Gebed als reukwerk (psalm 141,2)

(Exodus 30:1-10; Psalm 141; Openbaring 8:1-5 – luisterlied: Laat het huis gevuld zijn met wierook van aanbidding)

Laat mijn gebed als reukwerk voor Uw aangezicht staan. Deze psalmist denkt daarbij aan het reukofferaltaar in de tabernakel of tempel. Zelf is hij er ver bij vandaan. Geen priester te bekennen, geen altaar te zien. Om zich heen de zuigkracht van een leven zonder God. Je proeft in deze psalm de strijd, de weerstand, de aanvechting. En vanuit dat gevecht steekt zijn lege handen in de lucht en bidt dan: Laat mijn gebed als reukwerk voor Uw aangezicht staan, laat mijn opgeheven handen als het avondoffer zijn.

Om allerlei redenen kun je je soms erbuiten voelen staan. Zijn er pijnlijke drempels en taaie weerstanden die voorkomen dat je zomaar weer Gods huis binnenhuppelt. Onverwerkt verleden, beschadigde verhoudingen, verbroken vriendschappen, schaamte om een scheve schaats. En als je dan helemaal alleen bent en je bidt kan je soms het gevoel bekruipen: komt mijn gebed wel verder dan dit plafond? Dat is het gevoel van waaruit deze psalmregels zijn ontstaan. Laat mijn gebed als reukwerk voor Uw aangezicht staan..

In de tabernakel, u weet wel, die heilige ontmoetingstent die Mozes bouwde in de woestijn, was alles ingericht op een ontmoeting met God. Buiten bij de ingang het koperen wasvat en het brandofferaltaar. En in het eerste vertrek binnen in de tent rechts de tafel met de twaalf toonbroden en links de zevenarmige kandelaar. En in het midden het voorhangsel met daarachter het heilige der heilige met de ark van het verbond met het verzoendeksel en de twee cherubs en daar tussen die engelfiguren, daar is de woonplaats van de Allerhoogste.

En precies in het midden vlak voor dit voorhangsel staat het gouden reukofferaltaar waarvan we zojuist lazen dat juist dit altaar voor de Heer het allerheiligst is. En vanaf dit reukofferaltaar verspreidt zich dag en nacht een heerlijke geur door het heiligdom. Iedere morgen en iedere avond gaat er één van de priesters het heilige binnen om op het gouden altaar voor het voorhangsel een offer van geurige kruiden te ontsteken.

En zoiets komen we ook tegen in Openbaring 8. We krijgen er een doorkijkje in de hemel. Even wordt de dunne sluier weggeschoven die ons scheidt van de wonderlijke werkelijkheid van God. En we zijn ineens in de troonzaal. In het midden de troon van genade. Eromheen de engelen van God. Apart van de andere engelen is daar die ene engel die een bijzondere taak verricht. Hij staat bij een gouden altaar en draagt in zijn handen een gouden schaal. Deze schaal is gevuld met wierook. En de engel legt deze wierook op het altaar zodat de geurige rook opstijgt naar God. Dit reukoffer van wierook dat opstijgt naar God verbeeldt de gebeden van de heiligen. Een gebed dat op aarde wordt verzonden blijkt niet te verdampen, niet te verwaaien maar stijgt op  als een reukwerk voor God.

De schaal en het altaar van goud. De eerbiedige priesterlijke dienst van de engel, het verzamelen van de gebeden en het opzenden, het geeft aan hoe kostbaar, hoe buitengewoon waardevol ieder gebed is dat door een mens wordt gebeden. Gods engelen verzamelen al die losse gebeden in hun gouden schalen en brengen ze op het altaar en doen ze opstijgen tot bij God zelf. Zoals we lezen in psalm 56 dat onze tranen worden opgevangen in een kruik

Je kunt je afvragen: zitten daar ook mijn gebeden bij? Heeft mijn gebed wel genoeg kracht, overtuiging om die wierookschaal te bereiken? Nou, of uw en mijn gebed mee opstijgt hangt per saldo niet af van onze vroomheid. De engel die in Openbaring 8 de gebeden van alle heiligen verzamelt en opzendt voegt aan die gebeden iets toe. In vers 3 lezen we: Hij kreeg een grote hoeveelheid wierook om die op het gouden altaar voor de troon te offeren samen met de gebeden van alle heiligen. En de rook van de wierook steeg met de gebeden der heiligen uit de hand van de engel op.

De gedachte is dat de gebeden van de heiligen hier worden aangevuld en versterkt door het offer van Christus. Het leven en sterven van Jezus dat in Efeziërs 5,2 als volgt wordt omschreven: Hij heeft ons liefgehad en zich voor ons gegeven als offer, als een geurige gave voor God. Zijn manier van leven en sterven geeft aan onze gebeden kracht en vleugels. Hij bidt zelf met ons mee daar in de hemelse troonzaal en Hij bidt ook in ons mee. Romeinen 8 zegt dat als wij niet weten wat wij bidden zullen, de Geest in ons pleit en voor ons met woordloos zuchten

Ook in de tabernakel zien we dat de wierook van de verzamelde gebeden op het reukofferaltaar van buitenaf wordt gevoed, aangevuld en bekrachtigd. ’s Morgens en ’s avonds is daar de priester. Hij neemt vuur dat hij alleen mag nemen van het brandofferaltaar op het voorhof. En dat altaar is een specifieke heenwijzing naar het offer van Christus dat als lam van God de zonde van de wereld wegneemt. Zonder het vuur van het brandofferaltaar daarbuiten gebeurt er op het reukofferaltaar helemaal niets. Zonder vuur, geen rook. Zonder de gave en het werk van Christus stijgt er van de aarde geen enkel gebed omhoog. Iedere morgen en iedere avond wordt het brandoffer en het reukoffer op hetzelfde moment ontstoken. En stijgt samen met de wierook van het reukoffer ook de rook op van het brandoffer op.

Laat mijn gebed als reukwerk voor Uw aangezicht staan. En, zo voegt de psalmist er aan toe: laat mijn opgeheven handen als het avondoffer zijn. Wat gebeurt er bij een avondoffer? Een lam wordt in delen op het brandofferaltaar gelegd En het vuur dat tegen die tijd wellicht op een laag pitje staat laait op zo’n moment als gevolg van het vet ineens op en zet de hele omgeving in het licht zet. En zoals het vuur bij het avondoffer ineens weer opleeft zo bid deze psalmist dat zijn eenvoudige gebed weer vuur mag brengen, licht, warmte, kracht. Laat mijn opgeheven handen als het avondoffer zijn.

Ieder gebed dat ik bid wordt verzameld en bereikt God als kostbaar en aangenaam reukwerk. Vermengd met het geurige offer van Christus. Het is waar God van geniet. Dat zijn kinderen op aarde Hem zoeken in gebed. Hun blijdschap en zorgen. Hun dankbaarheid en verlangen met Hem delen. Iedere dag opnieuw. Het beeld van de wierook, het reukwerk benadrukt ook iets van het constante. De hele dag door blijft die geur hangen. Aan zoiets denkt Paulus ook als hij in Romeinen 12,1 ons aanspoort om ons aan God te wijden als een levend offer, heilig en God welgevallig. In 2 Korintiërs 2:14-16 zegt Paulus dat wij de wierook zijn die Christus voor God brandt en dat wij door onze levens de kennis over hem wil verspreiden als een aangename geur. Gebeden kun je niet gebruiken als een soort rookgordijn waarachter je dan onveranderd kunt voortleven. Als gebedsmomenten niet leiden tot een manier van leven naar Gods wil verliezen onze gebeden hun aangename geur. Dan veranderen ze in een onheilige stank en scheppen ze verwijdering tussen God en ons.

Openbaring spreekt nadrukkelijk over de gebeden van de heiligen. Dat zijn geen mensen zonder gebreken. Het zijn wel mensen die volgens Openbaring 7,14 hun kleren hebben wit gewassen in het bloed van het lam. Met andere woorden: zij weten wie zij zijn, hebben hun identiteit in Christus helder en staan zo in hun kracht. In een gerijpt geloofsleven horen ze bij elkaar: identiteit, intimiteit en autoriteit. Identiteit is dat je weet wie je bent in Christus. Intimiteit is je vriendschap, je omgang met God. Autoriteit is dat je in Gods kracht leert staan. En juist ook als bidder je plaats inneemt. Daarin mogen we groeien

Over zulke mensen zegt Jakobus: het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet. Van de Schotse koningin Mary was destijds bekend dat zij meer bevreesd was voor de gebeden van de hervormer John Knox dan voor een leger van duizend gewapende strijders. Want ze wist dat zijn gebeden waren als een aangenaam reukwerk voor God. Dat zijn gebeden impact hadden op wat er hier op aarde plaats vond.

Bidden is iets anders dan lukraak een hele reeks gedachten en vragen op God afvuren. Het is ook meer dan losse flarden van onsamenhangende gedachten en half afgemaakte zinnen. Het reukoffer moest volgens specifieke voorschriften aandachtig en zorgvuldig worden samengesteld en geschikt. Ligt daar niet ook een les in voor ons gebedsleven. Dat we naast het verzenden van onze gebeden naar God ook mogen leren luisteren naar wat Hij óns zeggen wil door zijn Woord en ook door zijn Geest in on hart en dat we onze gebeden afstemmen op wat er van God in ons leven binnenkomt. Jezus noemt dit in gesprek met zijn leerlingen bidden naar Gods wil en zegt daar over: wat jullie ook zullen bidden in mijn naam het zal jullie worden gegeven.

Bij de instelling van het reukofferaltaar in de tabernakel lezen we dat reukwerk moet voortdurend alle generaties door. Hoe is dat voor onze generatie? Hangt de geur van gebed nog altijd in onze levens? Is er een klimaat van gebed in onze gezinnen. Bidden we bij vlagen en in flarden en vooral als we in onze rats zitten. Of leren we van elkaar om het vuur brandend te houden om dagelijks ons gebed als reukwerk te laten opstijgen. Uit dankbaarheid voor dat ene geurige offer van onze Heer?

We zien dat de Heer de gebeden van zijn kinderen verzamelt. En dat ze samen een aangename geur zijn voor de Heer. God wordt er blij van als die gebeden samen klinken. Kent u de vreugde, de zegen van samen bidden? Dat je met je man, je vrouw, je kinderen een gesprek voert met je hemelse Vader. Samen je liefde voor hem uitspreekt. Samen elkaars zorgen bij Hem brengt. Je samen ernaar uitstrekt hem dieper te leren kennen? Samen leren hardop te bidden, je schroom te overwinnen kan een andere, diepere en hechtere band geven. Komende week is er de week van gebed. Verzamelen zich in heel Nederland Christenen met verschillende achtergronden om samen te bidden voor hun stad, dorp, buurt. In Lunteren gebeurt dit ieder avond om 19u in onze kerk. U bent van harte welkom om daar onze gezamenlijk beden op te zenden als reukwerk voor Gods aangezicht. God zal er blij mee zijn. Zijn engelen ook. En wij hier op aarde, wij zullen er door worden gezegend.

In sommige waterpretparken kun je stortbakken tegenkomen. Zo’n reservoir vult zich langzaam met water en er onder verzamelen zich steeds meer kinderen die weten dat als de enorme waterbak helemaal vol is hij ineens zal kantelen en zij een stortbad ontvangen. Zoiets zien we gebeuren in Openbaring 8. De engel verzamelt de gebeden van alle heiligen in een gouden schaal. Tot een bepaald punt is bereikt en diezelfde schaal wordt omgekeerd en er vuur van het altaar op de aarde komt. Vuur van het altaar is de kracht van God die vrijkomt in de hemel en wordt ingezet om op de aarde verandering, vernieuwing te brengen. Laten we dagelijks de hemelse wierookschaal vullen en vol verwachting uitzien wat God gaat doen, als Hij de schalen laat kantelen.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie