vreemdeling en de hele schepping.

Lees meer…

Leven in het koninkrijk (9): verwondering of verveling

(Filippenzen 4,8 – luisterlied bij deze preek was ‘Morning has broken’)

De laatste hoofdzonde in onze reeks is die van de verveling. Volgens Van Dale is dat: nergens zin in hebben. Toen de oude Grieken dit gedrag benoemden Gebruikten ze het woordje akedeia. Het duidt op een gebrek aan zorg of betrokkenheid. Het is lusteloosheid en onverschilligheid. Zoiets van: wat kan het mij eigenlijk allemaal ook schelen. Het zal mijn tijd wel duren. Ik maak me niet druk. In de engelse taal kun je denken aan uitdrukkingen als: Whatever! I don’t give a peep,  I couldn’t care less.

Lees meer…

Leven in het koninkrijk (8): vrijgevigheid of hebzucht

(Matteüs 6,24, een bijpassend luisterlied is Wat gaan we nu doen – Schrijvers voor gerechtigheid)

Wat had Jezus eigenlijk met geld? Nou om te beginnen was hij er niet vies van. Hij verdiende zelf zijn brood als timmerman. Dat was in die dagen een heel eervol beroep vergelijkbaar met dat van architect in onze tijd. Jezus had minstens vijftien jaar een eigen zaak. En hij stond niet bekend als iemand die daar alles gratis en voor niks weggaf. Hij zal gewoon een goede boterham hebben verdiend.

Lees meer…

Leven in het koninkrijk (7): Lust of liefde

(Matteüs 5, 27-30)

Het is best een stevige uitspraak van Jezus vindt u niet? Wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd. En ik hoor je al denken: Zie je wel, daar heb je het weer. Toch weer dat bekrompene dat geen ruimte laat om te genieten. Dat vingertje, het oordeel, het dreigement. Dat je de kans loopt in de hel te belanden. Zelfs als je alleen nog maar een ondeugende gedachte zou hebben. Is Jezus eigenlijk toch niet ook zo’n moralist die de lat onmenselijk hoog legt en ons zo opzadelt met een levenslang schuldgevoel?

Lees meer…

Leven in het koninkrijk (6): Zelfbeheersing of mateloosheid

(Mt. 4:1-11; 1 Kor. 9:24-27)

Bij het kindermoment werd het volgende filmpje bekeken:

 

Hebt u iets met zelfbeheersing, met discipline? Ik denk dat velen van ons zullen zeggen: Natuurlijk is zelfbeheersing iets belangrijks. Je kunt niet leven vanuit impulsen. Iets doen vanuit een opwelling is meestal niet zo verstandig. We leren het ook onze kinderen: denk eerst even na voordat je iets besluit. Mijn volgende vraag is dan: is zelfbeheersing ook van belang in uw leven als christen? Hoort discipline voor u bij een christelijke levensstijl?

Lees meer…

Leven in het koninkrijk (5): vredelievendheid of woede

(Mt. 5:21-26 en Ef. 4:25-32)

In een van de dierenverhalen van Toon Tellegen  vindt het volgende gesprekje plaats tussen de kreeft en de muis. De kreeft klopte op de deur van de muis. “Ja?” zei de muis. De kreeft stapte naar binnen. Hij had een koffer bij zich die hij op tafel zette. “Ik ben de kreeft” zei hij. “Wilt u wat boosheid?”. “Boosheid?” vroeg de muis, die de kreeft wel kende. “Ja”, zei de kreeft korzelig. “Boosheid. U wilt toch wel eens boos zijn?” “Ja”, zei de muis. “Maar als ik boos wil zijn, dan ben ik ook boos.  Dat gaat vanzelf.” “Maar wel altijd met de goede boosheid?” vroeg de kreeft, terwijl hij de muis onderzoekend aankeek. De muis aarzelde….

Lees meer…

Leven in het koninkrijk (4): Tevredenheid of jaloezie

(Filipp. 4: 10-13; 2 Kor. 12:1-10)

In de schaduw van een collega

Je hebt op je werk die ene collega die er beter uit ziet dan jij, meer succes heeft en altijd alle aandacht heeft met de interessantste verhalen. Eigenlijk voel je altijd in zijn schaduw staan. En je begint hoe langer hoe meer negatief over jezelf te denken. Vergeleken bij die ander voel je jezelf lelijk, zwak, bleek en saai. En als dat maar vaak genoeg gebeurt en lang genoeg duurt kan er iets groeien van afgunst, jaloezie. Waarom hij wel…. en ik niet…..

Lees meer…

Leven in het koninkrijk (3): nederigheid of hoogmoed

Twee briefjes

Een Joodse rabbi heeft eens gezegd. Ieder mens zou altijd twee briefjes bij zich moeten hebben. Op momenten dat je hoogmoedig dreigt te worden. Op dagen dat het het al te goed met jezelf hebt getroffen. Wanneer je jezelf al te serieus dreigt te nemen en je jezelf beter en belangrijker en hoger acht dan de ander. Lees dan het briefje waarop staat waar je vandaan komt. Op dat briefje staat geschreven: ik ben slechts stof…. Maar, zegt de rabbi,  als je je te diep in het stof voelt gedrukt. Als je jezelf klein voelt, onzeker en nietig en minderwaardig. Pak dat dat andere briefje waarop staat waartoe je bent geroepen. Daarop staan de woorden: in mij ademt Gods Geest.

Lees meer…

Leven in het koninkrijk (2): Contact met de Koning

(1 Samuel 3)

Inge Lievaart

Inge Lievaart dichtte de volgende regels.

Vroeg ik mijn denken – of God wel bestond

kreeg ik tot antwoord – alleen een niet weten

 

Vroeg ik mijn voeten – zo lang al op pad

Wisten zij enkel – van kuilen en stenen

 

Vroeg ik mijn handen – wat is er rondom

Wisten zij enkel – van grijpen in leegte

 

Vroeg ik mijn ogen – op wacht aan hun deur

Wisten zij enkel – het licht is geweken

 

Vroeg ik mijn oren – eindelijk gehoor

Weet ik verwonderd – daar is Hij! Hoor: spreken.

Lees meer…