kleine-meisje-van-de-hoop

Het kleine meisje van de hoop (overdenking advent 2016)

(Psalm 130, 1 Petrus 1, 3 – luisterlied Psalmen voor nu 130)

In onze tijd is hoop dun gezaaid. Cynisme en somberheid voeren de boventoon. Dromers en idealisten worden overstemd door hordes boze, witte mannen en vrouwen met een akelig kort lontje en snoeiharde oordelen. Onze wereld heeft geen behoefte aan idealisten aan dromers en wereldverbeteraars. Onze tijd schreeuwt om mensen met hoop. Hoop die gegrond is en die het daarom ook houdt.

Lees meer…

zandloper

Hoe lang nog, Heer? (psalm 13)

(Psalm 13 en Hebreeën 4,14-16 – luisterlied: Stil, mijn ziel, wees stil)

Psalm 13 is een indringende psalm. Een hartenkreet van iemand die het wachten moe is. Vier keer op rij is er al meteen die schreeuw: Hoe lang nog, Heer, zult u mij vergeten? Hoe lang nog verbergt u voor mij uw gelaat? Hoe lang nog wordt mijn ziel gekweld door zorgen? En mijn hart door verdriet overstelpt, dag aan dag? Hoe lang nog, houdt mijn vijand de overhand? De psalm is van de hand van David. En komt misschien wel uit de tijd dat hij al gezalfd was tot koning. Maar in plaats van koning te zijn moet hij vluchten voor zijn leven. Koning Saul zit hem voortdurend op de hielen. En die spanning tussen wat God heeft beloofd en toegezegd en wat hij er daadwerkelijk van ziet en ervaart. Die spanning zindert door deze psalm. Hoe lang nog Heer? Hoe lang nog? Zie mij, antwoord mij, verlicht mijn ogen!! David weet dat God er is en Wie hij is. Maar hij heeft al tijden niets meer van hem heeft vernomen. Het blijft is al zo lang akelig stil op de lijn. Geen bereik.

Lees meer…

Frangokastello

Pootjebaden of zwemmen (Efeziërs 3,14-21)

(Ezechiël 47: 1-12, Efeziërs 3: 14-21)

 ‘Als het om geloof gaat ben ik altijd wat aan het pootjebaden.’ Die uitspraak kwam ik pas ergens tegen in een interview. ‘Als het om geloof gaat ben ik altijd wat aan het pootjebaden.’ Bij de uitdrukking pootjebaden denk je aan het strand. Je doet je schoenen uit, je rolt je broekspijpen wat op en dan stap je voorzichtig het water van de zee in. Je wilt graag even het water in, maar tot zekere hoogte. Mocht er een flinke golf jouw kant opkomen. Dan zorg je dat je snel wat passen terug doet zodat je niet té nat wordt. Je wilt immers alleen wat pootjebaden.

Lees meer…

bread-fish

De handen van God (psalm 145)

(Markus 6, 30-44, Psalm 145)

Aromimcha, U zal ik verhogen.. Zo begint psalm 145. Aromimcha…. een woord dat begint met de letter A. Dat is ook in het Hebreeuws de eerste letter van het alfabet. En daarmee begint deze dichter heel bewust dit eerste vers.Hij heeft van zijn loflied echt een kunstwerk gemaakt. Want ieder volgend vers begint met de volgende letter uit het alfabet. En zo komt het hele Hebreeuwse alfabet er aan te pas om God te loven en te prijzen. Het hele alfabet, op één letter na dan. Daar kom ik zo op terug.

Lees meer…

vogelkooi

God maakt vrij (psalm 124)

(Galaten 5, 13-26, psalm 124)

Psalm 124 is een intense psalm vol van dodelijke dreiging. Er is de dreiging van woedende menselijke tegenstanders. Die woede heeft iets van een monster met scherpe tanden waardoor je levend verslonden kunt worden. Er is de dreiging van een stroom van ziedend water. Die je kan overspoelen en meesleuren. En er is de dreiging van het net van de vogelvanger dat zomaar op je kan vallen en zich om je kan sluiten en waarin je hopeloos verstrik raakt zodat je er nooit meer uit komt.

Lees meer…

hefst-bladeren

What a wonderful world! (psalm 104)

(Psalm 104; luisterlied: For the beauty of the earth, John Rutter)

Een groep Europeanen maakt een reis door het Midden-Oosten. Op een morgen komt een van de toeristen naar buiten, net op het moment dat de Arabische gids opstaat van zijn morgengebed. Waarom denkt u eigenlijk dat er een  God is, vraagt de westerling? Er klink een flinke dosis spot in zijn vraag door. De gids kijkt de man even aan en zegt dan: als ik ’s morgens opsta, hoe weet ik dan of er ’s nachts een kameel langs mijn tent is gelopen? Ik zie zijn hoefafdrukken, zijn sporen in het zand. Toch? Kijk eens naar al die kleuren in de lucht, nu de zon aan het opkomen is. Dat is geen voetspoor van een dier of van een mens. Dat zijn de voetsporen van God. Hij is zelf hier voorbij gekomen..

Lees meer…

child-looking-up

Als een kind (Markus 10, 13-16)

(Psalm 131, Markus 10:13-16)

Nee jongens, nu even niet! Nu even geen kinderen er bij OK? Ergens snap je die reactie van Jezus’ leerlingen wel. Jezus is op weg naar Jeruzalem. En je voelt aan alles dat de spanning oploopt. De tegenstellingen nemen toe. De politieke en religieuze autoriteiten keren zich meer en meer tegen Jezus en Jezus zelf begint steeds nadrukkelijk te spreken over alles wat hem te wachten staat. Er staan grote dingen te gebeuren. Het koninkrijk van God staat op doorbreken. Nu even geen kinderen graag. Dit is nu echt iets voor de grote mensen. Jullie tijd komt nog wel. Dat is de houding van de leerlingen van Jezus.

Lees meer…

people-at-the-cross

Genade verbindt (Efeziërs 2:11-22)

(Psalm 133, Efeziërs 2:11-22 – bijpassend luisterlied Breng ons samen (Sela))

Hebt u wel eens gehoord van solo-religieuzen? Solo-religieuzen, dat zijn mensen die wel het christelijk geloof aan willen hangen. Maar weinig of niets hebben met een geloofsgemeenschap. Laat staan met een kerkgenootschap of een traditie. Solo-religieuzen vinden geloof vooral iets heel persoonlijks. Dat ieder mens op een unieke manier zelf vormgeeft. Een aantal jaar terug werd er in Amsterdam een symposium gehouden voor solo-religieuzen. En de opkomst was enorm! Best wel grappig eigenlijk, dat ook mensen die zich solo-religieus noemen elkaar toch massaal opzoeken op zo’n dag. Ook solisten willen kennelijk wel eens wat delen.

Lees meer…

Christmas Present Wrapped in Gold and Silver 2000

Alles is genade! (Efeziërs 2:1-10)

(Efeziërs 1: 1-10)

Tot hiertoe heeft de Heer ons geholpen… vanaf nu redden wij onszelf wel… Dat is de strekking van een onderzoek van de socioloog Herman Vuijsje. Hij onderzocht een aantal jaar geleden wat mensen in de kerken nog echt geloven en waar ze openlijk of minder openlijk afstand van hebben genomen en Vuijsje signaleert dat er in korte tijd veel is veranderd. Vroeger werd wat wij geloven vooral bepaald door de Bijbel, de kerk en de traditie. Maar vandaag de dag hebben we met elkaar steeds minder kennis van de Bijbel. En weten we ook steeds minder van de geloofsleer. We voelen ons steeds vrijer om zelf te bepalen wat we nog wel geloven en wat we echt niet meer kunnen meemaken. En je hoort het met enige regelmaat mensen zeggen: Dat is toch niet echt meer van deze tijd. Dat hebben we nu langzaam aan wel gehad. Daar heb ik niet zoveel meer mee. Dat werkt voor mij niet zo. Dat is niet echt mijn ding.

Lees meer…

christ-the-victor-final

De kracht van genade (Efeziërs 1:15-23)

(Jozua 1,1-9; Efeziërs 1:15-23)

Jozua 1 brengt ons bij een cruciaal moment op de weg die God is gegaan met het volk Israël. De Heer heeft hen door zijn machtige hand bevrijd uit Egypte. Hij baande voor hen een weg dwars door de golven van de Rode Zee. De jarenlange omzwervingen in de woestijn gebruikte God om zijn volk te kneden en te vormen van bange slaven tot mensen die leven in vertrouwen en vrijheid. En dan is daar het moment waarop Hij dit volk brengt tot aan de grenzen van Kanaän. Daar herhaalt God nog eens zijn belofte dat het land dat zij daar voor zich zien liggen inderdaad het land is dat hij in hun hand zal geven. En dan krijgen zij de opdracht om op te staan de grensrivier de Jordaan over te steken en het beloofde land daadwerkelijk binnen te trekken. En zo meter voor meter en stap voor stap zich toe te eigenen wat God hen eigenlijk al heeft gegeven. We lezen: elke plaats die uw voetzool betreedt heb ik u gegeven. Zo werkt dat blijkbaar tussen God en zijn mensen. Hij spreekt zijn beloften uit en daagt ons uit om wat Hij belooft dan ook metterdaad zelf in bezit te nemen.

Lees meer…