Wees barmhartig (Lukas 6,36)

(Exodus 22:20-30; 23:10-12; Lukas 6,27-38 – luisterliederen: Heer, raak mijn hart aan – Ik wens je, Trinity)

Ik zal er zijn. Dat is de naam waarmee God zich bekend maakt aan Mozes. Toen hij hem riep bij de brandende braamstruik. En God heeft deze naam keer op keer waargemaakt. Bij de uittocht uit Egypte en de doortocht door de Schelfzee. In dag in dag uit in honger en dorst, in gevechten met belagers. Maar er zit in deze naam een dubbele bodem. ‘Ik zal er zijn’ heeft niet alleen betrekking op wie God is. ‘Ik zal er zijn’ heeft ook iets in zich van een uitnodiging, een opdracht voor de Israëlieten om er op hun beurt te zijn. Voor God, elkaar, de vreemdeling en de hele schepping.

Dat is de strekking van het verbond dat de Heer bij de Sinai sluit met zijn volk. Naast de tien woorden geeft de Heer hen allerlei leefregels mee. Do’s en don’ts die de Israëlieten moeten helpen om op een nieuwe manier met elkaar samen te leven. Op zo’n manier dat er echt sprake is van vrijheid en vrede, ruimte en respect, samengevat in dat rijke woord shalom.

Als je deze leefregels op je in laat werken valt op hoeveel aandacht er is juist voor de meest kwetsbaren. Vreemdelingen die geen familie of stam hebben die hen beschermt, voor hen zorg draagt. Weduwen en wezen die kwetsbaar zijn omdat hun man en vader niet meer kan opkomen voor hun belangen. Slaven die afhankelijk zijn van hun meester. Armen die geen grond bezitten, geen spaarsaldo als buffer hebben en dus vaak letterlijk met lege handen staan en aangewezen zijn op anderen om hen heen. Ook dieren en akkers worden door deze leefregels beschermd tegen verwaarlozing, uitputting en overbelasting.

God gebruikt deze woestijnperiode om voormalige slaven te leren wat echt leven is. Hoe het goede leven zoals God het bedoelde er uit ziet. En een belangrijke kernwaarde daarin is barmhartigheid. Als je een ander woord daarvoor zoekt kom je uit bij medelijden, bewogenheid, ontferming, compassie. In Exodus 34 maakt God zich nader bekend aan Mozes en roept de Heer zijn naam uit en het eerste woord dat God dan over zichzelf zegt is precies dit: barmhartig. Barmhartig en genadig is de Heer, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw. Een formulering die we ook later in de Bijbel tegen blijven komen bijvoorbeeld in psalm 103.

Het eerste, het leidende in God is barmhartigheid. Die barmhartigheid gaat voorop en wint het van het andere. Psalm 30 zegt: zijn woede duurt een oogwenk, Zijn liefde een leven lang. Je zou ook kunnen zeggen: barmhartigheid is wat God beweegt, de kern van zijn wezen. Het Hebreeuwse woord voor barmhartig is verwant aan de ingewanden, de buik, de baarmoeder. De plaats waar je geraakt wordt. We lezen in Matteüs 9,36: toen Jezus de mensenmenigte zag voelde hij medelijden met hen. Letterlijk staat er: was hij innerlijk met ontferming bewogen. De Heer voelt het in zijn maag, krijgt er buikpijn van is er beroerd van.

En deze manier van kijken, deze manier van zijn wil Jezus overdragen op ons als zijn leerlingen: Wees barmhartig, zegt hij in de bergrede, zoals jullie Vader barmhartig is. Wéés barmhartig.. dat is in de eerste plaats zijn. Schiet niet meteen in een activistische modus om barmhartigheid te snel te vertalen in een actielijstje. Jezus brengt ons eerst bij het hart van God. Die hij hier nadrukkelijk ‘jullie Vader’ noemt. Jezus brengt ons in relatie met het vaderhart van God waarin barmhartigheid de boventoon voert. En leert ons om vanuit deze relatie te leven.

Een synoniem voor barmhartigheid is warmhartigheid. En kennelijk is ons hart van huis uit niet bepaald warm. Als Jezus zegt: wees barmhartig, zegt hij er meteen achteraan: oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Er kan snel iets van een oordeel in ons kruipen ten opzichte van die ander die ons pad kruist. En misschien wel juist ten opzichte van een kwetsbare naaste die niet tot mijn soort mensen behoort, niet mijn type is, niet tot mijn sociale klasse behoort. En zodra we in de modus van oordeel terecht komen plaatsen we onszelf boven die ander staan we niet meer naast die ander zijn we niet echt nabij, en scheppen we afstand. Koelt ons hart af en hebben we weinig te bieden aan barmhartigheid.

Enkele jaren terug riep paus Franciscus een jaar van barmhartigheid uit. Hij schreef in een inspiratiedocument de volgende zinnen op: Jezus is het gezicht van de barmhartigheid van de Vader. Wie Hem ziet, ziet de Vader. Jezus Christus openbaart met zijn woord, met zijn gebaren en met heel zijn persoon de barmhartigheid van God. En, zo schrijft Franciscus: voor ons is het nodig voortdurend het mysterie van de barmhartigheid te overwegen. Het is een bron van vreugde, gemoedsrust en vrede. Het is de voorwaarde van ons heil.

En vanuit dit gevoed worden, dit je warmen aan het hart van God mogen we barmhartigheid ook concreet vertalen in onze daden. Juist Lukas had oog voor de centrale plaats van barmhartigheid in de bediening van Jezus. Lukas vertelt die twee prachtige centrale gelijkenissen over de barmhartige Samaritaan, en over de barmhartige Vader en zijn twee zonen. En Lukas vertelt ons ook als contrastverhaal hoe lelijk een leven wordt zonder barmhartigheid in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus.

Paus Franciscus zegt het zo: “Door mens te worden heeft de zoon van God ons uitgenodigd tot een revolutie van tederheid.” Dat is de manier waarop Gods koninkrijk zichtbaar wil worden, gestalte krijgt in zachte krachten van compassie. In kleine maar veelbetekenende gebaren van vriendelijkheid en goedheid. In een revolutie van tederheid. In Jezus doet God het ons voor hoe een revolutie van tederheid en uitziet. Door die ander te zien, ook in zijn diepste nood. Die ander tegemoet te treden, aan te raken. Juist ook als hij of zij niet je vriend is of je type. Lukas benadrukt specifiek hoe Jezus juist mensen in de marge op het oog heeft. De onaanraakbare, de melaatse, de prostituee, de Samaritaan, de gebogene, de verlamde, Lazarus met zijn weerzinwekkende zweren, de man in Gardara in wie vele boze geesten wonen en waar iedereen met een grote boog om geen leeft. Jezus laat zien wat het is om het lef, het hart te hebben om heel bewust die grenzen te doorbreken, over deze muurtjes heen de ander te zien de hand te reiken en te ontmoeten. En zo het warme hart van God voor die ander even heel tastbaar, voelbaar te maken.

In de film ‘pay it forward’ bedenkt een jongen een manier om het verschil te maken in zijn leven. Als ik nu eens iets goeds doe voor drie mensen om me heen. En als zij dat elk op hun beurt niet mij komen bedanken en mij iets terug doen, terug betalen maar hun dank laten blijken door drie anderen blij te maken. Dan ontstaat er zomaar een keten van goede daden

Deze film, gebaseerd op een boek, heeft geleid tot een app ‘pay it forward’ die je elke dag een suggestie doet om op een specifieke manier een gebaar van barmhartigheid te laten zien. En ik heb begrepen dat één van onze catechesegroepen er sinds een aantal weken dagelijks mee aan de slag is. In Amerika is al jaren een beweging gaande waarin mensen elkaar stimuleren ee ander te verassen met een random act of kindness’, een onbaatzuchtig gebaar van vriendelijkheid

En dat kan er werkelijk op 1000 manieren uitzien. Bij een tolpoortje betalen voor de auto achter je. Koken voor iemand in de straat die ziek is. Een keer oppassen bij en stel dat eens nodig samen uit moet. Een bos bloemen plukken of kopen voor een collega of zomaar een vreemde. Een keer per dag oprecht naar iemand te luisteren zonder te onderbreken of aan jezelf te denken. Een lege jampot vullen met vrolijke quotes en gedachten voor iemand die wel een oppepper kan gebruiken. Als je toch een taart bakt, er twee bakken om er iemand blij mee. Een ballon kopen en geef die aan het eerste kind dat je tegen komt

Een stel vertelt dat tijdens een etentje in een restaurant er een vriendelijke Indiër aan hun tafel komt. Of hij voor € 3,50 een polaroid-foto mocht maken. ‘Ik wilde bijna met hem over de prijs gaan onderhandelen, tot ik me bedacht dat het tegenovergestelde veel leuker was. ‘Nee, ik wil hem niet voor € 3,50,’ zei ik. ‘Mag het voor € 5,-?’ De man maakte verbaasd zijn foto, nam het geld aan en verdween met een grijns van oor tot oor.’

Een gezin schrijft op een blog het volgende: ‘Het Franse dorp waar wij vakantie vierden bleek op de route van de Tour de France-karavaan te liggen. We installeerden ons op een terrasje onder een parasol om het spektakel te aanschouwen. Met koffie en een croissantje en later koele rosé met een salade was het prima uit te houden. Opeens realiseerde een van ons zich dat de gendarme die een paar meter van ons af de toeschouwers in het gareel moest houden daar al uren in de brandende zon stond. Hij bestelde een grote fles water eEn bracht hem naar de zwetende man. Hij klokte achter elkaar de helft naar binnen en riep toen totaal verrast: u bent een engel!!’

Aartsbisschop Tutu zei het zo mooi: do your little bit of good where you are; it’s those little bits of good put together that overwhelm the world. Doe jouw kleine beetje goeds waar jij bent en al die kleine beetjes goeds zullen in deze wereld het verschil maken. En hij heeft gelijk: goede daden zorgen vaak voor een sneeuwbaleffect. Als je merkt dat een ander jou met iets kleins een enorm plezier doet, dan zal dat jou stimuleren ook eens zoiets voor een ander te doen. Wat doet u vandaag, morgen en deze komende week om een kwetsbare ander even een glimlach te bezorgen? Wees barmhartig, zoals jullie Vader barmhartig is.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie