Als een dwaze wijze geloven (Matteüs 2,11)

(Lezen Matteüs 2:1-12)

Wijs en dwaas liggen vaak dicht bij elkaar. Zoals ook genialiteit en gekte soms aan elkaar grenzen. Niemand zal vandaag de dag bijvoorbeeld betwijfelen dat Franciscus van Assisi een belangrijk kerkvader was. De huidige paus heeft zijn naam gekozen. Maar toen Franciscus zelf eeuwen terug predikte op de marktpleinen gooide men stenen naar hem maakte men hem uit voor dwaas.

Eeuwen daarvoor waren er monniken die de woestijn in trokken en daar in afzondering een leven leidden van vrijwillige armoede van kuisheid, studie en gebed. Ze staan vandaag de dag bekend als woestijnvaders. Veel wijze en diepe geloofsinzichten hebben zij ons overgeleverd. In 2017 werd in Nederland het boek Woestijnvaders van Matthias Rouw het theologisch boek van het jaar. Maar in hun eigen tijd zag men hen vaak als zonderlinge idioten.

Nog weer wat vroeger in de tijd leefde Paulus. Zijn apostolische brieven hebben voor christenen groot gezag. Maar in zijn eigen tijd werd hij op de Areopagus uitgemaakt voor praatjesmaker: lege, inhoudsloze kletskous, dwaas. Later gebruikte Paulus het als een soort geuzennaam. Wij zijn dwazen om Christus wil, zegt hij in 1 Kor 3,10. Dwazen om Christus wil want Jezus zelf wordt door vriend en vijand op zijn minst gezien als een zeer wijs man. Maar zijn tijdgenoten verklaarden hem voor gek. Hij is bezeten, hij is gek, zeggen ze in Johannes 10. Waarom luisteren jullie nog naar Hem?

Het is vandaag de dag in onze cultuur niet per se veel anders. Christenen worden wel gezien als de gekkies van deze wereld. Toen het bij DWDD in de stille week voor Pasen over de Matteüspassion ging zei iemand daaraan tafel: Het is hemelse muziek, zo ongelofelijk mooi. Maar waar het over gaat is natuurlijk te krankzinnig voor woorden. Maar daar moet je ook niet al te veel bij stil staan.

Schrijfster Bregje Hofstede zei vorige week in een interview in Volkskrant: Als ik kijk naar de gangen van de wereld en waartoe de mens in staat is. Dan kan ik maar twee conclusies trekken: ofwel er is helemaal geen plan, ofwel het is gemaakt door iemand die totaal kierewiet is.  God zie ik als een trui die de mens voor zichzelf heeft gebreid, om te verhullen dat hij naakt is.

Het is een dun lijntje tussen wijs en dwaas. Dat zien we ook in het kerstverhaal. We komen er wijzen tegen uit het oosten. Het zijn hooggeschoolde en invloedrijke adviseurs van de machtigen der aarde. Uitblinkers in meetkunde, wiskunde en sterrenkunde en zij met al hun kennis en kunde besluiten zij een kostbare en gevaarlijke reis te ondernemen om eer te bewijzen aan een pasgeboren kindje.

Deze reis is voor hen niet een soort van wetenschappelijk studieproject waarbij ze vooral een kritisch distantie bewaren. Het valt juist op hoe weinig voorzichtig en doordacht ze zijn. Ze beoefenen geen stille diplomatie maar veroorzaken een hoop opschudding door in Jeruzalem, het bolwerk van de wrede Herodes heel naïef en openlijk navraag te doen naar het koningskind. Er is geen terughoudendheid, geen aarzeling. Ze vragen niet óf dit koningskind is geboren maar wáár.

Deze wijzen zijn één en al bewegelijkheid, expressie en passie. Als zij de stad weer verlaten en naar Bethlehem reizen is er ineens weer de ster die zij al eerder hadden gezien en dan lees je: toen ze de ster zagen verheugden zij zich met zeer grote vreugde. Swingend en deinend op hun kamelen. Trekt dit wonderlijk gezelschap door de nacht. Tot ze hun bestemming hebben bereikt. Als zij Jezus zien vallen zij plat voorover op de grond in aanbidding. En openen zij hun schatkisten en geven hem het mooiste wat zij hebben: goud en wierook en mirre.

Zo deed men dat in die tijd. De Armeense koning Tiridates trok zo’n 60 jaar later naar Rome trok om keizer Nero zijn eerbetoon te brengen. En als ze elkaar dan ontmoeten  buigt Tiridates voor Nero en knielt voor hem op de grond. Hij zegt: meester, ik ben tot u gekomen die mijn God bent, U aanbiddend als Mithras. Het is een soortgelijk proces dat zich hier afspeelt. Met dit verschil dat het niet in Rome is en zelfs niet in Jeruzalem maar in het eenvoudige Bethlehem. Niet in de entourage van een keizerlijk paleis maar bij een tienermoeder en haar baby.

Niet in Jeruzalem maar in Bethlehem. Het is het verschil tussen Jesaja 60 en Micha 5. Jesaja 60 klinkt in een tijd dat Joodse mensen terugkeren uit hun lange ballingschap in Babel en dan Jeruzalem aantreffen als een spookstad. Leeg, in puin en zonder enige toekomst. En dan spreekt Jesaja de mensen moed in en kondigt hij een tijd van herstel aan en nieuwe bloei. Jeruzalem zal weer een centrum worden. Dan lezen we: volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van je schijnsel. Een vloed van kamelen zal je land overspoelen, jonge kamelen uit Midjan en Efa, Uit Seba komen ze in grote getale beladen met wierook en goud. Zij verkondigen de roemrijke daden van de Heer. (Jes. 60, 3 en 6)

Matteüs heeft deze teksten in gedachten als hij begint te schrijven over deze wijzen. En ook de wijzen zelf hebben deze teksten wellicht gekend. Vandaar dat ze op hun kamelen juist naar Jeruzalem komen en specifiek wierook bij zich hebben en mirre en goud. En dan blijkt dat de wijzen met de verkeerde tekst op pad zijn gegaan. En leiden de Schriftgeleerden in Jeruzalem hen van Jesaja 60 naar Micha 5. De Messias komt niet om Jeruzalem in haar oude luister te herstellen en daarmee dus terug te keren naar de oude stand van zaken. De Schriftgeleerden kennen hun klassiekers en slaan Micha 5,1 op. Uit jou, Betlehem in Efrata, te klein om tot Juda’s geslachten te behoren, uit jou komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen. Micha 5 voegt er aan toe: Hij zal aantreden en hen als een herder weiden, bekleed met de macht van de Heer zijn God, met de majesteit van zijn verheven naam. Zij zullen veilig wonen want hij zal heersen tot aan de einden der aarde en hij brengt vrede. (Micha 5,3)

De wijzen hebben kennelijk een kleine rekenfout gemaakt en zich vijftien kilometers misrekend: niet Jeruzalem maar Bethlehem is de geboorteplek. Het blijkt een wereld van verschil te zijn. Niet alleen geografisch maar ook theologisch. Het is het verschil tussen Jesaja 60 en Micha 5. Tussen de arrogantie van de macht en de stillen in den lande. Tussen een visioen van stedelijke kracht en welvaart en een tegenbeweging van eenvoud, kwetsbaarheid en nederigheid. Jeruzalem en Bethlehem, ze staan voor twee levensstijlen en leven van macht, invloed, en de touwtjes in handen hebben versus een leven dat het moet hebben van wat God heeft beloofd. Dat klein en pril begint met een tienermoeder en haar kindje. Het is autonomie en controle versus afhankelijkheid en overgave.

Je proeft de tegenstelling ook in de houding van de twee categorieën wijze mannen die we in Matteüs 2 tegenkomen. De Schriftgeleerden in Jeruzalem zijn heel wijze mannen. Ze beheersen hun vak, hebben alles op een rijtje en weten er alles van. Tegelijk begrijpen ze er niets van en zijn ze ziende blind. Hun weten en kennen is gestold en verstard en brengt hen op geen enkele manier in beweging. Ze kennen de hele Schrift als hun broekzak maar zitten muurvast in hun natuurlijke denkpatronen. Die andere wijzen, uit het oosten moeten het hier doen met slechts één Bijbelvers uit Micha 5 maar dat ene vers brengt hen tot aanbidding van Jezus. Je komt ze in Matteüs 2 beiden tegen: dwaze wijzen en wijze dwazen. Maar wie is hier nu eigenlijk de dwaas en wie is er werkelijk wijs? In Korea zat ooit iemand in een cel gevangen die beplakt was met krantenpapier. En tussen al de kranten zaten ook enkele velletjes afkomstig uit de Bijbel. En die paar woorden openen de ogen van deze man. Hij kwam later vrij en werd een van de stichters van de Koreaanse kerk, die tot op de dag van vandaag groeit en bloeit. En ik, met misschien wel tien verschillende Bijbels in huis. Wat doe ik met deze woorden, wat doen deze woorden met mij? Waar brengen ze me? Tot wat voor leven?

Een woord dat er uit springt is aanbidden. Je komt het in onze lezing wel drie keer tegen. Dat is waar het deze wijzen om gaat: aanbidding. Je ziet ze daar gestrekt, plat voorover op de grond liggen. In volledige toewijding en overgave. Het zijn niet de mensen van de reserves en slagen om de arm. Ze hebben niet maar ‘iets’ met Jezus maar geloven dat dit kind álles belichaamt waar zij naar hunkeren en verlangen. Ze vertrouwen zich aan dit kind toe en geven het hun kostbaarste geschenken.

Rembrandt heeft dit proberen te vangen in deze pentekening. Het uitzonderlijke zit in de houding van de wijze. Zo’n oude wijze respectabele man. Zo diep knielend voor een pasgeboren kind. Maria houdt het kind nog voor hem in de lucht maar de wijze heeft aan één blik al genoeg. Wat hem vooral raakt is wat hij ziet met zijn geloofsoog. Dat is ook precies wat wijsheid is: het vermogen om door de dingen heen te kijken te doorzien wat er wezenlijk gebeurt. Een juiste inschatting te maken van een persoon of situatie.

De kerkvader Tertulianus heeft eens gezegd: Ik geloof omdat het absurd is. Hij bedoelt: het geloof heeft altijd iets van een paradox iets tegenstrijdigs wat je met je verstand niet klein krijgt. De redder van de wereld wordt een uiterst kwetsbare en afhankelijk kindje? De Heer die de hele kosmos draagt wordt toevertrouwd aan mensenhanden? Hij die in hemelse glorie leefde, wordt nu gewikkeld  in schamele doeken gewikkeld? C.S. Lewis zegt: één van de redenen waarom ik christen ben is dat het een godsdienst is die je niet had kunnen raden.

Het koningschap van Jezus staat bol van paradoxen: begrippen die met elkaar in tegenspraak lijken. Het is een koningschap dat er al is en toch ook nog niet. Het is een koning die alles op zijn kop zet met uitspraken als: ‘Als je zwak bent, ben je sterk.’ ‘Als je je leven wilt behouden, zul je het verliezen.’ ‘Als je wilt ontvangen, moet je geven.’ ‘Als je sterft, zul je leven.’ ‘Vele eersten zullen de laatsten zijn.’ En Paulus, zijn volgeling voegt er aan toe: ‘wanneer iemand van u denkt dat hij In deze wereld wijs is, moet hij eerst dwaas worden, pas dan kan hij wijs worden.

Er is een oude afbeelding gevonden in Rome. Vermoedelijk uit de tweede eeuw na Christus. Een tijd dat er nog maar een paar christenen waren volgelingen van Jezus worden door de Romeinen bespot en verguisd. De afbeelding toont een figuur die gekruisigd is, hij heeft de kop van een ezel. En links ervan staat een kleine figuur met zijn handen omhoog, En daarbij staan de woorden gekrast: Alexamenos aanbidt zijn God. Het is een spotprent, een cartoon. Want wie aanbidt er nu een gekruisigde? En welke ‘ezel’ laat zich nu kruisigen? Wat voor een God is dat dan? En dat is eigenlijk heel goed gezien. Het evangelie is een bespottelijk, absurd en dwaas verhaal. En dat begint al met kerst. De almachtige God smokkelt zichzelf als een baby de wereld binnen in een stal. Verlopen herders en vreemdelingen bewijzen hem eer. En dit kind is al meteen een speelbal van menselijke grillen, van volkstellingen en bruut geweld. Van verstarde godsdienst en cynisme.

Het bijzondere van de spotprent van Alexamenos en de gekruisigde met de ezelskop is dat er in de ruimte ernaast in datzelfde complex nog een tekst is gevonden met diezelfde naam. Het is een korte zin die zoiets betekent als: Alexamenos vertrouwt erop. Het klinkt als een antwoord. Alsof deze Alexamenos de spotprent heeft gezien en terug schrijft: het mag absurd zijn en dwaas, maar ik doe het er mee, ik vertrouw er op. Dat is wat sindsdien in alle tijden, ook vandaag mensen wereldwijd zeggen en leven. Ze knielen voor Jezus en aanbidden hem en zeggen als dwaze wijzen: Ik vertrouw op U. Want het dwaze van God is wijzer dan mensen. Je bent een gezegend mens als je buigt voor Jezus. Hem tot heer van je leven uitroept. Hem in alles volgen wil. Je bent gezegend en in uitstekend gezelschap.

Geïnspireerd door een gedicht van Lenze L. Bouwers

Door als een dwaze wijze te geloven,

ga je op weg, volg je een hemels licht,

Terwijl je toch beide benen gericht

verbonden houdt op aarde en daarboven

Je hart een antwoord zoekt. Een blind gezicht

ziet meer dan een verrekijker en doven

horen meer dan de nieuwslezer bericht?

Alleen als dwaze wijze te geloven,

verstand diep kopje onder, vernieuwd boven

komen, het wonder wonder laten; gewicht

aan goud, parfum en olie – om te loven –

schenken het kind dat eeuwige vrede sticht;

door als een dwaze wijze te geloven.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie