De Vredevorst (Jesaja 9,5; Lukas 2,14)

(Jesaja 9:1-6; Lukas 2,8-14 – Filmpje Kerstbestand 1914)

Het is december 1914. In Europa woedt de Eerst Wereldoorlog. Aan een van de frontlinies ergens in Frankrijk liggen Duitse en Engelse soldaten tegenover elkaar in de loopgraven. Het loopt tegen de feestdagen, de temperatuur daalt tot beneden het vriespunt. Het barre winterweer maakt gevechtshandelingen praktisch onmogelijk.

En dan wordt het 24 december, kerstavond. Aan het begin van deze ijskoude, heldere maanverlichte winteravond plaatsen Duitse soldaten in hun loopgraven bovenop de borstwering kleine kerstbomen waarin zij kaarsen laten branden. Het is een schitterend gezicht. Vanuit beide kampen wordt over en weer geroepen: hallo Tommy, hello Fritz!! De Duitsers laten de Engelsen weten dat zij die avond Kerstliederen zullen zingen

Rond half acht komen er aan de Duitse kant massaal soldaten zingend tevoorschijn uit hun loopgraven. En klinkt daar over het slagveld uit honderden mannenkelen: Stille Nacht, Heilige Nacht.. Deze kerstzang wordt vanaf de Engelse zijde herkend en beantwoord. Hetzelfde lied in een andere taal. Silent night, holy night, all is calm, all is bright.

Naarmate de avond vordert wagen soldaten van beide kanten zich voorzichtig verder in die strook niemandsland daar tussen de loopgraven. Vijanden schudden elkaar de hand, geven elkaar een vuurtje. Er worden kerstgeschenken uitgewisseld: Duitse worsten en sigaren, ingeblikte hutspot en Londense kranten.

De volgende dag, 1e kerstdag worden alle lijken die er tussen de linies liggen gezamenlijk begraven. Later die dag wordt her en der volop vrolijk gevoetbald. Het is een wonderlijke verbroedering, dit kerstbestand van 1914. Tot hogeren in rang het welletjes vinden. Soldaten zoeken hun oude loopgraven weer op. En al snel wordt er even bloedig gevochten op leven en dood. Alsof deze hele kerstviering nooit heeft plaats gevonden. De Nederlandse tekstschrijver Willem Wilmink schrijft er later de volgende dichtregels over: op een slagveld klonk een stemwas van ver te horenzong dat er in Bethlehem – een kindje was geborenin die nacht zo stil en grootzwegen de kanonnen – die zijn bij het morgenroodtoch opnieuw begonnen – kerstmis lijkt ons keer op keervrede te belovenmaar kanonnen dreunen weerals de lichtjes doven.

Wilmink heeft dat scherp gezien. Onze jaarlijkse kerstvieringen hebben veel weg van dat kerstbestand daar aan het front. We doen eind december onze uiterste best om het een paar dagen goed te hebben met elkaar. En als we niet oppassen keert daarna alles weer terug naar het oude, gaan we weer over tot de orde van de dag. En is het al gauw weer het oude liedje. Is de jachtigheid, de afstand, de onvrede zomaar weer terug. In de samenleving, in de familie, in ons hart.

Een documentaire over oorlogsveteranen die voor de VN waren uitgezonden op missie kreeg als titel: oorlog in je hoofd. Deze mannen en vrouwen zijn teruggekeerd uit de strijd maar worden sindsdien geplaagd door PTSS: post traumatische stress stoornissen. Zij vieren weliswaar thuis kerst met geliefden rond de kerstboom. Maar in hun hoofd, hun hart, hun onderbewuste woedt de oorlog volop voort.

Je hoeft geen oorlogsveteraan te zijn om dit te herkennen. Deze oorlog, deze onvrede kun je tegenkomen in je eigen hart. De monnik en schrijver Anselm Grün schrijft ergens: we verlangen allemaal rusteloos naar iets, vooral naar rust, tevredenheid en acceptatie. Naar God dus.  En, zegt Grün, steeds weer zoeken we onze eigenwaarde in bezit, geld, zekerheid, aandacht, erkenning, bewondering, seks, eer en macht. Maar, zegt hij, dat leidt tot ‘hebzucht, jaloezie, controledwang, geroddel, narcisme en geweld. Of altijd maar de lieve vrede willen bewaren. Geen minuut zonder smartphone kunnen. Eindeloos veel diploma’s willen halen. Altijd iets nuttigs willen doen.  Door je werk geen tijd voor je gezin hebben. Voor alles een verzekering afsluiten. Piekeren over of je het wel goed genoeg doet.’ Aldus Grün

Wat Grün hier eigenlijk mee zegt is dit: je kunt met jezelf en elkaar een soort van kerstbestand afspreken. Je doet even alsof er geen oorlog, geen strijd, geen vijand is. Je negeert en onderdrukt de onvrede en onrust. En als het een beetje meezit zing je het zo wel uit. Misschien wel tot en met de jaarwisseling. Maar daarmee is de oorlog in je hoofd niet beslecht. Daarmee is de onvrede diep in je bestaan niet gestild. En belandt je na verloop van tijd al weer snel in de oude loopgraven, het vertrouwde wapengekletter van een opgejaagd, onrustig en gestresst bestaan.

Als de engelen daar bij Bethlehem zingen over vrede op aarde, bedoelen zij iets anders een soort van zelf gefabriceerd kerstsfeertje waarbij alles even pais en vree moet zijn en iedereen geforceerd op eieren loopt om voor die paar dagen de lieve vrede vooral niet te verstoren. Om daarna weer over te gaan tot de orde van de dag.

Deze engelen in het kerstverhaal zijn geen schattige aaibare, jongensachtige koorengeltjes in witte jurken Lukas beschrijft ze als: een menigte van de hemelse legermacht. Het zijn machtige strijders uit de hemelse gewesten. In plaats van trompetjes dragen ze zwaarden bij zich. Zij worden hier niet als een soort projectkoor ingevlogen maar scanderen massaal een strijdkreet: Eer aan God in de hoge, vrede op aarde in mensen een welbehagen.

Dit beeld wordt bevestigd in onze lezing uit Jesaja 9. Waar we dat bekende vers in tegenkomen: Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven, de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare Raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst, Heerschappij, held, vorst.. dat zijn geen woorden die direct passen bij een knus lief en vredig kerstsfeertje.

Net zo min als de verzen om deze woorden heen daar gaat het over een juk dat op mensen drukt. Over een stok op onze schouders. Over de zweep van hem die ons opjaagt. Over laarzen die dreunend rondstampen. En soldatenmantels doordrenkt in bloed.

In Jesaja’s tijd zal men gedacht hebben aan de Assyriërs door wie het Joodse volk in die tijd wordt bezet. Als 700 jaar later Jezus wordt geboren is er het juk, de stok en de zweep van de Romeinse bezetter. Maar wie een beetje thuis is in de Bijbel weet dat deze bezetters zelf niet het uiteindelijke probleem zijn. Je kunt de Assyriërs en Romeinen wel verjagen, maar daarmee is de oorlog in je hoofd, je hart nog niet over.

Er is behalve deze vredevorst kennelijk nog een vorst actief. De vorst van deze wereld, de vorst van de duisternis. Die ons belast, klein houdt, opjaagt, intimideert en zo oorlog en onvrede sticht in onze hoofden en harten. En ons zo berooft van onze rust en vreugde en vrede. Deze vorst trekt zijn sporen in ons menselijk bestaan in ons innerlijke leven en in hoe mensen samenleven. In huwelijken, gezinnen, bevolkingsgroepen en volken.

Verkijk je niet op dit kind in de kribbe. Je eerste indruk is misschien: vertederend, schattig en een klein beetje zielig. Maar hier in de kribbe ligt iemand die als namen krijgt: Wonderbare Raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. Hij zal al snel deze kribbe en de doeken achter zich laten en op een heel eigen manier zijn heerschappij zichtbaar maken. En vorst van de vrede zijn. Ja, vrede zal van zijn leven echt de kern zijn. Hij zal vrede mét God tot stand brengen en ook de vrede ván God realiseren.

Hij zal de strijd aanbinden met de diepere oorzaken van onze onvrede. De zonde die ons onze bestemming doet missen zal hij op zich nemen naar het kruis, het daar verzoenen en wegdragen. De boze machten die ons bezetten en binden. Ons van onze vreugde en vrede beroven zal hij onttronen en overwinnen.

Vrede op aarde, scanderen de engelen. Het Bijbelse woord vrede betekent meer dan afwezigheid van oorlog. Het Griekse woordje dat hier staat: ‘eirene’ gaat terug op het Hebreeuwse shalom. Het betekent zoiets als: op orde brengen, alles op zijn plaats zetten.  Kerkvader Augustinus zei dat heel mooi: vrede is de kalmte die komt uit orde.

Vrede is daar waar evenwicht is, balans. Alle dingen de juiste plaats en proporties hebben. Deze vrede zorgt ervoor dat je als mens in al je relaties tot je volle bestemming mag komen. In verhouding tot God, tot jezelf en de ander. Hoor hoe deze hemelse strijders het uitroepen. Eer aan God in de hoge, vrede op aarde. Eerst: eer aan God. En dan en op die manier ook: vrede.

Deze vredevorst neemt geen genoegen met een kerstbestand, een tijdelijke wapenstilstand Zijn vrede is niet het parkeren, negeren, wegmoffelen of onderdrukken van een conflict. Zijn vrede overwint het conflict, beslist de strijd. Waar Hij zijn woord van vrede spreekt, wordt de storm gestild, de chaos bedwongen. Maakt angst en vrees plaats voor eerbied, ontzag, overgave en vertrouwen.

Juist nadat hij de vrede heeft bewerkt door zijn kruis en opstanding spreekt hij nadrukkelijk zijn woord van vrede uit over zijn leerlingen in wiens hoofd het vaak nog volop oorlog is. Jezus komt in hun midden staan en zegt: Ik wens jullie vrede! Nog eens zei Jezus: Ik wens jullie vrede! (Joh. 20, 19-21)

Juist deze vrede van Christus heeft op Jezus leerlingen krachtig ingewerkt. De apostelen beginnen iedere brief opnieuw met het uitspreken van de vrede van Christus. In Kolossenzen 3 dringt Paulus er op aan om deze vrede van Christus in ons hart te laten heersen. In Filippenzen 4 lezen we dat juist deze vrede ons hart en onze gedachten zal bewaken. Zonder deze vrede ligt ons leven heel kwetsbaar open voor welke invloed van onvrede en duisternis dan ook. Maar als deze vrede heerst, bewaakt zij ons hart en onze gedachten.

Deze vrede van Christus is het wezenlijke. Het hart van de zaak. Het is wie Christus zelf is. Vandaar dat we in Efeziërs 2 lezen: Hij ís onze vrede. Micha had dat ook al precies zo gezegd: Hij zal vrede zijn. En het bijzondere is dit. Dat de vredevorst ons ook tot personen van vrede maakt. Juist deze innerlijke vrede behoort tot de vrucht van de Geest die hij in ons karakter wil uitwerken. De vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede.. (Galaten 5,22) In Romeinen 14,17 lezen we: Het koninkrijk van God is gerechtigheid, vrede en vreugde door de Heilige Geest.

Zacharias voorzegt in zijn lofzang al dat Christus onze voeten zal richten op de weg van de vrede. Paulus raadt in ons Efeziërs 6 aan om aan onze voeten de sandalen te doen van de bereidheid van het evangelie van de vrede. En in Romeinen 10 roept hij het uit: Hoe lieflijk zijn de voeten van hen die vrede verkondigen. Zalig zijn de vredestichters, zegt Jezus, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden. (Matteüs 5)

Wat een zegen als je zelf de vrede van Christus kent en die vrede met je meedraagt en belichaamt. En zo ook om je heen mag verspreiden in hoe je doet en vooral in wie je bent. Niet maar voor een enkele feestdag maar ook als straks de kerstlichtjes doven. Niet als een kerstbestand, hoe mooi ook maar als een blijvende inwonende vrede. Die in ons hart heerst en ons bewaakt. Dat je niet een beetje vredig doet zo nu en dan maar dat je zelf steeds meer vrede bent. Altijd en in iedere omstandigheid, vrede.

Dat is Gods wonderlijke strategie waarmee hij als vredevorst zijn heerschappij zal laten gelden. In een wereld vol onvrede zijn rijk van vrede sticht. Hij maakt jou en mij tot personen van vrede. Verandert onze huizen tot huizen van vrede. Zo mogen wij deze vrede verspreiden en overdragen. Het is het mooiste kerstcadeau dat je elkaar kunt geven. Dat je vandaag de ander de hand oplegt, en zegt: Ik zegen jou met de vrede van Christus.

Vorige bericht Volgende bericht

Ook interessant om te lezen

Geen reacties

Plaats een reactie