Berichten in de categorie:

Exodus

In het voorbijgaan (Exodus 34,6)

(Exodus 34,1-10)

Van de 19e-eeuwse dichter Nicolaas Beets zijn de volgende regels: ‘De moerbeitoppen ruisten: God ging voorbij, Neen, niet voorbij; Hij toefde, Hij wist wat ik behoefde en sprak tot mij.’ Beets verwijst hier naar 2 Samuël 5. David vraagt God om raad hoe hij ten strijde zal trekken en de Heer zegt dan: wanneer u het geluid van voetstappen in de toppen van de moerbeibomen hoort, haast je dan, want dan is de Heer voor je uitgegaan. God openbaart zich hier aan David, maar opmerkelijk is dat hij dat doet door aan hem voorbij te gaan.

Lees meer…

Gods schoonheid (Exodus 33,18)

(Exodus 33: 12-23 en Markus 9:2-8 – luisterlied: Prachtige God)

De kerkvader Augustinus leefde in de 4e/5e eeuw. Veel van wat hij opschreef is bewaard gebleven en heeft sindsdien in alle tijden snaren geraakt bij christenen. Een mooi voorbeeld hiervan is het volgende gebed dat over de hele wereld bekend en geliefd is. Ik citeer er enkele regels uit. Laat heb ik U lief gekregen, schoonheid zo oud en zo nieuw, laat heb ik U lief gekregen. Zie, U was binnen en ik was buiten (…) U was met mij, maar ik was niet met U (…) U hebt geroepen en geschreeuwd, en mijn doofheid doorbroken. U hebt me met uw licht overstraald, en mijn blindheid verdreven. U hebt mij met uw geur verleid, ik heb haar ingeademd en zucht naar U. Ik heb U geproefd, en ik honger en dorst naar U. U hebt mij aangeraakt, en ik brand van verlangen naar uw vrede.

Lees meer…

Heilige en/of hamsteraar (Exodus 16)

(Exodus 16 – filmpje als leefregel)

Ik kreeg van de week een appje van mijn zus. Ze is met haar hele gezin op Tenerife. Terwijl het hier een grijze, miezerige dag was kwamen er jaloersmakende plaatjes binnen. Blauwe lucht, zonneschijn, vrolijke bruine gezichten, korte broeken, terrasje. Dat soort opgewekte berichtjes zouden ook wel verzonden hebben kunnen worden de plek waar de Israëlieten zijn. Elim, een oase in de woestijn, een heerlijk resort a la Centerparcs. Als de Israëlieten online waren geweest hadden ze hun selfies rondgestuurd: groetjes uit Elim: lekker hier! Een selfie in de relaxmodus onder een prachtige palmboom. Op de achtergrond een klaterende waterfontein. #time-out, #puur genieten, #Godmoment.

Lees meer…

Gebed als reukwerk (psalm 141,2)

(Exodus 30:1-10; Psalm 141; Openbaring 8:1-5 – luisterlied: Laat het huis gevuld zijn met wierook van aanbidding)

Laat mijn gebed als reukwerk voor Uw aangezicht staan. Deze psalmist denkt daarbij aan het reukofferaltaar in de tabernakel of tempel. Zelf is hij er ver bij vandaan. Geen priester te bekennen, geen altaar te zien. Om zich heen de zuigkracht van een leven zonder God. Je proeft in deze psalm de strijd, de weerstand, de aanvechting. En vanuit dat gevecht steekt zijn lege handen in de lucht en bidt dan: Laat mijn gebed als reukwerk voor Uw aangezicht staan, laat mijn opgeheven handen als het avondoffer zijn.

Lees meer…

Wees barmhartig (Lukas 6,36)

(Exodus 22:20-30; 23:10-12; Lukas 6,27-38 – luisterliederen: Heer, raak mijn hart aan – Ik wens je, Trinity)

Ik zal er zijn. Dat is de naam waarmee God zich bekend maakt aan Mozes. Toen hij hem riep bij de brandende braamstruik. En God heeft deze naam keer op keer waargemaakt. Bij de uittocht uit Egypte en de doortocht door de Schelfzee. In dag in dag uit in honger en dorst, in gevechten met belagers. Maar er zit in deze naam een dubbele bodem. ‘Ik zal er zijn’ heeft niet alleen betrekking op wie God is. ‘Ik zal er zijn’ heeft ook iets in zich van een uitnodiging, een opdracht voor de Israëlieten om er op hun beurt te zijn. Voor God, elkaar, de vreemdeling en de hele schepping.

Lees meer…

Gods tent onder de mensen (Joh.1,14)

(Exodus 33:1-7; Exodus 40:34-38 en Joh. 1,14-18 – luisterlied: Esther Tims, Ik zal er zijn)

‘Het woord is vlees geworden en heeft onder ons zijn tent opgeslagen.’ Dat is wat Johannes betreft de komst van Christus in één zin. ‘Het woord is vlees geworden en heeft onder ons zijn tent opgeslagen.’ Letterlijk staat er: heeft onder ons getabernakeld. Door het juist zo te zeggen neemt Johannes ons mee naar vroeger tijden, naar de periode dat de Israëlieten 40 lange jaren als tentbewoners door de woestijn zwierven.

Lees meer…

Geen andere goden (Exodus 20,3)

(Exodus 19: 1-6; Exodus 20: 1-3; Jesaja 44: 6-8; Filippenzen 3: 7-17)

Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte uit de slavernij heeft bevrijd. Zo beginnen de beroemde tien geboden. De Israëlieten zijn inmiddels twee maanden weg uit Egypte. Ze zijn wonderlijk geleid door de Schelfzee. Er is brood uit de hemel gevallen, water uit de rots gesprongen. Ze hebben een overwinning geboekt op Amalek. En nu hebben zij hun kamp opgeslagen bij de Sinai. Hier wil de Heer met hen een verbond sluiten. Waarin wordt vastgelegd wie Hij wil zijn voor hen. En wat dat betekent voor hun levensstijl.

Lees meer…

Geestelijke strijd (Exodus 17)

(Exodus 17: 8-16; 1 Petrus 5:8-11 – luisterlied: O Kerk sta op)

Toen kwam Amalek.. Zo begint het verslag van de strijd bij Rafidim. De Amalekieten  hebben in het OT een speciale plaats. Ze worden beschouwd als nakomelingen van Ezau. Ezau, u weet, de tweelingbroer van Jakob die heel bewust afstand deed van de zegen van God en een hele eigen weg is gegaan, los van God. Zijn nakomelingen zijn dus deze Amalekieten. Zij blijken meer te zijn dan zomaar een stam, een volkje tussen vele andere volken.

Lees meer…

Water uit de Rots (Exodus 17)

(lezen: Exodus 17:1-7; 1 Korintiërs 10:1-13; luisterlied: Faithful One – Brian Doerksen)

 De Israëlieten hebben de bevrijding uit Egypte nog maar net achter zich liggen. Het daverende bevrijdingsfeest dat zij vierden op de oevers van de Rode Zee klinkt nog na. En met opgewekte tred en een goed humeur trekt de karavaan de woestijn in. Maar de Israëlieten staan wat geloof betreft nog in hun kinderschoenen. Ze zijn zich nog nauwelijks bewust van de lengte van de reis en van de ontberingen die zij zullen moeten doormaken. En dat woestijnleven valt nog niet meteen mee.

Lees meer…

Vertrouw Me (Exodus 14)

(lezen: Exodus 14 – aansluitend filmpje: Trust Me – Imago Dei – luisterlied: No longer slaves)

De woestijnperiode is voor de Israëlieten een leerschool. En het curriculum van deze school bevat twee leerlijnen die door het hele programma lopen: gehoorzaamheid en vertrouwen. Het Hebreeuwse woord voor vertrouwen kan letterlijk vertaald worden met: amen zeggen. Vertrouwen is dan zoiets als: Heer als U zegt: Ik zal er zijn, dan zeg ik daar amen op. Dan be-aam ik dat. Dan hou ik me daaraan vast, hoe de omstandigheden ook zijn.

Lees meer…