Berichten in de categorie:

Eten met Jezus

Tijd om thuis te komen (Jesaja 55:1-7)

(Jesaja 55:1-7; luisterlied: Ik ben – Sela)

Ik wil even kort met u stilstaan bij het begrip troost. Met troost bedoelen we meestal: bemoediging, verzachting in lijden of pijn. In de kern is troost vooral: de ervaring dat je niet alleen bent, niet verlaten. In het christelijk geloof is troost een belangrijk woord. Een van de drie personen in God wordt zelfs de trooster genoemd, troosten dat is wat God doet. Troost kun je ontvangen in goedgekozen woorden maar troost kent ook in vormen waar geen woorden aan te pas komen.

Lees meer…

Een nieuw begin (Lukas 19,1-10)

(Lukas 19:1-10)

Ik ga opnieuw beginnen. Het helemaal anders doen. U, jij hebt vast ook zulke momenten wel. Je ben op vakantie en zit op een mooie avond met een goed glas wijn in je hand en spreekt met jezelf en de ander af: na de vakantie ga ik het helemaal anders doen. Ik gooi het echt over een andere boeg en ga gewoon helemaal opnieuw beginnen. Wie het probeert weet dat dat nog niet zo eenvoudig is. Voor je het weet ga je toch weer op de oude voet verder. Val je terug in de oude patronen

Lees meer…

Geraakt door liefde

(Lukas 7:36-50)

Het moet lang geleden eens gebeurd zijn in China. Lee was opgegroeid in een armoedig gezin op het platteland. Zijn vader was lang geleden al overleden en Lee was naar de grote stad getrokken. Om daar zijn geluk te zoeken. Maar al snel was hij op het slechte pad beland en uiteindelijk met zeer grote schulden achter de tralies beland. Hij zou pas vrijkomen als de laatste cent zou zijn betaald. Zijn moeder hoorde van zijn situatie.

Lees meer…

Ik sta voor de deur en klop aan

(Openbaring 3:14-22)

Sommigen mensen noemen Jezus graag: Onze Lieve Heer. Bij lief denk je al snel aan aardig, zacht, aaibaar..In de zuidelijke, meer katholieke streken van Nederland spreekt men wel over: de zoete naam Jezus. Dat is ook wat je kunt tegenkomen in de Engelse taal: ‘Sweet Jesus’ Maar…. is Jezus eigenlijk wel zo lief, zo zacht, zo zoet, zo aaibaar?

In de brief die we vanmorgen lezen begint Jezus in elk geval behoorlijk scherp en is hij pijnlijk eerlijk. Hij draait er niet om heen en zegt het maar gewoon recht voor zijn raap: Ik weet wat u doet, hoe u niet koud bent of warm. Was u maar koud of warm. Maar nu u lauw bent in plaats van warm of koud zal ik u uitspuwen. U zegt dat u rijk bent, dat u alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt. U beseft niet hoe ongelukkig u bent, hoe armzalig, berooid, blind en naakt.

Als wij mensen elkaar vragen hoe het gaat, komen we meestal weg met algemeenheden zoals: Hoe het met me gaat? Ach, z’n gangetje. Ik mag niet mopperen. Het kon zat slechter. Het gaat naar omstandigheden redelijk wel. We blijven dan nogal eens hangen bij het dunne buitenste schilletje van ons bestaan. Bij wat we doen en waar we druk mee zijn. Soms gaat een gesprek iets verder en dieper. En durf je die ander iets meer te laten zien van waar je blij om bent en verwonderd over. En soms ook van wat ons dwars zit. Wat wringt en schuurt in ons leven. Wat pijn doet misschien en verdrietig maakt en bang. Maar als we dat dan van elkaar horen dan is het nog best lastig om dat er te laten zijn. Om dat dan niet meteen toe te dekken en te sussen. Het kleiner te maken en te vergoelijken en weg te redeneren. Zo van: ach joh, het valt ook niet mee. Het komt vast goed. Maak het jezelf niet te moeilijk. Til er niet te zwaar aan. Het zal wel los lopen.

Maar wat wij voor elkaar en ook voor onszelf liefst toedekken. Waar we liefst wat langs heen kijken en langs heen leven. Dat ziet Jezus haarscherp. Hij raakt het aan. Legt zijn vinger op de zere plek. Legt het bloot. Het is het moment van waarheid. Zoals je dat kunt beleven in de kamer van de arts die je uitvoerig heeft onderzocht. Je maakt jezelf wijs dat er niets aan de hand is. En het voelt misschien alsof je blaakt van gezondheid. Maar dan komt het moment dat de lichtbak aangaat. En daar hangen de röntgenfoto’s die niet liegen. En de arts wijst aan en benoemt wat je mankeert.

Dat is de manier waarop Jezus naar ons kijkt. Wij mensen zien aan wat ogen is, maar Hij ziet het hart aan. Hij zie de mens achter de onze woorden, Hij prikt door onze facades en onze maniertjes heen. Jezus blijft niet hangen bij wat je kunt bij wat je hebt bereikt en bij wat je bezit. Jezus pelt ons bestaan af, laag na laag. Je werk, je gezin, je vriendschappen, je hobbies. Je huis, je banksaldo, je auto, je bezittingen, je kleding, je grapjes.  Het beeld dat mensen van jou hebben en dat je zorgvuldig probeert in stand te houden. Als we dat nu eens wegpellen. Wat blijft er dan over? Wie komt er dan tevoorschijn. Wie ben je dan? Wat heb je dan te bieden? Wie ben je in de ogen van God. Wat Jezus dan ziet benoemt hij als arm, blind en naakt. Jij mens, heb je er een idee van hoe kwetsbaar je bent en hoe hulpeloos? Natuurlijk, je bent tot van alles in staat en in veel opzichten capabel en competent. Maar als het gaat om tot je bestemming komen. Als het gaat om de mens worden zoals God je heeft bedoeld. Als het om te leven als een verzoend en bevrijd mens. Als het gaat om leven uit een hart vol liefde. Wat heb je dan te bieden. Ben je als je eerlijk bent dan niet arm en blind en naakt?

Wij hebben op dit punt misschien de neiging om te sussen, af te zwakken, toe te dekken. Is het niet te zwaar aangezet? Het valt misschien nog wel iets mee? Ik bedoel het toch goed? En ik doe toch mijn best? Ja ergens denken we misschien toch dat als het gaat om onze verlossing en om de vernieuwing van ons leven. Dat het dan een beetje van mij is en een beetje van Jezus. Kijk en daar zit nu precies onze blinde vlek. Wie dat beetje van zichzelf nog mee wil laten doen. Die heeft dan ook al snel genoeg aan een beetje van Jezus. Een beetje, niet te weinig maar ook niet te veel. En dat wordt dan niet koud, niet warm maar lauw. En Jezus legt dat hier open en zegt: vergeet dat beetje van jezelf maar. Je bent arm en blind en naakt. Het moet echt helemaal van mij komen. En het kan ook helemaal van mij komen. Want alles wat jij tekort komt, dat wil ik je zo graag geven. Ik ben arm geworden zodat ik jou rijk kan maken met het goud van Gods vergevende liefde. Ik ging naakt aan een kruis zodat ik jou kan kleden. Ik sloot mijn ogen en stierf om jouw ogen te kunnen openen.

En op dat moment wordt de toon van de brief anders. Zacht, warm, intiem, teder, verlangend… Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent zal ik binnenkomen en we zullen samen eten. Ik met hem en hij met mij. Het zijn woorden die trillen van verlangen. Jezus verlangt er zo sterk naar om ons te zegenen en te vergeven. Te bevrijden en te vernieuwen. Om binnen te komen en vertrouwelijk met ons om te gaan als met een vriend En samen met ons te eten. Hij met mij en ik met hem. Toe hij het avondmaal instelde voor zijn vrienden zei hij: Ik heb er hevig naar verlangd deze maaltijd met jullie te eten. Zijn hart gaat zo sterk uit naar de mensen voor wie hij kwam. Naar u, naar jou, naar mij.

En op zijn weg naar ons hart stuit hij op een deur. En aan die deur blijft hij staan en hij klopt en roept en wacht. En zulke dichte deuren komt Jezus steeds opnieuw tegen op het moment dat ik bewust of onbewust delen van mezelf voor Hem afscherm. En toch weer denk hier of daar een beetje toe kunnen bijdragen. En bij zulke deuren staat Hij dan te kloppen, te roepen en te wachten tot u jij en ik zo’n deur open durven doen. En zeggen: Heer, zelfs dat kleine beetje, red ik niet. Wilt u mijn verlosser zijn? Mijn redder. Helemaal. En kloppend, roepend en wachtend zoekt Jezus zich een weg steeds dieper in ons bestaan. Wil Hij steeds meer van zijn rijkdom uitdelen en met ons een vertrouwdheid opbouwen. Die meer en meer mag aanvoelen als een hechte vriendschap.

Komende zondag vieren we samen avondmaal. Niet voor gearriveerde gelovigen die alles op zak hebben en alles op orde. Het is een maaltijd van vriendschap voor mensen die beseffen. Vanuit mezelf ben ik arm, blind en naakt en kom ik niet tot mijn bestemming. Als het van mij afhangt komt dat nieuwe leven niet van de grond. Maar God zij dank, ik hoef ook niet een beetje aan te dragen. Ik mag echt alles, alles van Hem verwachten en ontvangen. En 100% leven van pure en onverdiende genade. En daarom kan en wil ik niet leven zonder Jezus. En daarom open ik voor Hem de deur van mijn hart. En zegt ik het, voor de allereerste keer of weer opnieuw:

1 Heer, ik kom tot U

Hoor naar mijn gebed,

Vergeef mijn zonden nu

en reinig mijn hart.

 

2 Met uw liefde Heer,

Kom mij tegemoet.

Nu ik mij tot u keer

en maak alles goed.

 

3 Zie mij voor u staan

Zondig en onrein.

O Jezus raak mij aan

Van u wil ik zijn.

 

4 Jezus op uw woord

Vestig ik mijn hoop.

U leeft en u verhoort

Mijn bede tot u.