Aan tafel (Handelingen 2,46)

Zij braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. (Handelingen 2,46)

Stel: ik geef u papier en potlood en vraag u: maak eens een eenvoudige tekening van wat volgens u de kern is van kerk zijn. Wat tekent u dan? Zingende mensen? Een preekstoel? Een bijbelstudiegroepje? Iemand op ziekenbezoek?

Lukas zou een eettafel tekenen, denk ik. Als hij in Hd 2 een portrest schetst  van de eerste christengemeente plaatst hij nadrukkelijk in het midden een eettafel. Hij noemt er zeker ook andere aspecten. Krachtig leiderschap: de apostelen verrichten vele tekenen en wonderen. Missionair gemeente-zijn: ze stonden in de gunst bij het hele volk en elke dag komen er mensen tot geloof en bij de gemeente. Gemeenschap: allen die het geloof hadden bleven bij elkaar en hadden alles gemeenschappelijk. Rentmeesterschap: ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. Lofprijzing en aanbidding: elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel en loofden God

En dan staat daar ook nadrukkelijk die ene zin: Ze braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Lukas, de schrijver van het boek Handelingen, schreef, zoals u weet ook een evangelie. En daarin komen we Jezus steeds weer tegen aan tafel. Aan tafel bij Martha en Maria heeft hij het druk zijn en het ene dat nodig is. Tijdens een etentje bij Simon de Farizeeër gaat het over liefde en vergeving. Als Jezus bij een ander diner mensen ziet dringen om de mooiste plekken snijdt hij het onderwerp nederigheid aan. En als hij aan tafels kliekjes tegenkomt van mensen die voortdurend alleen elkaar uitnodigen raadt hij hen aan eens een maaltijd te houden met wie niets terug kan geven.

In verschillende gelijkenissen staat een maaltijd centraal. Die van het grote banket waar ieder zich voor verontschuldigt en uiteindelijk armen, blinden en kreupelen aanzitten. De gelijkenis van de Vader en zijn twee zonen loopt uit op een feestmaal.

Na de opstanding heeft Jezus nog maar 40 dagen maar ook dan neemt hij de tijd om keer op keer te eten met zijn leerlingen. Een BBQ met brood en vis bij het meer van Tiberias. Een avondmaaltijd in Emmaus. Als wij in Hd 1 lezen: Jezus en zijn leerlingen waren bijeen staat er letterlijk: zij deelden het zout. Aan tafel dus. Dus zelfs Jezus allerlaatste gesprek met zijn leerlingen over de grote opdracht vindt plaats aan tafel.

En ook in het vervolg van het boek Handelingen komen we keer op keer maaltijden tegen. Maaltijden die grensdoorbrekend zijn. Petrus krijgt de uitdrukkelijke opdracht om als vrome Jood te gaan eten bij de niet-Jood Cornelius, die God ook blijkt te dienen. Het eerste wat Ananias doet als hij de gevaarlijke duistere Saulus de handen heeft opgelegd en hij vervuld wordt met de Heilige Geest is een maaltijd organiseren waarbij Saulus eet met de christenen in Damascus die hij even daarvoor nog naar het leven stond. Vriend en vijand bij een verzoeningsmaal.

En als in Filippi de gevangenbewaarder tot geloof komt is het volgende dat we lezen: En hij bracht hen, Paulus en Silas, in zijn huis en richtte voor hen de tafel aan en hij verheugde zich dat hij met al zijn huisgenoten tot geloof was gekomen. Vanavond staan we stil bij een moment waarop Paulus in volle zee op weg naar Rome de maaltijd gebruikt met bemanning en passagiers.

En vanmorgen staan in dit portret van de eerste gemeente dus ook deze woorden: Zij braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. De uitdrukking: braken het brood is in het algemeen een uitdrukking voor samen eten. En het tegelijk ook soms de uitdrukking voor samen avondmaal vieren. En in de vroege kerk liggen deze twee dicht tegen elkaar aan. Men kent in deze tijd liefdesmaaltijden. Ieder brengt wat mee om te eten en te drinken. Tijdens de maaltijd vertelt men verhalen over Jezus over wat hij gezegd zou hebben en wat hij zou hebben bedoeld. En binnen zo’n liefdesmaaltijd is er dan een gedenkmoment waarop de gastheer voor het brood dankt, het zegent, het breekt en deelt met elkaar en de beker van de dankzegging laat rondgaan.

Cruciaal van deze maaltijden is dat ze grensdoorbrekend zijn. Joden en niet-joden, vrijen en slaven, ingewijd of pril gelovig, apostel of personeel, rijken en armen, geletterd of ongeletterd, ze ontmoeten elkaar aan die ene tafel en vieren zo hun onderlinge verbondenheid in Christus. Dat gegeven van tafelgemeenschap over allerlei grenzen en lijnen heen is een getuigenis, een sacrament op zich.

In de Galatenbrief beschrijft Paulus een situatie waarbij hij ergens in een kerk aan tafel zit met Petrus en een aantal gelovigen met een niet-Joodse achtergrond. En Joodse volgelingen van Jezus die eten met niet-Joodse christenen. Dat ligt in die eerste tijd heel gevoelig. En als er dan een groepje Joodse christenen uit Jeruzalem binnenkomt fluisteren zij iets in het oor van Petrus. En even later zit Petrus met de Joodse gelovigen aan een aparte tafel. En ook Barnabas schuift aan bij die aparte tafel. Afgezonderd van de christenen met een niet-Joodse achtergrond. Paulus gaat dan staan en leest Petrus in het bijzijn van iedereen de les. Twee grote apostelen staan hier tegenover elkaar en de hele tafelgemeenschap wordt stilgelegd

Voor Paulus staat hier heel wat op het spel. En Lukas zal dat met hem eens zijn geweest. Eigenlijk staat hier alles op het spel. Als je een aparte tafel vormt, jezelf afsplitst, ondergraaf je de kern van gemeentezijn. Want de kerk is in de kern een gemeenschap in Christus. Van mensen die elkaar ontmoeten aan die ene tafel. En bij deze liefdesmaaltijd zijn er geen grenzen. Niet tussen insiders en outsiders. Niet tussen ingewijden en nieuwkomers. Niet tussen gevorderden en beginners. Niet tussen confessioneel of evangelisch. Niet tussen Lunteranen of import. Niet tussen ambtsdragers of gemeenteleden. Niet tussen belijdend lid of dooplid

Zij braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Ik kom zulke maaltijd regelmatig tegen in ons gemeenteleven. Ontmoetingen aan tafel bv voorafgaand aan een cursus, een kring, een vergadering of tijdens een weekend of kamp. Het schept verbondenheid, het is iets vreugdevols. Lukas benoemt dat mooi: in een geest van eenvoud en vol vreugde. Eenvoud betekent hier zoiets als: ongedeeld, uit één stuk, niet versnipperd. Het maakt nogal verschil of je eet met iemand. Die een heel deel van zijn/haar hart afschermt. Zich niet laat kennen, misschien wel een oordeel heeft over van alles en nog wat. Dat is niet ‘eenvoudig’, dat is knap ingewikkeld. Lukas ziet daar in Jeruzalem mensen aan tafel die hun oordeel, hun reserves, hun bedenkingen afleggen omdat er iets veel sterkers is dat hen verbindt. De liefde van Christus, de band door de Heilige Geest.

Voor Lukas is samen eten de lakmoesproef van de gemeenschap. De onderlinge maaltijd geeft iets aan van in hoeverre we onszelf geven aan elkaar van de mate waarin we verbonden zijn. Verbonden aan onze Heer en Heiland. Verbonden in de Heilige Geest en zo ook verbonden aan elkaar. Die band is sterker dan welk verschilletje dan ook, toch?

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie